10-11-17

Vrijdag 10 november 2017

The Free Electric Band

Albert Hammond

 

GELUKKIG WERD HIJ GEEN ELEKTRICIEN

Albert Hammond komt vandaag aan in ons land voor een tournee met liefst acht optredens in Vlaanderen. Wil je er nog bij zijn, zal je je moeten haasten want veel van die concerten zijn al uitverkocht (www.kras.be). Toen Christof Rutten van Het Belang van Limburg mij vroeg om hem bij deze gelegenheid te interviewen, was ik meteen enthousiast. Ik hield wel van zijn werk uit de jaren zeventig, zoals It Never Rains In Southern California, The Free Electric Band, I Don’t Wanna Die In An Air Disaster en I’m A Train. Maar ik wist ook dat die man tientallen wereldhits had geschreven voor andere artiesten. Het verhaal van The Air That I Breathe van The Hollies heb ik hier al eens verteld. In de hoop dat ze een van zijn composities zouden coveren, stuurde Phil Everly zijn solo-album Star Spangled Spinger naar The Hollies. Maar die kozen toch wel dat ene nummer dat niet van zijn hand was: The Air That I Breathe, twee jaar eerder geschreven en opgenomen door Albert Hammond. Toen de jongens van Radiohead in een radiointerview toegaven dat die song hen geïnspireerd had om Creep te maken, kregen ze de uitgever van Hammond aan de lijn. Een rechtszaak was niet nodig, zij stonden deemoedig een derde van de auteursrechten af. Sedertdien staat Albert Hammond ook vermeld als mede-auteur van Creep. “En ik heb daar niets mee te maken”, benadrukt hij. AlbertHammondBelang.jpg 

Waar hij wel mee te maken heeft, is een onvoorstelbare paternoster pophits die hij van in de jaren zestig heeft geleverd voor een diversiteit aan artiesten. Ik noem voor de vuist: Little Arrows (Leapy Lee), Freedom Come Freedom Go (The Fortunes), Make Me An Island (Joe Dolan), Good Morning Freedom (Blue Mink), I Don’t Wanna Live Without Your Love (Chicago), One Moment In Time (Whitney Houston), I Don’t Wanna Lose You (Tina Turner), Nothing’s Gonna Stop Us Now (Starship), When I Need You (Leo Sayer) en Well Well Well van Duffy. Ik vroeg hem dan ook of hij zich eerder een liedjesschrijver dan een zanger voelde. “Ik beschouw mezelf als een singer-songwriter”, antwoordde hij. “Maar in de loop der jaren heeft het tweede deel van die term de bovenhand gekregen. Meer dan dertig jaar deed ik geen concerten en concentreerde ik me op componeren. Tot het idee kwam rond te trekken met mijn songbook. Daar staan veel nummers in die iedereen kent, maar waarvan men misschien niet weet dat ze van mij zijn.” Ik raadde dat hij het podium ook wel miste. “De nagel op de kop”, zei hij. “Ik wou weer optreden en dat gaat me op mijn 73ste nog goed af. Ik spring rond als een tiener en toen we samen naar de keelspecialist gingen, stelde die vast dat mijn stembanden beter bleken dan die van mijn 35 jaar jongere zoon.” Dat is Albert Hammond Jr van The Strokes.

JukeHam1.jpgIn The Free Electric Band zingt het hoofdpersonage: ‘My future in the system was talked about and planned, but I gave it up for music and the free electric band.’ Dus vroeg ik of hij ook zelf wat had opgegeven voor muziek. Hij vertelde dat zowat iedereen in zijn familie elektricien was en dat men van hem verwachtte dat hij hetzelfde beroep zou kiezen. Maar daar had hij geen zin in. “Dat heb ik dus opgegeven. Maar als ik verder over jouw vraag nadenk, heeft mijn vader waarschijnlijk meer opgeofferd voor mijn muziek.” Na een stilte kwam het eruit. “We come from poor”, klonk het letterlijk. “Wij hadden het niet breed in ons gezin. Mijn pa stak zich in schulden om mijn eerste gitaar te kopen. Geen uitzonderlijk duur instrument, hoor, maar voor hem was dat veel geld.” Ik wou weten of hij zich in al zijn songs zo bloot geeft. “De meeste zijn autobiografisch”, bekende hij. “Neem nu The Last One To Know. Dat gaat over Mike Hazlewood, de co-auteur van veel van mijn hits. Ik werkte al meer dan tien jaar nauw met hem samen voor ik vernam dat hij homoseksueel was. Ik was letterlijk de laatste die het te horen kreeg.”

De wegen van Albert Hammond zijn ondoorgrondelijk. Hij maakte Give A Little Love met de Nederlandse zanger Albert West en noemde dat ooit een van zijn belangrijkste nummers. Ik toonde mij verwonderd over die uitspraak. “Niet de melodie, wel de tekst”, verduidelijkte hij. “Dat nummer dateert van het midden van de jaren tachtig en is nog altijd actueel. ‘Make this world a little better’, dat wil toch iedereen. Kijk eens rond, wat een chaos dit is. Neen, dat is geen politiek statement, ik zwaai niet met een vlag. Het is eerder spiritueel. Mensen gelukkig maken met mijn muziek, dat is mijn doel. Zo sta ik in het leven. Ik pieker niet over de eerste plaats in de hitparade. Wie kan dat wat schelen?”

JukeHam2.jpgNatuurlijk moest ik vragen hoe zijn naam terechtkwam in de kleine lettertjes op de eerste cd’s van Axelle Red. “Ik schreef het nummer Love Is On The Way, maar nam het nooit op. Een demo kwam terecht bij de producer van de eerste cd van Axelle Red en zij heeft er een Franse tekst op geschreven. Sensualité werd zo’n succes dat op verdere samenwerking werd aangedrongen. Zo zijn we tot de titeltrack van haar tweede album À Tâtons gekomen. Er staan nog twee nummers van mij op die cd, maar ik ken de titels niet, mijn Frans is niet zo goed.”

De grootste verrassing voor velen is waarschijnlijk dat Albert Hammond ook To All The Girls I’ve Loved Before van Julio Iglesias & Willie Nelson schreef. Een ‘country outlaw’ en een Spaanse crooner. Wie heeft dat vreemde koppel samengebracht? “Dat ben ik geweest. Ik werd gevraagd om het eerste Engelstalige album van Julio Iglesias te producen en stelde hem die song voor, die ik elf jaar eerder had opgenomen en die zonder succes door Tom Jones en Engelbert Humperdinck was gecoverd. Hij was enthousiast. Omdat ik bij het schrijven van dat nummer Willie Nelson in gedachten had, belde ik hem en hij wou graag het duet doen. ‘You’re a crazy man’, zei de platenbaas, ‘you’ll ruin my playboy with that cowboy.’ Het is wel helemaal anders uitgedraaid.”

De Britse band Half Man Half Biscuit – een van de favoriete groepen van John Peel zaliger – heeft een nummer dat Albert Hammond Bootleg heet. Hij moest hard lachen toen ik vroeg of hij het al eens had gehoord. “Ja, niet te geloven dat iemand een song over mij wil schrijven.” En zouden er bootlegs van hem in omloop zijn? “Ik heb er geen idee van en het deert me ook niet.” Ergens had ik gelezen dat zijn beeltenis prijkt op een postzegel in Gibraltar, waar hij opgroeide. Ik heb dat trouwens vroeger al eens voor waarheid verkondigd, maar ik besloot het nu toch maar eens te checken. Weer moest hij hard lachen omdat ik dat van hem wist. “De plannen waren er wel, maar dat is nooit doorgegaan. Het bleek dat dit alleen maar kon na mijn overlijden. Wel, dat ze hun zegels houden, ik ben nog lang niet dood.” Dat is gesproken!

 

 

 

 

Post een commentaar