26-09-17

Dinsdag 26 september 2017

Looking For Clues

Robert Palmer

 

STRAK IN HET PAK

Op deze dag in 2003 overleed Robert Palmer in Parijs aan een hartaanval na een avondje uit. De Britse zanger, muzikant en songschrijver was nog maar 54.

jukePalm1.jpgJukePalm2.jpgIn het begin van de jaren zeventig speelde Robert Palmer gitaar in Vinegar Joe, een bluesy band waarin Elkie Brooks (Pearl’s A Singer) als een kruising van Janis Joplin en Tina Turner te keer ging. De groep heeft maar drie platen uitgebracht, maar had een levendige live-reputatie. Geregeld leg ik hun elpee Six Star General uit 1973 nog eens op. Die begint fantastisch met Proud To Be A Honky Woman. Als ze het zingt, voel je dat ze het meent. Eigenlijk was Palmer daar een vreemde eend in de bijt. Ooit las ik de volgende vergelijking. De band bestond uit hippies die naar patchouli geurden, terwijl hij toch eerder het type was dat Paco Rabane op had. Zo werd hij later inderdaad altijd afgebeeld, de modebewuste jongen in een gestileerd kostuum.

jukePalm3.jpgJukePalm4.jpgIn 1974 bracht hij zijn eerste soloalbum uit, Sneakin’ Sally Through The Alley. De titeltrack is een bekende song van Allen Toussaint. Niet alleen Toussaints begeleindingsband The Meters speelde mee, maar ook Lowell George van Little Feat. De A-kant opende trouwens met zijn Sailin’ Shoes, de titeltrack van de tweede elpee van Little Feat. Een tijdlang trok Robert Palmer ook met Little Feat op tournee. Dat was een tevergeefse poging om zijn elpee Pressure Drop te promoten. Daarop was veel reggae te horen. De plaat was dan ook genoemd naar zijn cover van een hit van Toots & The Maytals. De hoes van Pressure Drop trok meer aandacht dan de songs van de elpee. Terwijl we Robert Palmer in een strak pak zien poseren voor een overduidelijke recent gebruikt hotelkamerbed staat op de achtergrond, op het balkon, een naakte vrouw op naaldhakken. Het imago van de goedgeklede en knappe verleider, werd op latere hoesfoto’s nog meer uitgespeeld. Op Riptide lacht hij op de voor- en achterkant in close-up zijn hagelwitte tanden bloot. Zijn getaande huid dankt hij aan het feit dat hij dan op de Bahamas woont. Ik heb ze nu hier allemaal naast mij liggen. Op de achterkant van mijn Palmer-favoriet Double Fun uit 1978 staat hij haast identiek afgebeeld. Op de voorkant wordt nog duidelijker gespeeld met zijn sexy imago en de dubbelzinnige albumtitel. Hij ligt in een zwembad en leunt op de rand, waarop twee doorweekte bikini’s liggen. Het is op Double Fun dat eigenlijk zijn doorbraakhits staan. Dat was Every Kinda People van Andy Fraser in de V.S. en Best Of Both Worlds in Europa. Blijkbaar immer zoekend naar afwisseling koos hij voor zijn volgende album Secrets resoluut voor rock, wat hem een hit opbracht met Bad Case Of Loving You. Ik heb het origineel van Moon Martin – en nog wat van zijn platen – in mijn kast staan. Ik zal het bij gelegenheid ook eens over hem hebben. Later ging Robert Palmer nog meer rocken. Denk maar aan Addicted To Love, Simply Irristible en I Didn’t Mean To Turn You On, allemaal voorzien van clips waarin hij, weer proper in het pak, omringd werd door schoonheden in kleren die hun lichaamsvormen allesbehalve konden verbergen. Hetzelfde geldt voor Some Like It Hot, halfweg de jaren tachtig een hit voor The Power Station, een band die hij toen vormde met gitarist Andy Taylor van Duran Duran en drummer Tony Thompson van Chic.

