26-09-16

Maandag 26 september 2016

Will The Wolf Survive?

Los Lobos

 

JukeWolf.jpgWOLVEN

Vandaag wordt Cesar Rosas 62 jaar. Met zijn zonnebril en sikje is hij zowat het meest herkenbare gezicht van Los Lobos. Die groep uit Los Angeles, die enkele Mexicanen in zijn rangen had, behaalde internationaal succes in 1987 toen ze voor een biopic over Ritchie Valens zijn La Bamba coverden. Het is niet voor ’t een of ’t ander, maar ik kende die band toen al lang. Ik ben zelfs de fiere bezitter van hun vinyl EP …And A Time To Dance, waarvan wereldwijd maar enkele duizenden exemplaren zijn verkocht. Het is onnodig een bod te doen, ik verkoop niet. Ook het prille By The Light Of The Moon draai ik nog wel eens. Dat ik dat werk zo vroeg ontdekte, is alleen maar te danken aan het feit dat ik altijd  fantastische platenboeren trof. Zij kwamen geregeld met suggesties die ik zelfs in de vakliteratuur niet vond. Ik heb ze hier al vermeld, maar het is tijd om hun namen nog eens te noemen: Guido Marchal van het ter ziele gegane Foon en Luc Bertels van Giga Swing in Hasselt.

Geïnspireerd door uiteenlopende genres zoals country, blues, zydeco en Tex-Mex hebben die gasten van Los Lobos heel diverse albums afgeleverd. Ik hou van Kiko, meestal omschreven als een a-typische cd voor hun doen. Maar ook recenter werk als Tin Can Trust kan ik waarderen. Op die plaat staat trouwens een prachtige cover van West LA Fadeaway van Grateful Dead. Toch zullen we How Will The Wolf Survive? uit 1984 maar hun meesterwerk noemen. Het is een productie van mijn idool T-Bone Burnett. O ja, Cesar Rosas was ook een lid van de Tex-Mex-supergroep Los Super Seven. Ook David Hidalgo, Flaco Jiminez en Freddy Fender deden mee.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

25-09-16

Zondag 25 september 2016

My Girl

The Temptations

 

ALLE VROUWEN

Op deze dag in 1964 namen The Temptations in de studio’s van ‘Hitsville USA’ in Detroit My Girl op. Het werd hun eerste Amerikaanse nummer 1. Er zouden er nog drie volgen. Ook was het hun eerste plaat waarop David Ruffin de lead vocals voor zijn rekening nam. Eerder was dat voornamelijk het werk van Eddie Kendricks en Paul Williams.

JukeTemp.jpgMy Girl was een track van de elpee The Temptations Sing Smokey. Inderdaad, de song werd geschreven door Smokey Robinson en Ronald White, ook een lid van The Miracles. Ze werkten hem trouwens uit tijdens een gezamenlijke tournee van The Miracles en The Temptations. Er wordt wel eens gezegd dat Smokey Robinson het in zijn tekst over zijn toenmalige vrouw Claudette Rogers had. Die zong trouwens ook bij The Miracles, als enige vrouw in het gezelschap. In een interview heeft Robinson dat wel ontkend. Volgens hem had hij het niet over een specifieke persoon, maar over “all the women in the World”.

Toevallig of niet, een jaar eerder had Smokey Robinson My Guy voor Mary Wells geschreven. In die song wordt op dezelfde manier de onvoorwaadelijke liefde bezongen, maar dan vanuit het oogpunt van een vrouw.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

24-09-16

Zaterdag 24 september 2016

How Do You Do It

Gerry and The Pacemakers

 

JukeGerry.jpgHOE DOEN ZE HET?

Proficiat. Vandaag viert Gerry Marsden zijn 74ste verjaardag. Hij is de Gerry van Gerry and The Pacemakers. De groep is vooral bekend van de originele uitvoering van You’ll Never Walk Alone, inmiddels wereldwijd een voetbalhymne. Maar hun eerste tophit was How Do You Do It in 1963. Ik word er altijd vrolijk van. Aanvankelijk werd het nummer aangeboden aan The Beatles, want die hadden dezelfde manager, Brian Epstein. De Fab Four maakten er inderdaad een opname van, maar verkozen uiteindelijk het tegelijk ingeblikte Love Me Do als single uit te brengen. Pas in 1995 verscheen hun versie voor het eerst op de verzamelaar Anthology 1. Trouwens, Gerry and The Pacemakers hebben hun plaatje net als John, Paul, George en Ringo opgenomen in de Abbey Road Studios.

