30-06-17

Vrijdag 30 juni 2017

Indépendance Cha Cha

Grand Kallé et l’Africa Jazz

 

ONAFHANKELIJKHEID

Op deze dag in 1960 werd Congo onafhankelijk. De ondertekening van de overeenkomst werd voorafgegaan door onderhandelingen in Brussel. Om de delegaties tussendoor te entertainen werd de populaire band Grand Kallé et l’African Jazz overgevlogen. ’s Avonds speelden ze in het Hotel Plaza, waar Le Grand Kallé – echte naam Joseph Kabasele Tshamala – overdag geëngageerde gelegenheidsliedjes componeerde, zoals Table Ronde en Indépendance Cha Cha. Dat laatste nummer, een oproep voor eenheid, werd een hit in heel het zwarte continent. Logisch, want in die tijd verwierven veel Afrikaanse staten de onafhankelijkheid.JukeInde.jpg

De titel van Indépendance Cha Cha gaf al aan welke muziek werd gespeeld door de groep die meestal kortweg als African Jazz werd aangekondigd. Zij waren de eersten die Latijns-Amerikaanse dansritmes verwerkten in een stijl die ‘Afrikaanse rumba’ – of, later, soukous – werd genoemd. Bij de vijftigste verjaardag van de onafhankelijk liep er een grote tentoonstelling in het Koninklijke Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. Daar heb ik uren doorgebracht in de ruimte die gewijd was aan deze muziek.

Niet alleen met zijn composities is Le Grand Kallé van grote invloed op de Congolese en bij uitbreiding Afrikaanse muziek geweest. Uit zijn groep stonden mensen op die solo of in andere formaties succes hadden, zoals Manu Dibango of Nico Kasanda en de in Brussel overleden Tabu Ley Rochereau, die samen Africa Fiesta vormden. Le Grand Kallé richtte ook een eigen platenlabel op, Subourboum Jazz, waar het werk van Franco Luambo’s TPOK Jazz werd uitgebracht.

In 2010 verwerkte de Belgisch-Congolese rapper Baloji heel intelligent Indépendance Cha Cha in Le Jour d’Après, het openingsnummer van zijn album Kinshasa Succursale.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

29-06-17

Donderdag 29 juni 2017

Dancing In The Dark

Bruce Springsteen

 

DANSEN MET MIJN OOM

Op deze dag in 1984 werd de fameuze clip van Dancing In The Dark opgenomen tijdens een concert van Bruce Springsteen and The E Street Band. Neen, het is geen van mijn lievelingsliedjes en Born In The U.S.A, de elpee waar het op stond, is in de verste verte niet een van mijn favoriete Springsteen-albums. Maar ik vertel graag het verhaal van de video.JukeDancing.jpg

Niemand minder dan Brian De Palma, de regisseur van pakweg ‘Carrie’, ‘The Untouchables’ en ‘Scarface’, maakte dit bekroonde pareltje. Hij had een dag eerder wat beelden geschoten tijdens een repetitie, maar de rest werd live gefilmd tijdens een concert in Saint Paul, in Minnesota. Wel was er wat in scène gezet. Zo werd Dancing In The Dark halfweg het optreden gebracht, op een moment dat het publiek op dreef was en Springsteen al fotogeniek bezweet. Nadat de camera’s van positie waren veranderd, werd het nummer nog een tweede keer gespeeld. Bruce Springsteen had nu eens geen gitaar omgord, maar volgens het scenario de handen vrij om een meisje uit het publiek op het podium te hijsen. Voor die rol had Brian De Palma Courteney Cox uitgekozen. Zij is een nicht van Springsteen. Hij is haar oom van moeders kant.

De clip was in ‘heavy rotation’ op MTV te zien en leverde de Boss de belangstelling van een jonger publiek op. Dancing In The Dark werd een grote hit en de clip kreeg allerlei prijzen. Maar ook Courteney Cox deed er haar voordeel mee. Ze mocht in ‘Family Ties’ de vriendin van Michael J. Fox spelen en met Jim Carrey was ze te zien in ‘Ace Ventura: Pet Detective’. Uiteindelijk werd ze wereldberoemd als Monica Geller in de serie ‘Friends’, een rol die ze meer dan tien jaar speelde. Merci, nonkel.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

28-06-17

Woensdag 28 juni 2017

Bluecoat Man

Diz And The Doormen

 

Jumpin' Jive

Joe Jackson

 

HET IS ALLEEN MAAR VOOR DE SAX

Op deze dag in 1846 verwierf Adolphe Sax een patent op de uitvinding die sedertdien zijn naam draagt: de saxofoon. Van toen ik als kind de fanfare zag voorbijtrekken, heb ik dat een aangenaam instrument gevonden. Vandaag waardeer ik die klanken vooral in andere genres. In de jazzsfeer is er keuze genoeg: Sonny Rollins, Charlie Parker, Wayne Shorter, Branford Marsalis of John Coltrane. Als het wat smooth moet zijn, draai ik Grover Washington Jr., bijvoorbeeld het door Bill Withers gezongen Just The Two Of Us van de succesplaat Winelight uit 1980.