Tussendoor was Robert Palmer er in geslaagd om – weer in een totaal andere stijl – een jonger publiek aan te spreken met de elpee Clues uit 1981. Ik weet niet meer waar ik het hem hoorde vertellen, maar Tomas De Soete heeft eens gezegd dat het zijn lievelingsplaat aller tijden is. Of dat een referentie mag zijn, laat ik aan u over. Plots moest het synthpop zijn, al stond de techniek nog in zijn kinderschoenen. “We waren meer met schroevendraaiers en machines in de weer dan met instrumenten”, heeft Palmer eens gezegd in het magazine Q. Zo ging dat toen, zeker als je toetsenist Gary Numan van Tubeway Army en drummer Chris Frantz van Talking Heads inhuurde als producers. Het leverde successingles op als Johnny And Mary en Looking For Clues. Ja, later viel hij nog meer op met zijn heupwiegende vrouwen, maar het is met dit laatste nummer dat hij doordrong in de MTV-wereld. Meer, zijn Clues-clip – met dat dansje op de xylofoonsolo – werd zelfs vertoond op de allereerste uitzenddag op 1 augustus 1981. Mensen die dat bijhouden, weten dat het als 32ste nummer op het televisiescherm te zien was. En voor wie nog zotter is van cijfers: ik heb zelfs ergens gevonden dat Looking For Clues vijf weken na mekaar op de 33ste plaats in de Britse hitparade heeft gestaan. Het zo lang uithouden op zo’n stek is een unieke prestatie.

Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

25-09-17

Maandag 25 september 2017

If You Wanna Get To Heaven

The Ozark Mountain Daredevils

 

jUKEcAR1.jpgDE VLIEGENDE AUTO

Op deze dag in 1999 stierf Steve Canaday in een vliegtuigongeval. Hij zat zelf aan de stuurknuppel van een eenmotorig toestel toen dat tegen een leegstaand huis in Nashville knalde. Canaday was een tijdlang de drummer van The Ozark Mountain Daredevils. De groep werd opgericht in Missouri, naast Arkansas en Oklahoma, de derde Amerikaanse staat waar het Ozark-plateau zich aftekent. Trouwens, het is in deze hoogvlakte dat Piet Goddaer zijn artiestennaam Ozark Henry heeft gevonden.

jUKEcAR2.jpgDe groep, die ondertussen veel personeelsverloop heeft gekend, schijnt nog altijd te bestaan en heeft in 2011 nog een live cd uitgebracht. Eerlijk gezegd, ik ken alleen hun werk van veertig jaar geleden. Terwijl ik dit tik, draait hun elpee The Car Over The Lake Album uit 1975, een in Nashville opgenomen plaat waarvan ik altijd heb gehouden. Het is americana van voor de tijd dat die term werd uitgevonden. De foto’s op de achterkant van de hoes stralen de landelijke warmte van The Band in 1968 uit. Iedereen draagt jeans en geruite houthakkershemden. Op de binnenhoes (foto 2) maken ze duidelijk dat het allemaal niet al te ernstig moet worden genomen. Okselvijvers worden niet geretoucheerd – zoals photoshopping in mijn tijd heette – en links in beeld staat de clown van dienst die moet doen alsof zijn vingers minder soepel zijn dan die van zijn bandgenoten. Op de voorkant van de hoes zien we inderdaad een auto over een meer vliegen. Die foto bestond al voor de elpeetitel werd gekozen. Het was een affiche van een van hun optredens.

Terwijl ik nu geniet van pakweg Keep On Churnin’, Leatherwood en Southern Cross, weet ik dat Jackie Blue hun grootste hit is geweest. Het eerste nummer waarmee ze bekendheid verwierven was het erg southernrockerige If You Wanna Get To Heaven van hun debuutelpee uit 1973. We zullen dat dan maar eens laten horen, niet? ‘We got to raise a little hell.’

 Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

24-09-17

Zondag 24 september 2017

How Do You Do It

Gerry and The Pacemakers  

 

HOE DOEN ZE HET?

Vandaag viert Gerry Marsden zijn 75ste verjaardag. Hij is de Gerry van Gerry and The Pacemakers. De groep is vooral bekend van de originele uitvoering van You’ll Never Walk Alone, inmiddels wereldwijd een voetbalhymne. Maar hun eerste tophit was How Do You Do It in 1963. Aanvankelijk werd het nummer aangeboden aan The Beatles, want die hadden dezelfde manager, Brian Epstein. De Fab Four maakten er inderdaad een opname van, maar verkozen uiteindelijk het tegelijk ingeblikte Love Me Do als single uit te brengen. Pas in 1995 verscheen hun versie voor het eerst op de verzamelaar Anthology 1. Trouwens, Gerry and The Pacemakers hebben hun plaatje net als John, Paul, George en Ringo opgenomen in de Abbey Road Studios.

