25-07-17

Dinsdag 25 juli 2017

Last Train To Clarksville

The Monkees

 

JukeMonkee.jpgDE LAATSTE TREIN

Op deze dag in 1966 namen The Monkees hun debuutsingle Last Train To Clarksville op. In november van dat jaar zou de single op de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade staan. Het nummer werd geschreven door het songwritersduo Tommy Boyce en Bobby Hart. Die laatste speelde piano tijdens de opname. Voor de rest stonden er trouwens enkel sessiemuzikanten in de studio.

Hoewel Last Train To Clarksville later gebruikt werd in een legerfilm om rekruten te verwelkomen, zou je er een anti-Vietnamsong in kunnen horen. Bobby Hart heeft wel gezegd dat hij niet de intentie had een protestlied te schrijven. Volgens hem had hij het net zo goed over Clarksdale kunnen hebben. En toch. Clarksville was het dichtstbijzijnde station van Fort Campbell, de thuisbasis voor de 101st Airborne Division. Die legereenheid is bekend van zijn inzet tijdens de Twee Wereldoorlog, van de landing in Normandië tot de Slag van de Ardennen. De alom geprezen televisieserie ‘Band Of Brothers’ vertelt het ware verhaal van een compagnie van die divisie. Sedert 1965 opereerden ze in Vietnam. Vandaar dat in het Monkeesnummer een militair zijn lief belt en haar vraagt naar Clarksville te komen om een laatste avond samen door te brengen. Hij vertrekt naar de oorlog en weet niet of hij ooit zal terugkeren. ‘And I don’t know if I’m ever coming home’. Wie naar de tekst luistert, hoort een heel ander liedje dan de Beatlesachtige ‘close harmonies’ en het jingle-jangle gitaargeluid dat van Paperback Writer lijkt geleend. 

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

24-07-17

Maandag 24 juli 2017

Diamonds Are A Girl’s Best Friend

Marilyn Monroe

 

AJukeNixon1.jpgNDERSMANS STEM

En we zijn weer vetrokken… Vandaag is het een jaar geleden dat Marni Nixon overleed. Het was radiomaker, cd-samensteller, poparchivaris (www.vivavlaanderen.be), blogger (www.hitriders.be) en muziekgeschiedeniscauseur Marc Brillouet die mij daar attent op maakte. Deze Amerikaanse sopraan werd vooral bekend als de stem die in werkelijkheid klonk als bekende Hollywoodsterren hun mond openden in (musical)films. Ze kwam in dat wereldje terecht in 1948 als zangeres van de engelenkoren die Ingrid Bergman in ‘Joan Of Arc’ hoorde. Kort daarna dubde ze de zangpartijen van actrice Margaret O’Brien in ‘Big City’ en ‘The Secret Garden’. Zij was te horen terwijl Ida Lupino (‘Jennifer’), Jeanne Crain (‘Cheaper By The Dozen’), Sophia Loren (‘Boy On A Dolphin’) of Janet Leigh (‘Pepe’) lipten. In ‘Gentlemen Prefer Blondes’ uit 1953 nam zij in het nummer Diamonds Are A Girl’s Best Friend de hoge noten over van Marilyn Monroe. Halfweg de jaren vijftig was ze vaak vocale stand-in voor Deborah Kerr, onder meer in de filmversie van ‘The King And I’ van Richard Rodgers en Oscar Hammerstein. Hoewel Audrey Hepburn in de verfilming van ‘My Fair Lady’ sommige songs, waaronder The Rain In Spain, wel degelijk zelf bracht, nam Marni Nixon ook wat werk van haar over. Nooit verscheen haar naam op de aftiteling van deze bioscoopsuccessen. Toen ze werd ingehuurd als de zangstem van Natalie Wood in ‘West Side Story’ hielden de regisseurs Jerome Robbins en Robert Wise dat zelfs verborgen voor de actrice. Ze kreeg het pas te horen, toen de film werd uitgebracht. Overigens, in ‘West Side Story’ zong Marni Nixon ook ‘Tonight’ in plaats van de Puerto Ricaanse actrice Rita Moreno. Omdat de filmproducers niet al te gul waren, besloot componist Leonard Berstein persoonlijk een vierde van zijn royalties over te maken aan Marni Nixon. Eén keer is ze zelf in een beroemde musicalfilm te zien geweest. In 1965 speelde ze de rol van zuster Sophia in ‘The Sound Of Music’.

JukeNixon2.jpgVan 1950 tot 1969 was Marni Nixon gehuwd met Ernest Gold, een componist die klassiek werk op zijn naam heeft staan, maar ook bekroonde soundtracks afleverde. Hij kreeg onder meer een Oscar voor de muziek van de film ‘Exodus’. Het koppel zette drie kinderen op de wereld, onder wie de in 2011 overleden Andrew Gold. Die kennen we als sessiemuzikant tijdens tournees van de Eagles en op platen van onder meer Linda Ronstadt, Maria Muldaur, Art Garfunkel, Jackson Browne, James Taylor en 10 CC. Met Graham Gouldman van die laatste formatie, vormde hij een tijdlang Wax, een duo dat in België een grote hit had met Right Between The Eyes. In de seventies scoorde Andrew Gold ook enkele solosuccessen. Vooral bekend zijn Lonely Boy en Never Let Her Slip Away.  

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

10-07-17

10 juli

JukeToe.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We trekken even de stekker van de jukebox uit.  

Wees gerust, lang zal het niet duren, ik zal mijn platen al gauw missen.