Ik weet het uit een BBC-documentaire: toen Bruce Springsteen zijn begeleidingsgroep The E Street Band oprichtte, wou hij absoluut dat er een saxofoonspeler bij was. Hij had dat gezien bij The Dave Clark Five, indertijd een van zijn idolen. Na een scène die bezongen wordt in Tenth Avenue Freeze Out – ‘And the big man joined the band’ – werd Clarence Clemons de blazer van dienst. Toen hij overleed, werd hij vervangen door zijn neef Jake Clemons. Die loopt letterlijk in de voetsporen van zijn nonkel. Op het podium draagt hij namelijk altijd oude schoenen van ‘The Big Man’.

Het ultieme saxnummer vind ik Cure For Pain uit het gelijknamige album van Morphine. De song drijft op de jazzy ‘low rock’ van Dana Colley, die bariton- en tenorsax speelde bij die band. Tijdens concerten nam hij die twee instrumenten soms tegelijk in de mond.

“When I want sax I call Candy”, zei Prince. Candy Dulfer, bedoelde hij. Ze speelde inderdaad met ‘de purpere’ en trad ook op met Van Morrison, die nochtans zelf saxofoon speelt van in zijn tienerjaren. Als dochter van Hans Dulfer kreeg Candy de sax met de paplepel binnen. Wanneer men iets van de Nederlandse saxofoniste draait, is dat nogal vaak Lily Was Here, dat ze samen met Dave Stewart van Eurythmics opnam voor de soundtrack van de film ‘De Kassière’. Maar ze heeft veel leuker, funky werk uit haar lippen geperst. Upstairs bijvoorbeeld, een heel aanstekelijk fragment uit het album Big Girl.

JukeSax1.jpgJukeSax2.jpgJukeSax3.jpgNeem me niet kwalijk dat ik deze gelegenheid aangrijp om een saxofonist in de kijker te zetten die minder bekend is bij een breed publiek, maar die meespeelt op tal van mijn favoriete elpees. Zijn naam is Pete Thomas, niet te verwarren met de gelijknamige drummer van Elvis Costello & The Attractions. Vandaag komt hij aan de kost als producer en componist van televisie- en filmsoundtracks. Maar er was een tijd dat hij zijn saxkunsten verhuurde. Zo kwam ik, als fervente lezer van kleine lettertjes op hoezen, hem tegen op elpees van Dana Gillespie en het album Jumpin’ Jive van Joe Jackson, dat dreef op blazers. Hij is uiterst links te herkennen op de ‘back cover’ (foto 1). In de clip hieronder zie je hem uiterst rechts in beeld, hij is die blazer met de bril. Ook poseerde hij naast Richard Thompson op de achterkant van Hand Of Kindness, een plaat uit mijn top-10 aller tijden, waarop hij in verschillende nummers te horen is. Ik kan online alleen foto’s van de voorkant vinden (foto 2). Op het album Bluecoat Man van Diz and The Doormen – ook een lieveling van mij – staat een foto van een soort straatconcert (foto 3). Pete Thomas is in het midden van het beeld te herkennen. In die tijd ontmoette ik hem eens backstage. In mijn herinnering was het in Peer, misschien wel toen het bluesfestival daar nog ‘Peerse Fieste’ heette. Ik zie ons nog staan tussen de containers en chemische toiletten. Backstage was toen nog geen ‘Club Med’. De website van ‘Blues Peer’ maakt duidelijk dat Diz and The Doormen daar nooit op de affiche hebben gestaan, maar misschien was hij er in de begeleidingsband van een andere artiest. Soit, ik vertelde hem over die schijf en die hoesfoto. Hij viel uit de lucht, hij had geen idee dat die plaat ooit was uitgebracht. Zo ging dat toen.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

27-06-17

Dinsdag 27 juni 2017

Lawdy Miss Clawdy

Elvis Presley

 