JukeGerry.jpgLang voor het aanklikken van een opgestoken duim een modeverschijnsel was, scoorden Gerry Marsden en zijn maten met I Like It. En dan was er nog Ferry Cross The Mersey, waarmee ze duidelijk maakten dat ze uit Liverpool kwamen, de stad aan die rivier. Hier ontwikkelde zich een genre dat de naam Merseybeat meekreeg, al weet niemand precies hoe die term in zwang geraakte. Er bestaan verschillende verklaringen, we hebben het er hier al eens over gehad. Naast The Beatles en The Pacemakers werden ook Billy J. Kramer, The Mindbenders, The Swinging Blue Jeans en The Searchers ingedeeld bij deze categorie. Er was zelfs een groep die The Merseybeats heette. Ze hebben het wel niet lang uitgezongen en scoorden eigenlijk alleen in 1963 een koppel radiohitjes. Daar was de Britse versie van Wishin’ And Hopin’ bij, een nummer van Hal David en Burt Bacharach dat in de V.S. een groot succes werd in de versie van Dusty Springfield. Het laatste nummer dat The Merseybeats uitbrachten, was I Stand Accused. Keith Moon van The Who, die toevallig in de studio rondhing, zorgde voor wat geluidseffecten. Dat we die song vandaag nog kennen, moet worden toegeschreven aan de cover van Elvis Costello op de elpee Get Happy!.

 

Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

23-09-17

Zaterdag 23 september 2017

Honeycomb

Jimmie Rodgers

 

NIET ALLEEN ELVIS BLIJFT BESTAAN

Vandaag zestig jaar geleden bereikte Jimmie Rodgers de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade. Zijn single 'Honeycomb' hield het er vier weken uit. Dat was een opmerkelijke prestatie in 1957, een jaar waarin Elvis Presley de lijsten domineerde. Niet alleen werden zes van zijn plaatjes een nummer 1, ze hielden het ook allemaal lang uit aan de top. All Shook Up, bijvoorbeeld, van half april tot begin juni en Jailhouse Rock van oktober tot half december.

JukeJimmie.jpgLet wel, we hebben het hier over de popzanger Jimmie Rodgers, niet over de gelijknamige countrylegende. Die laatste overleed trouwens in hetzelfde jaar als de eerste werd geboren.

Honeycomb was een al in 1954 op plaat gezet door de auteur van de song, Bob Merrill. Ricky Nelson coverde het voor zijn debuurtelpee Ricky, ook al in 1957.  

Voor de jaren zestig begonnen had Jimmie Rodgers een hele reeks hits afgeleverd. Daar zijn de immer vrolijk stemmende Tucumcari en Oh Oh I’m Falling In Love Again bij, maar hij zong ook het themalied van de film ‘Long Hot Summer’ met Paul Newman en Joanne Woodward. Rodgers’ grootste succes was waarschijnlijk Kisses Sweeter Than Wine, een song die ook in Europa aansloeg. Dat was oorspronkelijk een nummer van The Weavers uit 1950. Voor wie het niet zou weten: dat was de groep van Pete Seeger.

 Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

22-09-17

Vrijdag 22 september 2017

Peter Gunn Theme

Duane Eddy

 

DE DETECTIVE JukeEddy.jpg

Op deze dag in 1958 werd de eerste aflevering van de Amerikaanse detectiveserie ‘Peter Gunn’ uitgezonden. De reeks bleef maar tot 1961 op de televisie en ik heb er natuurlijk geen enkele aflevering van gezien. Er zijn tegenwoordig wel veel uitsnedes op YouTube te bekijken, maar daar ga ik niet aan beginnen. Wat me interesseert is de muziek van dat feuilleton. De ‘private eye’ bewoog voornamelijk op jazz. Veel werk was speciaal voor de serie geschreven door Henry Mancini, maar er waren ook bestaande songs bij. Luister hieronder maar naar How High The Moon in de uitvoering van Lola Albright, die de rol speelde van Eddie Hart, het vriendinnetje van Peter Gunn. Meer dan eens doken bekende jazzartiesten uit die tijd op in de serie, soms zelfs met improvisaties.

Voor het kenwijsje van de reeks, Peter Gunn Theme, liet Henry Mancini zich eerder door rock-‘n-roll dan door jazz inspireren. Hoewel hij er allerlei prijzen voor kreeg en samen met zijn orkest een grote hit scoorde, hadden latere rockuitvoeringen nog meer succes. Ik denk dan vooral aan de cover van Duane Eddy in 1959. Toen Art Of Noise het nummer in 1986 opnieuw opnam, mocht die twanggitarist trouwens weer meedoen. Ondertussen hadden Emerson, Lake & Palmer in 1979 al een straffe versie gezet op hun live album In Concert. Met dat fragment begint de mix-cd As Heard On Radio Soulwax pt.2 van 2 Many DJ’s. Ja, een binnenkomer is het wel.

 

Welkom aan de lezers toe hier terchtkomen via www.internetgazet.be