31-10-17

Dinsdag 31 oktober 2017

Bad Case Of Loving You

Moon Martin

 

OVER DE MAAN

Toen ik het op 26 september, bij de verjaardag van zijn overlijden in 2003, hier over Robert Palmer had, beloofde ik bij gelegenheid iets te schrijven over Moon Martin, de auteur en originele uitvoerder van Palmers hit Bad Case Of Loving You. Die gelegenheid biedt zich nu aan, want Moon Martin wordt vandaag 67.

JukeMoon.jpgIk was een fan van zijn pubrock, van het einde van de jaren zeventig tot begin de jaren tachtig, en heb zijn vier eerste elpees in mijn verzameling zitten. Op vinyl, zeg ik er voor alle duidelijkheid bij, want ze verschenen twintig jaar na datum samen op twee cd’s. Zijn debuut kwam uit in 1978 en heette Shots From A Cold Nightmare. Met zijn te grote bril en zijn Beatleshaar zag hij op de hoesfoto uit als een voorloper van de nerds. Muzikaal werd hij vergeleken met tijdgenoten als Elvis Costello en Nick Lowe, die het overigens wel veel langer hebben volgehouden dan hij. Zijn simpele popsongs gingen er bij mij wel in. De B-kant van Shots From A Cold Nightmare opende met Bad Case Of Loving You, dat dus een jaar later een hit werd in de uitvoering van Robert Palmer. De A-kant sloot af met zijn compositie Cadillac Walk. Vreemd genoeg was die song al een jaar eerder verschenen op Cabretta, de debuutelpee van Mink De Ville, waarop ook Spanish Stroll en Mixed Up, Shook Up Girl stonden. Martins tweede, Escape From The Dominiation, leverde hem zijn eerste eigen hitjes op, al was de dertigste plaats in de Amerikaanse hitparade de hoogste positie voor Rolene. Ik vond het langzame No Chance, dat piekte op 50 in de Billboard Hot 100, echter veel beter. Nadat de elpees Street Fever en Mystery Ticket, waaruit ik vaak nummers draaide in BRT-radioprogramma’s, ondergewaardeerd bleven, verdween Moon Martin halfweg de jaren tachtig uit de muziekwereld. Tien jaar later beleefde hij nog een opflakkering met twee albums die echter ook in de vergeetput zijn beland.

Voor hij aan zijn solocarrière sleutelde, speelde Moon Martin in enkele bandjes, soms zelfs ronduit rockabilly. Ook werd hij ingehuurd als sessiemuzikant, onder meer voor opnames van Del Shannon en Jackie DeShannon. Hij schijnt mee te doen op enkele songs van Gram Parsons die nooit werden uitgebracht. Ik lees hier en daar dat hij ook te horen is op Silk Purse van Linda Ronstadt, maar daar vind ik zijn naam niet terug. Dat is wel het geval met haar elpee Linda Ronstadt uit 1972. Hier verscheen die plaat een paar jaar later onder de titel Linda Ronstadt And Friends, het is de oudste plaat van haar die ik heb, 45 jaar geleden gekocht. Dat waren nogal ‘friends’ die ze rond zich had verzameld, zeg maar de crème van de countryrock die zich toen aan de Amerikaanse westkust ontwikkelde. Ik noem voor de vuist Glenn Frey, Don Henley, Bernie Leadon en Randy Meisner, de originele bezetting van de Eagles. Maar John David Souther was er ook bij, Sneaky Pete Kleinow en Herb Pedersen, drummer Roger Hawkins en achtergrondzangeres Mary Clayton. Van liefst vijftien van die ‘friends’ worden de namen groot afgedrukt op de voorkant van de hoes. En kijk, daar staat hij ook bij, als laatste in het rijtje. Maar toen heette hij nog John Martin. ‘Moon’ was een bijnaam die vrienden hem hadden gegeven omdat hij het in zijn songs zo vaak over de maan had.

 Welkom aan de lezers die hier zijn terechtgekomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

30-10-17

Maandag 30 oktober 2017

White Rabbit

Jefferson Airplane

 

JukeRabbit.jpgVAN HOOGVLIEGER

TOT BUIKLANDING

Vandaag wordt Grace Slick al 78 jaar. Met de familienaam Wing werd ze geboren uit Scandinavische ouders in San Francisco. Haar artiestennaam heeft ze overgehouden van haar eerste huwelijk met Jerry Slick. Met hem en zijn broer Darby Slick speelde ze trouwens in de band The Great Society. En toen ze halfweg de sixties bij Jefferson Airplane aan boord werd genomen, nam ze twee songs van haar vroegere groep mee. Het werden de grootste successen voor Jefferson Airplane: Somebody To Love en White Rabbit, hieronder te zien op Woodstock. Dat laatste nummer had ze zelf geschreven, het andere was van de hand van haar schoonbroer Darby Slick. Het waren allebei exponenten van de tegencultuur die in die dagen aan de Amerikaanse Westkust bloeide. Als je ze vandaag beluistert, wordt duidelijk welke buiklandingen Grace Slick heeft gemaakt met latere projecten als Starship. Op z’n zachtst gezegd, We Built This City of Nothing’s Gonna Stop Us Now waren geen hoogvliegers. Zou die afgang wat te maken hebben gehad met het feit dat ze ondertussen zwaar door de drankduivel werd getreiterd? Herhaaldelijk werd ze danig boven haar theewater gearresteerd en in Duitsland moest eens een concert worden afgeblazen omdat ze te zat was om op het podium te komen.

Een leuke anekdote is dat Grace Slick in 1969 in Het Witte Huis werd uitgenodigd voor een schoolreünie met een van de dochters van Richard Nixon. Ze ging naar de afspraak in het gezelschap van Abbie Hoffman, de anarchistisch activist die tijden het Woodstock-festival het concert van The Who onderbrak met een politieke toespraak. Samen hadden ze het plan opgevat LSD in het drankje van de president te doen. Maar dat ging niet door, want de twee werden herkend door veiligheidsagenten en verwijderd. De uitnodiging, die op haar meisjesnaam Grace Wing was verstuurd, zou nooit de deur zijn uitgegaan als men wist wie die studente ondertussen was geworden.

 

PS / Toen ik het zaterdag over Porter Wagoner had, schreef ik dat ik veel covers van A Satisfied Mind bezat, maar niet zijn origineel. Je zal het niet geloven, maar dezelfde dag is het mij in mijn schoot gevallen. Het staat namelijk op de verzamel-cd die deze maand bij het maandblad Mojo zit.

 

 Welkom aan de lezers die hier zijn terechtgekomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

29-10-17

Zondag 29 oktober 2017

Midnight Rider

The Allman Brothers Band

 

EEN MOTORONGELUK

KOMT NOOIT ALLEEN

Op deze dag in 1971 kwam Duane Allman om in een verkeersongeval. Op zijn Harley Davidson Sportster reed hij door Macon in Georgia. Hij kon een truck die onverwacht stopte niet ontwijken, kwam onder zijn motor terecht en overleed enkele uren later in het ziekenhuis aan inwendige verwondingen. Hij was 24.

We kennen de gitarist van The Allman Brothers Band, die hij in 1969 oprichtte met onder meer zijn jongere broer Gregg Allman. Toen had hij al naam gemaakt als sessiemuzikant. Lange tijd had hij een voltijdse baan bij de befaamde Fame Studios in Muscle Shoals, Alabama. Hij nam er platen op met pakweg Wilson Pickett, Aretha Franklin, Laura Nyro, Boz Scaggs en Otis Rush. Zo kwam hij onder de aandacht van Eric Clapton die hem uitnodigde om mee te werken aan het album Layla And Other Assorted Love Songs van Derek and the Dominos.

JukeAll.jpgDuane Allman heeft maar aan vier elpees van zijn band meegewerkt. Daar was de bekende live plaat At Filmore East bij. De laatste was Eat A Peach, al verscheen die pas na zijn dood. Op het tweede album van de Allmans stond Midnight Rider. Dat werd een van hun bekendste nummers, ook al werd het nooit als single uitgebracht. De elpeetitel Idlewild South verwees naar het houten optrekje dat ze in de natuur buiten Macon huurden als repetitiekot. Het komen en gaan van muzikanten deed denken aan de New Yorkse luchthaven Idlewild Airport. Vandaar de bijnaam.

Op Midnight Rider wordt de tweede stem gezongen door Berry Oakley, de bassist van de band. Opmerkelijk is dat die een jaar na de dood van Duane Allman ook omkwam in een motorongeluk, ook in Macon.

Na de twee overlijdens bleef de groep gewoon voortbestaan. Er verschenen nog een dozijn albums en met Ramblin’ Man werd nog de grootste hit gescoord. Dat hebben Duane en Berry niet mogen meemaken.

 

Welkom aan de lezers die hier zijn terechtgekomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

28-10-17

Zaterdag 28 oktober 2017

A Satisfied Mind

Porter Wagoner

 

IK ZAL ALTIJD VAN JE HOUDEN

Vandaag tien jaar geleden overleed Porter Wagoner. Trouwe lezers weten dat ik niet vies ben van tranerige country. Dat deel ik trouwens met veel grote artiesten, om Elvis Costello niet te noemen. Maar laat dit niet als een excuus klinken, ik moet me hier niet voor verantwoorden. Neem nu de eerste hit van Porter Wagoner, A Satisfied Mind, een nummer 1 in 1955. Ik heb zijn origineel niet in huis, maar wel diverse andere versies want het werd gecoverd door pakweg Joan Baez op het album Farewell, Angelina, door The Byrds op de elpee Turn! Turn! Turn!, door Robert Plant and The Band of Joy, Johnny Cash, Rosanne Cash, John Martyn, Lucinda Williams, Jonathan Richman, The Walkabouts en Tim Hardin. Moet ik nog meer zeggen? Bob Dylan zette het in 1980 op Saved, maar hij had het in 1967 al opgenomen met The Band, wat in 2014 te beluisteren viel in de best wel interessante box The Bootleg Series Vol.11 The Basement Tapes Complete.  

JukePorter.jpgPorter Wagoner had van 1960 tot 1981 een televisieshow, goed voor maar liefst 686 afleveringen. Vijftig jaar geleden introduceerde hij in dat programma de dan totaal onbekende Dolly Parton. Dat leidde tot tal van duetten. Toen er een einde kwam aan hun professionele samenwerking schreef Dolly Parton I Will Always Love You voor hem. Ja, iedereen kent dat nu in de versie die Whitney Houston maakte voor de film ‘The Bodyguard’. Dolly Parton had een Amerikaanse nummer 1 met het origineel in 1974 en daarna nog eens met de versie die te horen was in de film ‘The Best Little Whorehouse In Texas’ in 1982. Zo werd zij de eerste zangeres die met dezelfde song twee keer de absolute top bereikte.

PS / Oefening voor de popquiz. Probeer zoveel mogelijk artiesten te herkennen in de onderste clip. Ik zal helpen, uiterst links staat Lyle Lovett.

 

Welkom aan de lezers die hier zijn terechtgekomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

27-10-17

Vrijdag 27 oktober 2017

Breaking The Law

Judas Priest

 

BRITS STAAL JukePriest.jpg

Zijn volledige voornaam is Kenneth, maar wij mogen K.K. zeggen. K.K. Downing, medeoprichter van Judas Priest en gitarist op alle platen van die groep, viert vandaag zijn 66ste verjaardag. Niet alleen muzikaal waren ze pioniers van hard rock en heavy metal. Door zich in leder en studs te hullen, lanceerden ze de mode in het genre. Menig headbanger zal het niet graag horen, maar daarbij vonden ze inspiratie in de homoseksuele SM-scene. Zanger Rob Halford, die zich ondertussen als gay heeft geout, zei in interviews dat hij met dat podiumimago de angsten over zijn verborgen geaardheid kon verdringen. “En het gaf me de gelegenheid om uit professionele overwegingen gespecialiseerde seksshops te bezoeken.”

De jaren zeventig waren nog niet begonnen toen Judas Priest zijn eerste mis opdroeg. Met satanisme hadden ze trouwens niets te maken. Hun naam kwam uit een nummer van Bob Dylan: The Ballad Of Frankie Lee And Judas Priest. En ze hadden hem niet eens zelf bedacht. Ze leenden die naam gewoon van een andere band in het Britse Birmingham die er de brui aan had gegeven.

Op hun commerciële doorbraak moesten ze wachten tot 1980, toen ze meer recht-voor-de-raap-songs op het album British Steel zetten. Bij het horen van die titel moet ik altijd aan Making Plans For Nigel van XTC denken. Omwille van de zin ‘He has his future in British steel’. Maar we wijken af. Het kortste en krachtigste nummer op die elpee is Breaking The Law, inmiddels een klassieker in heavy metal. Volgens gitarist Glenn Tipton werd de song in nauwelijks een uur geschreven. Het is inderdaad een doodsimpele riff, maar wel een die blijft hangen. De originele opname kent geen gitaarsolo, maar tijdens live uitvoeringen voegde K.K. Downing die er altijd aan toe. Verder staan op de plaat allerlei geluidseffecten, zoals glasgerinkel en de loeiende sirene van een politiewagen. Sampling bestond in die tijd nog niet, die fragmenten moesten daadwerkelijk op band worden gezet. K.K. Downing maakte het sirenegeluid met de ‘Whammy’-pedaal van zijn Fender Stratocaster. En voor het glasgerinkel werden melkflessen aan diggelen gegooid.  

 

Welkom aan de lezers die hier zijn terechtgekomen via www.internetgazet.be