19-02-18

Maandag 19 februari 2018

Coat Of Many Colors

Dolly Parton

 

JUkeCoat.jpgLAPJESJAS

Vandaag viert Dolly Parton haar 72ste verjaardag. Iedereen kan haar Jolene meezingen, maar die song uit 1973 heeft in die tijd hier nooit succes gehad. Nu ik het opzoek, verbaast het me, maar het was pas in het begin van de jaren tachtig dat zij hier voor het eerst de hitparade haalde. En dat was met ronduit pop, zoals 9 To 5 of You Are. Ook I Will Always Love You past in deze categorie. Ja, iedereen kent dat nu in de versie die Whitney Houston maakte voor de film ‘The Bodyguard’. Dolly Parton schreef het zelf als dank aan countrylegende Porter Wagoner, die haar indertijd introduceerde. Zij had een Amerikaanse nummer 1 met het origineel in 1974 en daarna nog eens met de versie die te horen was in de film ‘The Best Little Whorehouse In Texas’ in 1982. Zo werd zij de eerste zangeres die met dezelfde song twee keer de absolute top bereikte. En het is pas die tweede uitvoering die hier in 1983 tien weken in de Ultratop 50 stond en piekte op de vierde plaats.

Voor wie nog altijd denkt dat Dolly Parton niet meer is dan twee zingende ballonnen met een pruik op: zij heeft naast I Will Always Love You naar schatting nog meer dan drieduizend songs geschreven. De oudste daarvan interesseren mij het meest. Een van mijn favorieten is Coat Of Many Colors uit 1969. Het is trouwens ook haar lievelingsnummer, ongetwijfeld omdat het zo autobiografisch is. Ze vertelt over de armoede waarin ze opgroeide en haalt een waar gebeurd verhaal aan. In een gezin met twaalf kinderen maakte haar moeder haar een jas met overschotjes. Fier op de lapjescreatie trok ze naar school, waar de andere kinderen haar uitlachten met haar voddenjas. Ze was trouwens op tournee met Porter Wagoner toen ze de tekst pende op een rekening van de droogkuis waar die zanger zijn kostuum had laten stomen. Dat weten we uit haar biografie ‘My Life And Other Unfinished Business’, verschenen in 1994. Wagoner heeft het kleinood altijd bewaard. Ooit hing het ingekaderd aan zijn muur, later schonk hij het aan het Chasing Rainbows Museum in Partons pretpark Dollywood. Daar hangt ook de fameuze lapjesjas. Het is wel niet de originele. Dolly’s moeder naaide een nieuwe, speciaal voor het museum.

Coat Of Many Colors van Dolly Parton haalde de vierde plaats in de Amerikaanse hitparade. Er bestaan tal van covers van, onder meer van Shania Twain. De enige die het lied naar waarde weet te brengen, is echter Emmylou Harris. Je vindt haar versie op haar debuut Pieces Of The Sky.   

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

18-02-18

Zondag 18 februari 2018

Time Is On My Side

Irma Thomas

 

DE TIJD AAN HAAR KANT

Vandaag verjaart de ‘Soul Queen of New Orleans’. Irma Thomas wordt 77. Zij is een zielsverwante en tijdgenote van Aretha Franklin en Dionne Warwick, maar kon hun commercieel succes niet evenaren. Toch heeft ze prachtwerk afgeleverd. Luister maar eens naar Time Is On My Side. Je zou haar uitvoering het origineel kunnen noemen. Een jaar eerder was wel al een grotendeels instrumentale versie uitgebracht door jazztrombonist Kai Winding and his Orchestra, maar zij nam het begin 1964 voor het eerst op met de tekst die Jimmy Norman na verloop van tijd aan de muziek van Jerry Ragovoy had toegevoegd. The Rolling Stones deden het enkele maanden later nog eens over. En wel twee keer. Hun covers op het Amerikaanse album 12 X 5 en het Britse album The Rolling Stones No.2 verschillen namelijk. De Stones kopieerde de aanpak van Irma Thomas helemaal, de gesproken tussenwerpsels en de monoloog halfweg incluis. Mede daarom ergerde de zwarte zangeres zich zo aan het plaatje van de piepjonge bluesblanken dat ze een tijdlang de song van haar repertoire schrapte.

