17-08-17

Donderdag 17 augustus 2017

The Night Chicago Died

Paper Lace

 

GANGSTERSBENDES

Op deze dag in 1974 stond The Night Chicago Died van de Britse band Paper Lace op nummer 1 in de Verenigde Staten. Ook bij ons deed het plaatje het goed. Het stond van half juli tot half oktober in de hitparade, met een tweede plaats als hoogste positie. Globaal gezien, mag je het gerust een eendagsvlieg noemen, al scoorden de jongens van Paper Lace in hun thuisland wel nog met Billy Don’t Be A Hero.

JukeChicago.jpgThe Night Chicago Died werd geschreven door Peter Callander en Mitch Murray, die ook materiaal leverden voor pakweg The Tremeloes, Manfred Mann, The Hollies en Tom Jones. Ook The Ballad Of Bonnie And Clyde van Georgie Fame is van hen.

Op het hoesje stonden de bandleden afgebeeld als gangsters van voor de oorlog, het wapen in de hand. De song vertelt dan ook het verhaal van een vuurgevecht tussen de georganiseerde misdaad en de politie in Chicago. Inspiratie werd gevonden in de zogenoemde ‘St. Valentine’s Day Massacre’ uit 1929. Maar toen werden zeven leden van de Amerikaans-Ierse gangsterbende van Bugs Moran in koelen bloede doodgeschoten door huurmoordenaars van het Amerikaans-Italiaanse syndicaat van Al Capone. De politie kwam daar niet bij de pas. En er stond nog een kemel in de tekst. De feiten werden gesitueerd in ‘the East Side of Chicago’. Die stad telt echter maar drie grote wijken: North Side, West Side en South Side. Een East Side bestaat er niet omdat Lake Michigan ten oosten ligt. De songschrijvers hebben later toegegeven dat ze nog nooit in Chicago waren geweest en dat ze zich ruwweg baseerden op wat ze in gangsterfilms hadden gezien. De toenmalige burgemeester van Chicago, Richard J. Daley, kreeg het plaatje van Paper Lace toegestuurd, maar vond het maar niks en liet dat ook herhaaldelijk openlijk blijken. In een interview vroeg een van zijn medewerkers zich af of dat Britse groepje ‘nuts’ was.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

16-08-17

Woensdag 16 augustus 2017

I Feel Love

Donna Summer

 

TOEKOMSTMUZIEK

Jaja, ik weet het wel, vandaag is het veertig jaar geleden dat Elvis Presley de geest gaf, maar hier hebben we het al zo vaak over hem gehad dat ik niet zou weten wat ik nog meer kan vertellen. Laat ons eens kijken wie er in die dagen hoog in de hitparades stond. Wereldwijd had Donna Summer succes met I Feel Love. In juli 1977 uitgebracht, stond de single al gauw op de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade. Ook in tal van Europese landen, waaronder België, werd het een nummer 1.

JukeDonna.jpgDe vijf jaren geleden overleden zangeres werd geboren als LaDonna Gaines. In 1968 deed ze auditie voor ‘Hair’, maar kreeg de rol niet. Toen de musical naar Europa verhuisde, werd ze alsnog gevraagd. Zo kwam het dat zij Aquarius als Wassermann zong in de Duitse versie. Een tijdlang woonde ze in München, waar ze ook te zien was in de musicals Godspell en Show Boat. Toen ze later naar Oostenrijk verhuisde, zong ze bij de Weense Volksopera. Ze trouwde er met een acteur die later tandarts werd, ene Helmuth Sommer. De verengelste versie van zijn familienaam werd haar pseudoniem.

Hoe gavarieerd haar carrière ook was, Donna Summer gaat de geschiedenis in als een discodiva die er niet voor terugdeinsde een aardig potje te hijgen op plaat. Zo was er bijvoorbeeld veel gesteun te horen in het meer dan zeventien minuten durende Love To Love You Baby, waarvoor ze zich diep inleefde door tijdens de opnames op de vloer te kronkelen in een verduisterde studio. Ook in I Feel Love laat ze geen twijfel bestaan: ‘Ooh, it’s so good, it’s so good, ooh.’ Haar manager vreesde zelfs dat de radiostations dit gefluister niet zouden draaien. Het… draaide heel anders uit.