Lang voor het aanklikken van een opgestoken duim een modeverschijnsel was, scoorden Gerry Marsden en zijn maten met I Like It. En dan was er nog Ferry Cross The Mersey, waarmee ze duidelijk maakten dat ze uit Liverpool kwamen, de stad aan die rivier. Hier ontwikkelde zich een genre dat de naam Merseybeat meekreeg. Naast The Beatles en The Pacemakers werden ook Billy J. Kramer, The Mindbenders, The Swinging Blue Jeans en The Searchers ingedeeld bij deze categorie. Er was zelfs een groep die The Merseybeats heette. Ze hebben het wel niet lang uitgezongen en scoorden eigenlijk allen in 1963 een koppel radiohitjes. Daar was de Britse versie van Wishin’ And Hopin’ bij, een nummer van Hal David en Burt Bacharach dat in de V.S. een groot succes werd in de versie van Dusty Springfield. Het laatste nummer dat The Merseybeats uitbrachten, was I Stand Accused. Keith Moon van The Who, die toevallig in de studio rondhing, zorgde voor wat geluidseffecten. Dat we die song vandaag nog kennen, moet worden toegeschreven aan de cover van Elvis Costello op de elpee Get Happy!.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

23-09-16

Vrijdag 23 september 2016

Take Her Home

Ro-d-Ys

 

NEEM HEN MEE NAAR HUIS

Vandaag tien jaar geleden werd op het Raadhuisplein in Oude Pekela een beeldengroep onthuld. Het ging om de bronzen hoofden van vier bekende inwoners van dit plaatsje in Groningen: Harry Rijnbergen, Wiechert Kenter, Bennie Groen en Joop Hulzebos. Zij vormden de Nederbeatgroep Ro-d-Ys, vooral bekend van Take Her Home uit 1967. Als ik dat plaatje hoor, voel ik me weer een jonge tiener.JukeRodys.jpg

Mijn ouders runden een fruitbedrijf in Haspengouw en in de plukperiode werd er tot laat voortgewerkt. Ik hing dan graag rond in de loods waar de oogst van de dag werd binnengebracht om gesorteerd te worden voor vervoer naar de veiling de volgende ochtend. Er stond altijd een radio te spelen, steevast afgestemd op popzenders waarvan het geluid, in schijnbare cirkelbewegingen, wegwaaide en terugkwam. Als het tijd was om naar bed te gaan, smokkelde ik een transistortje naar de slaapkamer om onder de dekens de frequenties verder af te tasten. Soms kon ik Radio Caroline capteren. Ik denk niet dat ik Radio Veronica ontving, maar dat was de piratenzender die Ro-d-Ys ronduit promootte. Zowat elk uur werden ze gedraaid. Zo kwam het dat Take Her Home piekte op de derde plaats in de Nederlandse Top-40. Ook bij ons werd de single goed verkocht.

Aanvankelijk heette de formatie Popular Pipers Boys Band. Je voelt het meteen, daar kan je het niet ver mee schoppen. Toen de band een contract kreeg bij het platenlabel Phonogram werd de naam dan ook veranderd in Rowdies. Snel bleek dat er al een groep bestond die zo heette en koos men voor een andere spelling. Dat zorgde voor niet weinig verwarring. Op platenhoezen en in persteksten uit die tijd komen we zowat elke mogelijke schrijfwijze tegen. Wij houden het op de manier waarop zij het zelf spellen op hun website. Daar heb ik trouwens ook de meeste informatie over hun geschiedenis geraapt.

Producer Hans van Hemert, die ook met Q65 en Zen werkte, nam Ro-d-Ys onder zijn vleugels. Hij communiceerde met hen in het Engels omdat zij een Gronings dialect praatten waarvan hij geen iota verstond. Na een goed ontvangen eerste langspeler, Just Fancy, vatte Van Hemert het idee op om een conceptelpee te maken. De songs op Earnest Vocation waren allemaal gebaseerd op de roman ‘De kleine Johannes’ van Frederik van Eeden. Bert Paige, die ook orkestarrangementen voor Boudewijn de Groot had geschreven, werd erbij gehaald. Hoewel Paige vooral in het buitenland werkte, was hij een Gentenaar die gewoon Albert Lepage heette. Hij huurde een grote groep studiomuzikanten in voor de opnames. Tot grote verbazing van de rest van de Ro-d-Ys was uiteindelijk alleen zanger Harry Rijnbergen op de plaat te horen. Earnest Vocation paste perfect in de pyschedelicarage die toen heerste. Het werd een cultplaat. Maar de tracks die op single verschenen hadden geen hitparadesucces. In een poging tot koerswijziging werd zangeres Annet Hesterman aangetrokken. Zij had net het aanbod afgeslagen om bij Shocking Blue te zingen. Maar zij kon het tij niet keren en voor de jaren zeventig goed en wel bezig waren, viel de band uit elkaar zoals de letters van zijn ingewikkelde naam. Later waren er wel reünies, onder meer voor retrofestivals, en herhaaldelijk verschenen er verzamelalbums. Zo bleven Ro-d-Ys in de belangstelling, wat elk jaareinde weer een Top-2000-notering voor Take Her Home opleverde. In 2010 koos singer-songwriter Tim Knol die song zelfs uit om te coveren in ‘VPRO’s Nederpopshow’.

Of het het werk was van wrokkige buren van hun repetitielokaal of fervente fans die ‘take them home’ neurieden, dat weten we niet. Maar in juni 2008 werd het vierkoppige standbeeld gestolen. De kunstenaar heeft het opnieuw gegoten en deze keer hopelijk beter verankerd. “We staan terug op de plek waar we thuishoren”, lezen we op de website van Ro-d-Ys.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

22-09-16

Donderdag 22 september 2016

I Hate Myself For Loving You

Joan Jett and the Blackhearts

 

DE DEUR OP DE NEUS

Vandaag viert Joan Marie Larkin haar 58ste verjaardag in Los Angeles. Wij kennen haar als Joan Jett. Zij was stichtend lid van de The Runaways, een band die alleen uit vrouwen bestond. Op 5 augustus 2015 heb ik het hier uitgebreid gehad over hen en hun grootste hit Cherry Bomb uit 1976 . In het begin van de jaren tachting ging Joan Jett solo, geruggesteund door een stevige vaste band. De hits die Joan Jett and the Blackhearts hadden, waren allemaal covers. Dat gaat van Crimson And Clover van Tommy James and the Shondells tot Do You Wanna Touch Me van Gary Glitter. Hoewel zij de eerste uitvoerder was van Light Of Day is dat een song van Bruce Springsteen. Ze zong het nummer samen met Michael J. Fox in de gelijknamige film uit 1987. Haar begeleiders, die in de prent The Barbusters heten, waren eigenlijk The Blackhearts. Ook I Love Rock ‘n’ Roll, haar nummer 1 uit 1982 die vandaag nog menigeen kan meebrullen, is een cover. Het origineel werd in 1975 op plaat gezet door Britse band The Arrows.

JukeJoan.jpgJe bent het ongetwijfeld vergeten, maar een van de grootste successen van Joan Jett was I Hate Myself For Loving You. En die song heeft ze wel zelf geschreven. Haar oorspronkelijke tekst had ‘I Hate Myself Because I Can’t Get Laid’ als titel, maar van dat idee werd ze afgebracht door songwriter en platenproducer Desmond Child aan wie ze advies had gevraagd. Omwille van zijn inbreng kreeg hij een vermelding als co-auteur.

I Hate Myself For Loving You werd de eerste single uit haar album Up Your Alley uit 1988. Mick Taylor, die zich een tijdje een van de The Roling Stones mocht noemen, speelde de gitaarsolo op dit plaatje dat piekte op de achtste plaats in de Amerikaanse hitparade.

Je mag wel zeggen dat Joan Jett bij de juiste man te rade was geweest. Als het powerrock betrof, had Desmond Child als geen ander een neus voor hitpotentie. Ook I Was Made For Lovin’ You van Kiss is van zijn hand. Verder leverde hij veel repertorium voor Bon Jovi, waaronder hun toppers You Give Love A Bad Name en Livin’ On A Prayer. Dat hij ook samenwerkte met Aerosmith leidde ertoe dat Joan Jett and the Blackhearts het voorprogramma van die reserve-Stones mochten verzorgen. In zijn memoires ‘Does The Noise In My Head Bother You?’ schreef Aerosmith-frontman Steven Tyler dat hij tijdens een gezamenlijke tournee eens spiernaakt aanklopte bij Joan Jett. Toen ze de deur van haar hotelkamer opende, zei hij: “I hate myself for loving you.” Ze gooide met hard gevloek de deur weer dicht.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende