30-09-17

Zaterdag 30 september 2017

Claudette

Roy Orbison

 

IN ZWART EN WIT

Vandaag dertig jaar geleden trad Roy Orbison op in de Coconut Grove, een nachtclub in het Ambassador Hotel in Los Angeles. Het concert was speciaal georganiseerd voor een televisieprogramma dat vier maanden later werd uitgezonden. Alles werd in zwart-wit gefilmd, vandaar de titel A Black And White Night. Al kan dat ook slaan op de man en zijn werk. Bij deze dertigste verjaardag verschenen eerder dit jaar een cd en een dvd, ook met nummers die nooit op het tv-scherm te zien waren. Ik heb er ter voorbereiding van deze bijdrage nog eens naar gekeken.

JukeRoy.jpgKris Kristofferson en tal van Hollywoodvedetten zitten in de zaal. Maar op het podium is het pas een ware vedettenparade. Achter hem staat de voormalige begeleidingsband van Elvis Presley, de TCB Band, met onder meer Glen D. Hardin. Ook tal van artiesten die Orbison altijd als een idool hebben gezien, spelen mee. Je herkent Elvis Costello, Bruce Springsteen, Tom Waits, Jackson Browne, J.D.Souther en T-Bone Burnett. Voor de nummers die vrouwenstemmen vergen, treden onder meer Bonnie Raitt, Jennifer Warnes en K.D. Lang aan. Nooit komen ze op de voorgrond, alleen Bruce Springsteen kan zich niet inhouden en staat eens recht voor een solo. Voor de rest blijft iedereen op de achtergrond zingen en zitten al die grote heren gewoon op een stoel gitaar te spelen, als in een jazzbandje uit de jaren vijftig. Op geen enkel moment proberen ze de show te stelen. Nooit eerder heb ik Tom Waits met zoveel pret achter een orgeltje zien zitten. Ook voor de rest straalt iedereen speelplezier uit.

Er kan bij hoge uitzondering een fluisterend ‘thank you’ af, maar verder spreekt Roy Orbison geen woord. Die mens heeft altijd een trieste uitstraling. Dat lijkt me logisch als je weet dat hij twee zonen in een huisbrand heeft verloren en zijn vrouw voor zijn ogen verongelukte in een motorongeval. Hij zou naast Johnny Cash de bijnaam ‘man in black’ kunnen claimen. Het kan daarom vreemd klinken hoe opgewekt hij Claudette brengt, een nummer dat hij in 1957 schreef toen hij trouwde met de zestienjarige Claudette Frady. Het werd geen hit voor hem, maar wel voor The Everly Brothers in 1958.

 Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

29-09-17

Vrijdag 29 september 2017

Rapper’s Delight

Surgarhill Gang

 

DE MOEDER VAN DE HIPHOP

Het is vandaag zes jaar geleden dat Sylvia Robinson overleed. Zij wordt de moeder van de hiphop genoemd, maar vooraleer ze die titel verdiende, had ze al een lange weg in de muziekindustrie afgelegd. Geboren als Sylvia Vanderpool trad ze al in de jaren vijftig op als Little Sylvia. Later vormde ze met Mickey Baker het duo Mickey & Sylvia dat in 1957 een hit had met Love Is Strange van Bo Diddley, in 1987 nog te horen in de film ‘Dirty Dancing’. Ze nam de familienaam van haar man aan na haar huwelijke met muzikant Joe Robinson. Op het einde van de seventies stichtten de Robinsons Sugar Hill Records, het label dat van hiphop zijn handelsmerk maakte. Het is in die tijd dat zij de bijnaam ‘Mother Of Hip-Hop’ kreeg, omdat ze als co-auteur en producer onder meer verantwoordelijk was voor de eerste successen in die stijl, zoals The Message van Grandmaster Flash and The Furious Five en White Lines (Don’t Don’t Do It) van Grandmaster Melle Mel.

JukeSugar.jpgSylvia Robinson deed echter ook de productie van een historisch standaardnummer in het genre: Rapper’s Delight van Surgarhill Gang, waarvan ze ook mede-songwriter was. Het is deze song die hiphop bekend maakte bij een breed publiek. Zelfs wie niet van de muziek hield, leerde de term kennen dankzij de openingszin ‘Hip-hop, hippie to the hippie, to the hip-hip-hop and you don’t stop.’

Rapper’s Delight is in drie versies uitgebracht. Een ingekorte uitvoering van zes minuten en half op 12 inch en een radiosingle van 3’55”. Maar het origineel, dat ik op maxisingle heb, duurde 14’35”. Als je het nu hoort, kan je het haast niet geloven, maar het nummer is in één take opgenomen. Het mag een wonder heten dat niemand ook maar een keertje over zijn tong is gestruikeld.

Het is niet moeilijk om in Rapper’s Delight fragmenten uit Good Times van Chic te herkennen. In die dagen trad Chic samen met Blondie en The Clash op in New York. Op een vrije avond ging Nile Rodgers met Debbie Harry naar een nachtclub en toen hij op de dansvloer stond, hoorde hij tot zijn grote verbazing stukjes van zijn song in een ander nummer. Via de dj kreeg hij de nodige informatie en samen met Bernard Edwards, de man van de baslijn in Good Times, sleepte hij Sugar Hill Records voor de rechter. Na een minnelijke schikking worden sedertdien ook hun namen als auteurs vermeld. Verder staat ook Grandmaster Caz in de lange rij auteurs. Hij had zijn notitieboekje uitgeleend aan de jongens van Sugar Hill Gang en die citeerden er rijkelijk uit. Als eerbetoon vernoemden ze wel zijn bijnaam Casanova Fly in een van de rapstukken. Opmerkelijk is dat de auteurs van Here Comes That Sound Again, een discohit van de Britse studiogroep Love De-Luxe, geen processen hebben gevoerd. Nochtans is hun werkstuk verhaspeld in de intro van Rapper’s Delight. Misschien hebben ze het wel zo gelaten omdat in die tijd niemand meer wist wie van wie pikte.

Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be

28-09-17

Donderdag 28 september 2017

Take It Easy

Eagles

 

OP DE HOEK

Zoals nu al achttien jaar in het laatste weekend van september begint vandaag het ‘Standin’ On The Corner Festival’ in Winslow, in Arizona. ‘Standin’ on the corner in Winslow, Arizona, such a fine sight to see.’ Herken je het? Inderdaad dat is een zin uit Take It Easy. Jackson Browne schreef het begin van die song, maar kon er geen eind aan breien. Dus gaf hij het aan zijn toenmalige buurman in Los Angeles, Glenn Frey. Die klaarde de klus en nam het in 1972 op als eerste single van zijn band Eagles. Later heeft Jackson Browne het ook op zijn elpee For Everyman gezet.

In Winslow, een stadje langs de Route 40, op weg van Californië naar New Mexico, waren ze zo blij met de vermelding, dat ze er een standbeeld van een man op de hoek van een straat plaatsten. Er werd nog een park aangelegd ook, het ‘Standin’ On The Corner Park’. En daar vindt het festival plaats. Zo zie je maar wat een plaatje allemaal kan veroorzaken…

 Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

27-09-17

Woensdag 27 september 2017

Stop And Think It Over

Dale & Grace

 

DENK ER EENS OVER jUKEdALE.jpg

Vandaag tien jaar geleden overleed Dale Houston aan een hartaanval. Met zangeres Grace Broussard vormde hij het duo Dale & Grace. In 1963 scoorden ze met I’m Leaving It Up To You, oorspronkelijk een werkstuk van Don & Dewey uit 1957. Dat laatstgenoemde duo, bestaande uit Don Harris en Dewey Terry, had de song zelf geschreven, maar kon met de eigen versie geen succes boeken. I’m Leaving It Up To You werd niet alleen een Amerikaanse nummer 1 voor Dale & Grace. Linda Ronstadt zette het op het album Silk Purse en Cliff Richard blikte het in met Olivia Newton-John. Maar het waren broer en zus Donny & Marie Osmond die het in 1974 opnieuw naar de hoogste top kweelden. Zij verlengden de titel met één woordje tot I’m Leaving It All Up To You, zoals trouwens de openingszin luidt.

Door onderling geruzie kwam er snel een eind aan de samenwerking van Grace Broussard en Dale Houston. De titel van hun tweede hit leek in 1964 die breuk te voorspellen: Stop And Think It Over. Nog hetzelfde jaar werd dat het debuut van een zangeres die we vandaag als Liliane Saint-Pierre kennen, maar die toen nog alleen haar voornaam op de platenhoesjes liet drukken. De hoogste positie die haar single bereikte in de BRT Top-30 was de vijfde plaats. Met We Gotta Stop had het nummer een Engelse titel, maar de tekst was verder helemaal in het Nederlands. De vertaling bleef trouwens heel dicht bij het origineel. Ook bij haar voelden de verliefden zich te jong om elkaar eeuwig trouw te zweren. ‘We’ve got to stop and think it over. Before we say we’re in love’ werd ‘We gotta stop. Denk er eens over voor dat je zegt ik hou van jou’. Op de B-kant stond Ik Wil Vrij Zijn, een vertaling van You Don’t Own Me van Lesley Gore.

 Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

26-09-17

Dinsdag 26 september 2017

Looking For Clues

Robert Palmer

 

STRAK IN HET PAK

Op deze dag in 2003 overleed Robert Palmer in Parijs aan een hartaanval na een avondje uit. De Britse zanger, muzikant en songschrijver was nog maar 54.

jukePalm1.jpgJukePalm2.jpgIn het begin van de jaren zeventig speelde Robert Palmer gitaar in Vinegar Joe, een bluesy band waarin Elkie Brooks (Pearl’s A Singer) als een kruising van Janis Joplin en Tina Turner te keer ging. De groep heeft maar drie platen uitgebracht, maar had een levendige live-reputatie. Geregeld leg ik hun elpee Six Star General uit 1973 nog eens op. Die begint fantastisch met Proud To Be A Honky Woman. Als ze het zingt, voel je dat ze het meent. Eigenlijk was Palmer daar een vreemde eend in de bijt. Ooit las ik de volgende vergelijking. De band bestond uit hippies die naar patchouli geurden, terwijl hij toch eerder het type was dat Paco Rabane op had. Zo werd hij later inderdaad altijd afgebeeld, de modebewuste jongen in een gestileerd kostuum.

jukePalm3.jpgJukePalm4.jpgIn 1974 bracht hij zijn eerste soloalbum uit, Sneakin’ Sally Through The Alley. De titeltrack is een bekende song van Allen Toussaint. Niet alleen Toussaints begeleindingsband The Meters speelde mee, maar ook Lowell George van Little Feat. De A-kant opende trouwens met zijn Sailin’ Shoes, de titeltrack van de tweede elpee van Little Feat. Een tijdlang trok Robert Palmer ook met Little Feat op tournee. Dat was een tevergeefse poging om zijn elpee Pressure Drop te promoten. Daarop was veel reggae te horen. De plaat was dan ook genoemd naar zijn cover van een hit van Toots & The Maytals. De hoes van Pressure Drop trok meer aandacht dan de songs van de elpee. Terwijl we Robert Palmer in een strak pak zien poseren voor een overduidelijke recent gebruikt hotelkamerbed staat op de achtergrond, op het balkon, een naakte vrouw op naaldhakken. Het imago van de goedgeklede en knappe verleider, werd op latere hoesfoto’s nog meer uitgespeeld. Op Riptide lacht hij op de voor- en achterkant in close-up zijn hagelwitte tanden bloot. Zijn getaande huid dankt hij aan het feit dat hij dan op de Bahamas woont. Ik heb ze nu hier allemaal naast mij liggen. Op de achterkant van mijn Palmer-favoriet Double Fun uit 1978 staat hij haast identiek afgebeeld. Op de voorkant wordt nog duidelijker gespeeld met zijn sexy imago en de dubbelzinnige albumtitel. Hij ligt in een zwembad en leunt op de rand, waarop twee doorweekte bikini’s liggen. Het is op Double Fun dat eigenlijk zijn doorbraakhits staan. Dat was Every Kinda People van Andy Fraser in de V.S. en Best Of Both Worlds in Europa. Blijkbaar immer zoekend naar afwisseling koos hij voor zijn volgende album Secrets resoluut voor rock, wat hem een hit opbracht met Bad Case Of Loving You. Ik heb het origineel van Moon Martin – en nog wat van zijn platen – in mijn kast staan. Ik zal het bij gelegenheid ook eens over hem hebben. Later ging Robert Palmer nog meer rocken. Denk maar aan Addicted To Love, Simply Irristible en I Didn’t Mean To Turn You On, allemaal voorzien van clips waarin hij, weer proper in het pak, omringd werd door schoonheden in kleren die hun lichaamsvormen allesbehalve konden verbergen. Hetzelfde geldt voor Some Like It Hot, halfweg de jaren tachtig een hit voor The Power Station, een band die hij toen vormde met gitarist Andy Taylor van Duran Duran en drummer Tony Thompson van Chic.

Tussendoor was Robert Palmer er in geslaagd om – weer in een totaal andere stijl – een jonger publiek aan te spreken met de elpee Clues uit 1981. Ik weet niet meer waar ik het hem hoorde vertellen, maar Tomas De Soete heeft eens gezegd dat het zijn lievelingsplaat aller tijden is. Of dat een referentie mag zijn, laat ik aan u over. Plots moest het synthpop zijn, al stond de techniek nog in zijn kinderschoenen. “We waren meer met schroevendraaiers en machines in de weer dan met instrumenten”, heeft Palmer eens gezegd in het magazine Q. Zo ging dat toen, zeker als je toetsenist Gary Numan van Tubeway Army en drummer Chris Frantz van Talking Heads inhuurde als producers. Het leverde successingles op als Johnny And Mary en Looking For Clues. Ja, later viel hij nog meer op met zijn heupwiegende vrouwen, maar het is met dit laatste nummer dat hij doordrong in de MTV-wereld. Meer, zijn Clues-clip – met dat dansje op de xylofoonsolo – werd zelfs vertoond op de allereerste uitzenddag op 1 augustus 1981. Mensen die dat bijhouden, weten dat het als 32ste nummer op het televisiescherm te zien was. En voor wie nog zotter is van cijfers: ik heb zelfs ergens gevonden dat Looking For Clues vijf weken na mekaar op de 33ste plaats in de Britse hitparade heeft gestaan. Het zo lang uithouden op zo’n stek is een unieke prestatie.

Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be