De tekst – als we dat zo mogen noemen – had ze zelfs geschreven. De muziek en de productie waren van Giorgio Moroder en Pete Bellotte. Deze discoplaat werd van grote invloed op de ontwikkeling van de syntesizerpop en de techno omdat er uitsluitend elektronische muziek op te horen was. Hoe dat kwam vertelde Pete Bellotte eens aan The Independent on Sunday. Het was een track van het conceptalbum I Remember Yesterday dat opende met een song in de jaren ’40-stijl en daarna allerlei muzikale periodes doorliep. Het slotnummer, I Feel Love, moest futuristisch klinken. Vandaar de synthesizers. In de oren van Brian Eno was het inderdaad toekomstmuziek, zo getuigt David Bowie in het inlegboekje van zijn compilatie Sound + Vision. Brian Eno, die toen met David Bowie in Berlijn werkte, kwam op een dag bij hem binnen en zei: “I have heard the sound of the future.” Dat was I Feel Love van Donna Summer. Hij voorspelde dat die single voor de volgende vijftien jaar het geluid in de discotheken zou veranderen. “Which was more or less right”, besluit Bowie.

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

15-08-17

Dinsdag 15 augustus 2017

Keep On Running

Jackie Edwards

 

TWEE KEER NUMMER 1 (VOOR EEN ANDER)

Het is vandaag vijftien jaar geleden dat Jackie Edwards overleed. Twee songs van deze Jamaïcaan werden een Britse nummer 1 voor The Spencer Davis Group: Keep On Running en Somebody Help Me. Hoewel vooral dat eerste nummer inmiddels een klassieker werd, is het het is niet algemeen bekend dat het een cover van een reggaeplaat is.

JukeJackie.jpgOp het einde van de jaren vijftig en in het begin van de jaren zestig had Jackie Edwards enkele grote hits in zijn geboorteland. Dat waren zelfgeschreven ballads met latin-invloeden. Het was Chris Blackwell van Island Records die hem ontdekte en meenam naar Londen. Aanvankelijk deed hij allerlei klusjes voor het nieuwe label, tot rondrijden om plaatjes te leveren toe. Maar hij bleef ondertussen componeren. Omdat Blackwell ook de manager en producer van The Spencer Davis Group was, kwam Edwards’ werkstuk Keep On Running Steve Winwood ter ore. En die maakte er in 1966 een rocknummer van voor hun tweede elpee, die na hun eerste plaat Their First LP heel origineel The Second Album werd gedoopt. Maar het was wel hun eerste hit. Pas enkele maanden na het Britse succes, kwam de single ook binnen in de Amerikaanse hitparade. Het was nog de tijd van de rassensegregatie en zelfs de radiogolven in de Verenigde Staten waren strikt opgedeeld tussen blanke en zwarte zenders. Opmerkelijk genoeg werd Keep On Running op beide stations gedraaid. “Dat kwam omdat ze ginds nog nooit een foto van ons hadden gezien”, vertelt Spencer Davis, multi-instrumentalist, zanger en stichter van de naar hem genoemde band, in het boek ‘1000 UK #1 Hits’ van Jon Kutner. “Toen echter bekend werd dat we ‘four shining white boys’ waren, werden we geschrapt van playlists van zwarte radiostations.” Dat zij kennelijk als zwarten klonken, mag hij – inmiddels 78– eigenlijk nog altijd als een compliment beschouwen.