IN ZWART LEDERJukeElvis.jpg

Oorspronkelijk was het van Lloyd Price, Elvis Presley nam het in 1956 op voor zijn debuut. Het verscheen echter pas als een van de bonustracks op een re-release van dat album. Maar Lawdy Miss Clawdy klinkt het allerbeste in Elvis’ uitvoering van vandaag 49 jaar geleden, live in Studio 4 van de televisiezender NBC in het Californische Burbank. Het was voor de eerste keer in zeven jaar dat de King optrad. Je zou het een voorloper van 'MTV Unplugged' kunnen noemen. Het leek wel een spontane jamsessie, maar alles was goed geregisseerd. Het publiek, dat rond Presley en zijn begeleiders zat als rond een boksring, was zorgvuldig uitgezocht. En jonge vrouwen kregen de eerste rij toegewezen. Zij moesten aantonen dat Elvis niet verworden was tot een crooner voor bejaarden. De zanger zag er stoer uit in zijn zwarte lederen jack. Hij maakte graag grapjes met zijn trouwe begeleidingsmuzikanten, gitarist Scotty Moore en drummer D.J. Fontana, die op een gitaarkist trommelde. Ook richtte hij zich tijdens Love Me Tender tot Priscilla, die tussen de toeschouwers zat, en plaagde haar lachend met de zin “You’ve made my life a wreck… euh… complete.”

Verschillende concerten werden op enkele dagen ingeblikt. Slechts een klein deel van die beelden kreeg, naast talrijke andere opnamen, een plaats in het televisieprogramma ‘Elvis’ dat voor het eerst op 3 december 1968 werd uitgezonden. Gewoonlijk heeft men het over de ‘68 Comback Special’. Sedert het eens op Nederland 3 was te zien, staat het op mijn harde schijf. En als ik er nog eens naar kijk, spoel ik na Lawdy Miss Clawdy altijd terug om het nog eens te horen.

 

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

26-06-17

Maandag 26 juni 2017

Knock On Wood

Eddie Floyd

 

HOUT VASTHOUDEN

Vandaag wordt Eddie Floyd tachtig. Hij heeft veel op zijn palmares, maar de goegemeente kent hem voornamelijk van Knock On Wood uit 1966. Als jonge tiener, lang voor ik besef had van wat soul was, laat staan dat ik wist wat het platenlabel Stax betekende in de muziekgeschiedenis, hield ik al van dat liedje. Vandaag kan ik het nog woord voor woord meezingen. JukeWood.jpg

Eddie Floyd schreef Knock On Wood met Steve Cropper, een gerenommeerd sessiemuzikant en gitarist van het huisorkest van Stax, dat we inmiddels kennen als Booker T. and the MG’s. Hoe dat in zijn werk ging, vertellen de twee uitgebreid in het op augustus gedateerde maandblad Uncut, dat nu in de winkel ligt. Het gebeurde in het Lorraine Motel in Memphis, de plek waar Martin Luther King in 1968 werd doodgeschoten. Ze gingen daar wel eens vaker in alle rust aan een song sleutelen. Als de bruidssuite niet bezet was, kregen ze die toegewezen.

‘It’s like thunder and lightning. The way you love me is frightening.’ Zulke zinnen vallen niet uit de lucht. Of net wel. De song werd geschreven tijdens een hels onweer. Vandaar de inspiratie. Eddie Floyd in Uncut: “Ik vertelde Steve dat mijn broer bang was voor onweer.” Steve Cropper: “Dus dachten we het eens over bijgeloof te hebben. Van zwarte katten tot onder ladders lopen, alles passeerde de revue, maar het lukte ons niet.” Hij vroeg aan zjin compagnon: “What do people for good luck?” Eddie Floyd klopte op tafel en zei: “Knock on wood.” Toen hadden ze het.

Het nummer werd de volgende dag al opgenomen, met een door trompettist Wayne Jackson geschreven blazerarrangement, met Steve Cropper op gitaar, Donald ‘Duck’ Dunn op bas, Isaac Hayes aan de piano en Al Jackson Jr. achter het drumstel. Het was die laatste die tijdens de opname afkwam met het idee een stop in te bouwen. ‘I’d better knock – boom boom boom boom – on wood.’ Dat werd de ‘hook’ van de song.

Knock On Wood van Eddie Floyd werd een Amerikaanse nummer 1. Tientallen covers volgden. Al in 1967 brachten Otis Redding en Carla Thomas het als een duet. De meest succesvolle uitvoering was echter het discodingetje dat Amii Stewart ervan maakte. Dat werd zelfs twee keer een topper. Eerst in 1979 en daarna bij de re-release in 1985. In Uncut zegt Steve Cropper tot mijn verbazing dat hij haar cover ‘a realy nice version’ vindt. The American Breed nam het op, David Bowie bracht een live-versie als single uit en Eric Clapton zette Knock On Wood op de elpee Behind The Sun. Toen Eddie Floyd Claptons cover had gehoord, zei hij tegen Duck Dunn: “Man, it sounds real close to our version.” Vooral de baslijn vond hij gelijkend. Dat was niet toevallig. Duck Dunn antwoordde: “That’s me, big dummy, playing bass!”

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be