14-09-17

Donderdag 14 september 2017

Mambo No 5

Perez Prado

 

HET STEEKT NIET OP EEN MAMBO

Op deze dag in 1989 overleed Perez Prado, de man die de mambo wereldwijd verspreidde. Officieel heet hij Dámaso Pérez Prado, op zijn platenhoezen staat er nu eens een accent op de eerste ‘e’, dan weer niet. Laat ons het er maar zonder doen, dat tikt vlotter.

Perez Prado werd geboren in Cuba, maar nam het staatsburgerschap van Mexico aan nadat hij in dat land een succesvolle band was begonnen. Snel specialiseerde hij zich in de mambo, een variant van de Cubaanse danzón. Hij werd zelfs de koning van de mambo genoemd, een verwijzing naar de albumtitel Il Re Del Mambo. Voor wie zich wil verdiepen in Latijns-Amerikaanse muziekstijlen kan ik de boeken ‘De klank van de houten druppel’ en ‘Tussen vrijheid en beteugeling – Van rumba tot salsa’ van oude makker Huib Billiet aanbevelen. JukePrado.jpg

Hoewel er tal van andere versies van bestaan, zijn er een aantal nummers die me altijd aan Perez Prado herinneren. Toen ik nog een kind was, hadden we platen van hem in huis. In de jaren vijftig was Latijns-Amerikaanse muziek heel populair, ook hier. Denk maar aan het orkest van Nico Gomez, de vader van Raymond van het Groenewoud. Jack Kerouac heeft het zelfs over dansen op muziek van Prado in zijn klassieker ‘On The Road’ uit 1957.

Bij hem waren het instrumentale nummers, maar vaak werden ze ook bekend in gezongen versies. Zo was er zijn zelfgeschreven nummer 1 Patricia uit 1950, later nog door Perry Como gecoverd en te horen tijdens de stripteasescène in ‘La Dolce Vita’ van Federico Fellini. Nog bekender is Cherry Pink And Apple Blossom White, oorspronkelijk Cerisier Rose Et Pommier Blanc van Jacques LaRue en Louis Gugliemi. Perez Prado maakte zijn versie in 1954 voor de film ‘Underwater!’ met Jane Russell. Opvallend is de trompetsolo van Billy Regis. De single bleef liefst tien weken lang op de eerste plaats staan in de Amerikaanse hitparade. Ik heb hier nog een leuke versie op de elpee Butt Rockin’ van The Fabulous Thunderbirds uit 1981. 

En dan is er nog Mambo No 5, bij jongere mensen vooral bekend in de versie van Lou Bega, die gewoon een Duitser was, overigens. Hij schreef er een tekst over een lange lijst liefjes bij. Dat gaat van Angela en Pamela over Sandra en Erica tot Tina en Jessica, als het maar eindigt op een ‘a’. Er komt ook een Monica in voor en – hoewel op de conventie van de Democraten in 2000 nog vaak gedraaid – was de song daarom taboe tijdens de verkiezingscampagne van Bill Clinton.

Hoe laag ze in Groot-Brittannië kunnen vallen, bleek nog maar eens toen Mambo No 5 in 2001 een nummer 1 werd in de uitvoering van… Bob de Bouwer.

Maar het origineel was dus van het orkest van Perez Prado. Hij had het trouwens zelf op papier gezet. Tja, hij schreef zo veel mambo’s, hij kon er niet altijd titels voor bedenken. En dus begon hij zijn composities maar te nummeren. Naast Mambo No 5 is ook Mambo No 8 bekend, maar gelukkig niet gecoverd door Lou Bega.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

Post een commentaar