 

09-07-17

Zondag 9 juli 2017

Seasons

Earth & Fire

 

BOVENSTUKJE IN SUÈDE

Vandaag viert Jerney Kaagman haar zeventigste verjaardag. Als ik zwaar getafeld heb, droom ik nog wel eens van ‘Toppop’-uitzendingen waarin ze optrad in een hippiebroek, het buikje bloot onder een weinig aan de verbeelding overlatend bovenstukje in suède. Ze was de zangeres van Earth & Fire, een groep rond de tweelingbroers Chris Koerts en Gerard Koerts. De eerste zong en leefde zich uit op gitaren, de tweede haalde een symfonische sound uit allerlei toetseninstrumenten.

JukeSeasons.jpgHet was de tijd van de Nederpop. We luisterden allemaal naar Hilversum 3 en bands van bij de noorderburen bevolkten de Belgische hitlijsten. Earth & Fire brak in 1970 door met Seasons, een song die geschreven werd door George Kooymans van Golden Earring. Nog datzelfde jaar scoorden ze met Ruby Is The One, maar hun eerste nummer 1 kwam er in 1972 met Memories. De hits volgden elkaar snel op. Love Of Life en Wild And Exciting zeggen me niks meer, maar uit 1973 herinner ik me nog heel goed Maybe Tomorrow, Maybe Tonight. Vervolgens vervaagde het vuur enkele jaren. In 1979 flakkerde het echter weer op met internationaal succes voor Weekend, een niemendalletje dat als een calypso begon en rond reggaeritmes was opgebouwd. Toen was bassist Bert Ruiter net van Focus overgekomen. Die muzikant had op dat moment al een relatie met Jerney Kaagman en schijnt vandaag nog altijd met haar samen te wonen.

In 2003 verwerkte de Duitse danceformatie Scooter het refrein uit Weekend van Earth & Fire in een enerverend ding met dezelfde titel. Dat het toch een Europese hit werd – het stond ook vier weken in de Ultratop – was misschien mede te danken aan het feit dat er in de videoclip flink wat blote borsten voorbijkwamen. Verdorven geesten konden er een knipoog naar Jerney Kaagman in zien. De zangeres die voor de hoes van sommige persingen van het debuut Earth & Fire naakt poseerde naast de mannen van de band in bontjassen, legde in mei 1983 haar kleren af voor de eerste editie van de Nederlandstalige ‘Playboy’.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

08-07-17

Zaterdag 8 juli 2017

Johnny B. Goode

Chuck Berry

 

DE ANDERE JOHNNIE

Op deze dag in 1924 werd Johnnie Johnson geboren. Deze jazz- en bluespianist heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van rock-‘n-roll en ligt aan de basis van het succes van Chuck Berry. Maar dat laatste weten we pas sedert de documentaire ‘Hail! Hail Rock ‘n’ Roll’ uit 1987. Johnson, die toen de kost verdiende als buschauffeur, kreeg eindelijk erkenning en werd uitgenodigd om onder meer met Eric Clapton en George Thorogood te spelen.

JUkeChuck.jpgHet verhaal begint in 1952 als de jonge Chuck Berry gevraagd wordt een zieke muzikant te vervangen in Johnsons band The Sir John Trio. Een straffe gitarist is hij dan lang niet, maar hij ontwikkelt zich als zanger en zorgt vooral voor show. Binnen de kortste keren heet de groep The Chuck Berry Combo. Later versiert Berry een platencontract als solo-artiest, maar Johnnie Johnson blijft decennia in zijn begeleidingsband spelen. Op de B-kant van hun eerste single Maybellene staat Wee Wee Hour, een nummer dat het Sir John Trio al lang als een ‘instrumental’ speelde en waarvoor Berry gauw gauw een tekst had geschreven. Wel vermelden de ‘credits’ alleen zijn naam. Deze werkwijze bleef hij toepassen. Eigenlijk heeft Johnson meegeschreven aan veel hits van Chuck Berry. Die laatste zette Johnsons pianomuziek om in gitaargetokkel en pende er een meestal heel eenvoudige tekst bij. Maar alleen Berry werd opgetekend als componist. Pas in 2000, vijf jaar voor zijn dood, heeft Johnson een proces aangespannen om zijn deel te krijgen van de auteursrechten van een dozijn songs, waaronder Carol, Roll Over Beethoven, No Particular Place To Go en Sweet Little Sixteen. De rechtbank wees het verzoek af omdat er al te lange tijd over heen was gegaan.

Hoewel hier en daar - om Wikipedia niet te noemen - beweerd wordt dat Johnnie Johnson co-auteur is van de hit Johnny B. Goode, heeft hij zelf in een interview in 1998 verklaard dat hij niets te maken heeft met het ontstaan van die song. Hij speelt er zelfs niet op mee. “Aan veel nummers hebben Chuck en ik samengewerkt, maar niet aan dat.” In één adem vertelde hij dat het eigenlijk een ode aan hem was. “Hij zei me dat het een eerbetoon voor mij was. Ik wist er niets van.” Als je de tekst leest, lijkt die echter eerder over Chuck Berry dan over Johnnie Johnson te gaan. Het hoofdpersonage is geen pianist, maar een talentrijke gitarist. Berry heeft trouwens herhaaldelijk gezegd dat Johnny B. Goode gedeeltelijke autobiografisch is. In de oorspronkelijke tekst had hij het trouwens over een ‘colored boy’, maar hij veranderde dat in ‘country boy’ op aandringen van zijn platenlabel Chess dat vreesde dat de single anders niet zou gedraaid worden op de radio.

By the way, Chuck Berry voerde de figuur Johnny B. Goode op in tal van andere songs, waaronder Bye Bye Johnny, Johnny B. Blues en Go Go Go. In 1969 bracht hij het album Concerto In B. Goode uit. Daar staan maar vijf songs op en de afsluitende titeltrack is een instrumentaal nummer van meer dan achttien minuten.

   

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende