30-11-17

Donderdag 30 november 2017

Fools Gold

The Stone Roses

 

HET IS NIET AL GOUD WAT BLINKT

Dat Manchester zich, nog voor Oasis was opgericht, opwierp als het centrum van de Britpop, werd duidelijk toen op deze dag in 1989 twee bands uit die stad hun debuut maakten op de televisie en nog wel in het populaire programma ‘Top Of The Pops’. The Happy Mondays brachten Halllelujah en The Stone Roses speelden Fools Gold, tot vandaag hun grooste hit.

JUkeFool1.jpgJukeFool1A.jpgHet titelloze debuutalbum van The Stone Roses geldt inmiddels als een klassieker. Maar daarna hoorden we vijf jaar niets meer van hen. Fools Gold verscheen niet op elpee, enkel op single en aanvankelijk nog als B-kant van What The World Is Waiting For. Later is er dan maar een dubbele A-kant van gemaakt. Want Fools Gold werd meer gedraaid, haalde in de Britse hitparade de achtste plaats en deed het ook goed elders in Europa. In Nederland piekte de single op 10, in de BRT Top-30 op 18. Een op Lanzarote opgenomen videoclip was daar niet vreemd aan.

De song werd geschreven door gitarist John Squire en de soms haast fluisterende zanger Ian Brown. Drummer Gary Mounfield, meestal kortweg aangeduid als Mani, roffelde het ritme dat hij geleerd had van The Funky Drummer van James Brown. Bassist Alan Wren, die even kortweg als Reni door het leven ging, baseerde zijn snarenloopjes op Know How van rapper Young MC, die eigenlijk al samples van Shaft van Isaac Hayes hanteerde. Hier en daar lees ik dat de baslijn ook deels van Red Hot Chili Peppers komt, maar nergens wordt daarbij een specifieke song vermeld.

De zin ‘These boots were made for walking’ werd lettterlijk overgenomen uit de gelijknamige song van Nancy Sinatra, geschreven door Lee Hazlewood. In een adem valt de naam van markies De Sade. Dat was pure ‘namedropping’, want The Stone Roses kenden die alleen maar van de song Venus In Furs van The Velvet Underground.

JukeFool2.jpgJukeFool4.pngHoewel in de tekst ‘fool’s gold’ staat – wat voor zover mijn Engels reikt de juiste schrijfwijze is – stond er wel Fools Gold op de hoes. Bij een van de vele heruitgaven in 1995 werd op sommige ontwerpen wel Fool’s Gold gedrukt. Ook werd op de hoes aangegeven of het de lange of de ingekorte versie was. De fotootjes maken dat duidelijk.

‘I’m standig alone, I’m watching you all (…) You’re weighing the gold, I’m watching you sinking.’ Achteraf beschouwd, bleek dat de strubbelingen binnen de band het werkelijke onderwerp waren. Ian Brown heeft dat ook met zoveel woorden toegegeven in 2009, in een interview met het magazine Q. Hij vertelde daarin dat hij geïnspireerd was door de film ‘The Treasure Of The Sierra Madre’ (1948) met Humphrey Bogart. Die prent vertelt het verhaal van vrienden die een berg beklimmen op zoek naar goud. Hoe dichter zij bij de schat komen, hoe meer ze zich tegen elkaar keren. “That’s how I felt once the Roses started getting successful. Suddenly everyone was after their piece of gold.”

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

29-11-17

Woensdag 29 november 2017

Mighty Joe

Shocking Blue

 

JukeShock.jpgGELIJKENISSEN

Op deze dag in 1969 kwam de single Mighty Joe van Shocking Blue binnen in de Nederlandse Top-40. Het was de tijd dat we in Vlaanderen veel naar Nederpop luisterden en een week later begon het plaatje dan ook hier zijn zegetocht doorheen de hitparade. De BRT Top-30 bestond nog niet, maar volgens het archief van Ultratop hield Mighty Joe het liefst veertien weken vol en piekte hij op de derde plaats. In Nederland werd het een nummer 1. Opmerkelijk is dat Mariska Veres en haar vrienden die toppositie in hun thuisland niet konden bereiken met hun grootste succes Venus. Nadat Venus in 1970 de eerste plaats had gehaald in de Amerikaanse hitparade werd de single opnieuw uitgebracht, maar ook toen lukte het niet. Het is dus tussen die twee Venus-versies in dat Mighty Joe zijn spierballen mocht rollen. De song verscheen nooit op een album van Shocking Blue, maar wel op een live elpee en tal van compilaties.

Je moet geen solfègediploma op zak hebben om te horen dat het gitaarloopje in het begin van Mighty Joe gelijkenissen vertoont met The Price Of Love van The Everly Brothers. Gitarist Robbie van Leeuwen, die het nummer schreef, speelde in die tijd blijkbaar graag leentjebuur. Dat was zeker het geval voor Venus. In die song lijkt de gitaarintro heel hard op die van Pinball Wizard uit de rockopera Tommy van The Who. Maar de auteur heeft zich nog veel nadrukkelijker laten inspireren door The Banjo Song, een werkstuk van Tim Rose dat in 1963 werd opgenomen door The Big 3, het folktrio waarin Cass Elliot zong voor ze lid werd van The Mamas & The Papas. Vergelijk maar eens.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

28-11-17

Dinsdag 28 november 2017

Winchester Cathedral

The New Vaudeville Band

 

MEGAFOON

Op deze dag in 1966 bereikte The New Vaudeville Band de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade met Winchester Cathedral. Ik fluit er nog graag op mee. Liefst drie weken hield de single het uit op die toppositie, wat een opmerkelijk prestatie was voor een Britse groep die eigenlijk niet bestond. Het was een project met studiomuzikanten rond songwriter Geoff Stephens. Toen het plaatje een wereldhit werd, moest in allerijl een formatie worden samengesteld om op televisie te verschijnen. The Bonzo Dog Doo-Dah Band werd nog gevraagd om die rol te spelen, maar weigerde.  

Geoff Stephens heeft veel hits afgeleverd in de sixties en seventies. Hij pende het door mij zo gesmaakte The Crying Game voor Dave Berry, maar had ook de hand in pakweg There’s A Kind Of Hush van Herman’s Hermits, Sorry Suzanne van The Hollies, Goodbye Sam Hello Samantha van Cliff Richard en Knock Knock Who’s There?, de Eurosonginzending van Mary Hopkin. JukeWinch.jpg

De lievelingsmuziek van Geoff Stephens dateerde uit de jaren dertig. In Groot-Brittannië sprak men van ‘music hall’, in de Verenigde Staten van ‘vaudeville’. In die stijl schreef hij Winchester Cathedral en hij vroeg bij de opnames nadrukkelijk dat John Carter moeite zou doen om Rudy Vallée, een popualire zanger uit die periode, te imiteren. Vallée zong soms door een megafoon, althans een soort blikken hoorn. Voor de show haalde The New Vaudeville Band dat attribuut wel eens boven, maar in de studio werd het geluidseffect bereikt door te zingen met de handen voor de mond.

De kathedraal van Winchester, in Hampshire, is een van de grootste kathedralen ter wereld. Graham Nash heeft er ook een song over geschreven: Cathedral, in 1977 de laatste track op de elpee CSN van Crosby, Stills & Nash.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

27-11-17

Maandag 27 november 2017

Never My Love

The Association

 

VAN ACROBAAT TOT COMPONIST

Vandaag vijftig jaar geleden kreeg The Association in de V.S. een gouden plaat voor een miljoen verkochte exmplaren van hun laid-back en dromerige single Never My Love. Eerder had deze Californische groep hits gehad met Cherish en Windy, maar deze keer gingen ze door het plafond. In 1999 deelde de Broadcast Music Inc. verrassend mee dat Never My Love de tweede meest gespeelde song op de Amerikaanse radio en televisie in de twintigste eeuw was. Hij eindigde tussen You’ve Lost That Loving’ Feeling en Yesterday. JukeAsso2.jpg

Natuurlijk hadden deze resultaten rechtstreeks te maken met het feit dat deze nummers in talrijke versies bestaan. Never My Love werd onder meer met succes gecoverd door The 5th Dimension en Barry Manliow. Opmerkelijk is dat ook de uitvoering van de Zweedse rockgroep Blue Swede het tot de zevende plaats in de Amerikaanse hitparade schopte. Verder zijn er versies van populaire artiesten als Brenda Lee, Etta James, The Four Tops, Percy Faith en Astrud Gilberto.

Never My Love van The Association werd opgenomen met studiomuzikanten van The Wrecking Crew. Het was een compositie van de broers Donald Addrisi en Richard Addrisi, die zich Don en Dick lieten noemen. In hun jeugd vormden ze met nog enkele familieleden het acrobatenteam The Flying Addrisis. Toen ze voor een carrière in de popmuziek kozen, hadden ze eerder bescheiden succes. Daarom legden ze zich maar toe op liedjesschrijven, wat leidde tot de kaskraker Never My Love. In 1977, tien jaar na The Association, namen ze het zelf op als The Addrisi Brothers, maar hun versie raakte niet hoger dan de tachtigste plaats in de Billboard Hot 100.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

  

26-11-17

Zondag 26 november 2017

Made In Japan

Amos Garrett

 

VAN JAPANSE MAKELIJ

Vandaag wordt Amos Garrett 76 jaar. Ik leerde hem veertig jaar geleden kennen toen hij op het fantastische naamloze debuut van Maria Muldaur de gitaarsolo van Midnight At The Oasis speelde. Onvoorstelbaar is de bezetting op die elpee. Ik noem voor de vuist Bettye LaVette, Ry Cooder, David Lindley, Andrew Gold, Dr.John, Chris Ethridge, Jim Keltner, Jim Dickinson en Klaus Voorman. Ze doen allemaal mee op pareltjes als Don’t You Feel My Leg of Any Old Time. Amos Garrett trok met de ravissante zangeres op tournee en werd snel de leider van haar begeleidingsband. In 1978 kocht ik de plaat die hij maakte met Maria’s ex-man Geoff Muldaur. De hoes is een kleurrijk kunstwerk en ook de muziek stemt je vrolijk.

JukeAmos.jpgToen Amos Garrett solo ging, bestelde ik zijn werk natuurlijk meteen bij de platenboer. In de tijd dat ik het Radio 2-programma ‘De Vlag En De Lading’ samenstelde, draaide ik vaak Made In Japan, een track uit zijn debuut Go Cat Go uit 1980. De gimmick zat ‘m in de manier waarop hij zijn gitaar een Aziatische klank meegaf. Ook Amosbehavin’ uit 1982 liet ik vaak op de draaitafels leggen in de studio’s aan de Rodenbachlaan in Hasselt. Zowel de A- als de B-kant openden met een nummer van de betreurde Bobby Charles, de man die See You Later, Alligator van Bill Haley & His Comets schreef en Walking To New Orleans van Fats Domino. Hij is echter een cultfiguur gebleven, vooral bewierookt door andere artiesten, onder wie Bob Dylan en Neil Young. Zijn meest gekoesterde album is Bobby Charles uit 1972, hier ligt het nog geregeld op. Producer van dienst was Rick Danko van The Band, terwijl ook diens bandgenoten Levon Helm, Garth Hudson en Richard Manuel meespeelden. Ook Dr. John en de fusionsaxofonist David Sanborn zijn op die plaat te horen. De meest karakteristieke track van dit laid-back rootspareltje is Small Town Talk, later o.a. gecoverd door Paul Butterfield en John Martyn. Een van Charles’ nummers op Amosbehavin’ is Little Sister, niet te verwarren met de gelijknamige song van Doc Pomus en Mort Shuman, die een hit werd in de versie van Elvis Presley. De andere compositie van Bobby Charles, waarmee de plaat begint, is I Can’t Quit You. Ik wou dit hier graag laten horen, maar ik kan het niet vinden op YouTube. Je zal je tot Spotify moeten wenden.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be