Jackie Edwards nam Keep On Running twee keer op. Eerst in 1965 voor het album Come On Home en tien jaar later nog eens voor het album Do You Believe In Love. Zoals je hieronder kan horen, werden het heel verschillende uitvoeringen, de ene al wat meer reggae dan de andere. Tussendoor leverde hij ook nog Somebody Help Me en dat werd – ook nog in 1966 – opnieuw een Britse nummer 1 voor The Spencer Davis Group.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

14-08-17

Maandag 14 augustus 2017

All Around My Hat

Steeleye Span

 

WILGENTAKJES OP HAAR HOED

JukeSpan.jpgVandaag draagt Maddy Prior wilgentwijgjes op haar hoed. Niet alleen omdat ze haar 70ste verjaardag viert, maar ook om duidelijk te maken dat ze twaalf maanden en één dag trouw zal wachten op haar geliefde die ‘far, far away’ is. Althans, zo zingt ze het in All Around My Hat van haar folkrockband Steeleye Span uit 1975. Die formatie bestaat trouwens nog altijd. Niet zo lang geleden speelden ze nog op het festival van Dranouter. Maddy Prior was er bij, net als bassist Rick Kemp, met wie ze een tijdje getrouwd was. Tussen 1997 en 2002 heeft de zangeres de groep wel verlaten. Zij nam soloplaten op, maar vormde vooral duo’s. Dat was onder meer het geval met folkveteraan Martin Carthy, met John Kirkpatrick en met Tim Hart. Die muzikanten hebben trouwens allemaal enige tijd bij Steeleye Span gespeeld.

JukeSpan2.jpgIn 1982 bracht ze de elpee Hooked On Winning uit onder de naam The Maddy Prior Band. Het was de tijd dat ik voor BRT Omroep Limburg op woensdagmiddag het programma ‘De Vlag en De Lading’ samenstelde. Vaak heb ik toen de zomerse openingstrack van die plaat gedraaid: Long Holiday. Toen dat de eerste keer gebeurde, kreeg ik nog tijdens de uitzending een telefoontje van Annemie Coppieters, toen de ‘leading lady’ van Omroep Brabant. Ze wou wat meer informatie over de song. Later heeft ook zij hem herhaaldelijk opgelegd. Het was een exotisch deuntje, het had wat van calypso, al klonk – zoals bij al haar werk – de traditionele volksmuziek nog door. Dat was ook zo met All Around My Hat, oorspronkelijk een lied uit de eerste helft van de negentiende eeuw. In de oudste versies steekt een man ‘a green willow’ op zijn hoed nadat zijn veroordeelde verloofde op transport naar Australië is gezet. De wilg is van oudsher een symbool van rouw.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

13-08-17

Zondag 13 augustus 2017

A Good Heart

Feargal Sharkey

 

JukeFear.jpgANTWOORD IN EEN SONG

Vandaag viert Feargal Sharkey zijn 59ste verjaardag. Trouwe lezers weten dat hij de zanger was van The Undertones, bekend van onder meer Teenage Kicks, When Saturday Comes en It’s Going To Happen! De Noord-Ierse band bestond van 1975 tot 1983. Na de split van de postpunkers probeerde Feargal Sharkey het over een heel andere boeg te gooien. Eerst zong hij Never Never bij The Assembly, het zoveelste elektroproject van Vince Clark. Het duurde nog tot 1985 voor hij succes kon boeken als soloartiest. Achteraf beschouwd, heeft hij maar twee hits gehad: A Good Heart en You Little Thief. Die staan niet alleen allebei op zijn naamloos debuut – track 1 en track 2, nota bene – maar ze hebben ook op een heel merkwaardige manier met elkaar te maken. Het zijn songs die op elkaar antwoorden. Het begon met A Good Heart, een nummer van Maria McKee. Het grote publiek kent haar van het zagerige Show Me Heaven, wij van toen ze nog bij Lone Justice zat en stevig countryrockend uit de hoek kon komen. Soit, zij had die song geschreven om haar breuk met Benmont Tench te verwerken. Tench, de toetsenman van Tom Petty’s Heartbreakers, sloeg hard terug met You Little Thief. En dat werd ironisch genoeg het enige andere succesje van Feargal Sharkey. Ja, het kan vreemd lopen.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende