13-09-17

Woensdag 13 september 2017

Spinning Wheel

Blood, Sweat & Tears

 

DE CIRKEL IS ROND

Vandaag viert David Clayton-Thomas zijn 76ste verjaardag. Nadat hij van Toronto naar New York was verhuisd, werd deze Canadees de zanger van Blood, Sweat & Tears, een Amerikaanse jazzrockformatie die uit liefst acht muzikanten bestond, onder wie vier blazers die de karakteristieke sound van de band bepaalden. Clayton-Thomas sloot wel pas aan bij de groep nadat stichter Al Kooper was opgestapt. Het gezelschap gaf de indruk met een propere lei te willen beginnen. Daarom noemden ze de eerste elpee met de nieuwe zanger gewoon Blood, Sweat & Tears, wat de verkeerde indruk wekte dat het om hun eerste worp ging. Het album dat in december 1968 uitkwam, bevatte drie grote hits. And When I Die was een cover van de onvolprezen Laura Nyro en You Made Me So Very Happy was oorspronkelijk een Tamla Motown-productie van Brenda Holloway. Het meeste succes was er voor Spinning Wheel en dat was een compositie van David Clayton-Thomas zelf. Als entree kon dat tellen.JukeBlood1.jpg

‘What goes up, must come down’, begint de song die van voor tot achter een metafoor is voor levenscycli, de rondjes die elke mens draait. Niet alleen het spinnenwiel wordt als symbool gebruikt, ook de paardenmolen: ‘Ride a painted pony’. Vooral in dit fragment is te horen dat de auteur zich liet inspireren door The Circle Game van Joni Mitchell, een nummer met eenzelfde thema en met de zin ‘The painted ponies go up and down’. Joni Mitchell was een landgenote en David Clayton-Thomas kende haar al voor ze een plaat had uitgebracht. Pas in 1970 nam ze The Circle Game zelf op, maar toen waren er wel al versies van Buffy Saint-Marie en Tom Rush.

Op de elpee duurt Spinning Wheel meer dan vier minuten, op de single werd de song teruggebracht tot 2’39”. Niet alleen een trompetsolo, maar ook het vreemde slot werden eruit geknipt. Ze eindigden namelijk met O, Du Lieber Augustin, een Oostenrijks volksdeuntje uit het begin van de negentiende eeuw. Je hoort de drummer Bobby Colomby “That wasn’t too good’ zeggen, waarna de anderen in lachen uitbarsten. Nooit was het de bedoeling die spielerei op te nemen, maar de studiotechnicus had de band laten lopen.

Spinning Wheel werd een grote hit in 1969 en Blood, Sweat & Tears was dus een gegeerde groep voor de organisatoren van Woodstock. Samen met Jimi Hendrix bood men hen de hoogste gage van iedereen op de legendarische festivalaffiche. “Achteraf maakte dat wel niets uit”, heeft Clayton-Thomas eens gezegd, “want uiteindelijk is geen enkele artiest betaald voor zijn optreden op Woodstock.”

Beluister het hieronder eens, maar niet te lang, hé, je hoort het meteen in de intro. Milli Vanilli plunderde ongegeneerd Spinning Wheel voor hun hit All Or Nothing uit 1990. Je kan niet anders verwachten van zo’n fake clubje. David Clayton-Thomas kreeg het te horen van de tienerzoon van een vriend. Hij won een proces en staat sedertdien ook vermeld als componist van het Milli Vanilli-liedje.

Er bestaan echter ook tal van legale covers van Spinning Wheel, opmerkelijk vaak van zangeressen. Ik beperk de opsomming tot Peggy Lee, Shirley Bassey, Barbara Eden en Nancy Wilson. Met Barry Gibb als producer nam P.P.Arnold in 1970 ook een versie op, maar die werd nooit uitgebracht. En wat lees ik nu vandaag in het jongste nummer van het muziekblad Mojo? Het gaat er alsnog van komen. Op 6 oktober verschijnt Arnolds cd The Turning Tide. Daar zullen niet alleen haar ‘lost’ opnames met Barry Gibb op staan, maar ook enkele nummers met Eric Clapton. Nadat ze had opgetreden met Delaney & Bonnie & Friends werd ze in mei 1970 uitgenodigd als studiozangeres voor een sessie met naast Clapton ook drummer Jim Gordon, bassist Carl Radle en toetsenist Bobby Whitlock. “Those where in fact the first recordings of Derek And The Dominos”, lacht ze in Mojo. 

 

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

Post een commentaar