JukeIrma.jpgEr is al eens geld voor geboden, maar ze gaat het huis niet uit. Ik heb het hier ongetwijfeld al eens vermeld, ik koester de elpee Time Is On My Side van Irma Thomas. Op deze vinylverzameling staan zestien nummers die ze in 1964 en 1965 heeft opgenomen. Naast de titeltrack bevat de plaat tal van pareltjes. Sta me toe dat ik wat titels van de hoes lees. De A-kant opent met Take A Look in een productie van Allen Toussaint. Die zat ook aan de knoppen bij Ruler Of My Heart, later met succes gecoverd door Otis Redding, en bij It’s Raining, met dat leuke drip-drop-begin. Volgens de credits op de plaat werden deze drie songs geschreven door Naomi Neville, die trouwens voor nog enkele andere titels tekende. Weet je wat? Naomi Neville is gewoon een pseudoniem van Allen Toussaint. Het was de meisjesnaam van zijn moeder. Verder staan op de elpee van Irma Thomas twee werkstukken van Van McCoy, de bluesklassieker I Need Your Love So Bad van Little Willie John en vooral bekend van Fleetwood Mac toen Peter Green nog meespeelde, Baby Don’ Look Down van de jonge Randy Newman en het origineel van Breakaway, geschreven door de onvolprezen Jackie DeShannon en in 1983 tot en hitje gekneed door Tracey Ullman. Echt een fijn plaatje, niet?

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

17-02-18

Zaterdag 17 februari 2018

Pink Shoe Laces

Dodie Stevens

 

JUkeDodie.jpgROZE VETERS

Vandaag viert Dodie Stevens haar 72ste verjaardag. Ze was nog maar acht toen haar eerste single verscheen en haar grote hit Pink Shoe Laces stond in 1959 bovenaan de Amerikaanse hitparade. Dat was dus op haar dertiende. In ‘The Book of Golden Discs’ beweert Joseph Murrells dat ze zelfs nog maar elf was bij de opname van het plaatje. Op een vrolijk deuntje uit gelukkige tijden vertelt ze met een kinderstemmetje over haar nieuw vriendje. Een knappe kerel is het niet, maar zij houdt zo van zijn opvallende kleren. Hij draagt bruine schoenen met roze verters, een jasje met een polkadotmotief en een grote panamahoed met een purperen band. Het lijkt mij eerder een clownspak.

Nooit kon Dodie Stevens dat succes evenaren, al had ze in het begin van de jaren zestig nog wat kleine hitjes waaronder Yes, I’m Lonely Tonight en Merry,Merry Christmas Baby, dat tot vandaag in de kersttijd wordt gedraaid.

Niet alleen als zangeres was ze er vroeg bij. Dodie Stevens trouwde op haar zestiende, kreeg kort daarna een dochter en leefde enigszins teruggetrokken op een boerderij in Missouri. Toen haar huwelijk op de klippen liep, probeerde ze de draad van haar carrière weer op te nemen. Ze deed het goed in de countrylijsten met Billy, I’ve Got To Go To Town, een antwoordsong op Ruby, Don’t Take Your Love To Town van Kenny Rogers. Toen trad ze op onder haar echter voornaam, Geraldine Stevens. Dat pseudoniem Dodie, dat haar manager had bedacht, had ze nooit leuk gevonden.

Halfweg de jaren zeventig maakte ze zelf geen platen meer, maar leverde ze gewaardeerd studiowerk voor onder meer Frankie Avalon, Loretta Lynn en Boz Scaggs. In die tijd trad ze ook op met Sergio Mendes and Brasil ’77.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

16-02-18

Vrijdag 16 februari 2018

Just One Look

Doris Troy

 

JukeTroy.jpgKIJK EENS AAN

Vandaag veertien jaar geleden overleed Doris Troy. Doris Elaine Higginsin was de echte naam van de zangeres die zich ook Doris Payne liet noemen en bij haar fans bekend stond als ‘Mama Soul’. Als haar naam je niets zegt, dan heb je toch zeker al gehoord van haar grote, reggae-achtige hit Just One Look, zij het in de succesversie van The Hollies. Trouwens, ook pakweg Linda Ronstadt, Bryan Ferry en Major Lace hebben het opgenomen. Doris Troy schreef de song zelf, iets uitzonderlijks in 1963. Na Carla Thomas met Gee Whiz (Look At His Eyes) was zij pas de tweede vrouw die met een eigen compositie de Amerikaanse top-10 haalde. Eigenlijk had ze het nummer op tien minuutjes ingeblikt, gewoon als een demo om een platenfirma te benaderen. Maar toen ze de proefopname bij Atlantic hadden gehoord, vonden ze een nieuwe versie niet nodig en brachten ze de single zo uit.

Doris Troy heeft nog wat kleinere hitjes gehad, zoals Watcha Gonna Do About It. En met How About That bezorgde ze Dee Clark een succesje. Maar ze heeft vooral haar hemel verdiend met haar studiowerk, voor en na haar eigen carrière. Zo is ze te horen op platen van Solomon Burke, Ben E. King en The Drifters. Neen, ze werkte niet alleen met zwarte soulartiesten, maar ook met Britse blanken, zoals Tom Jones en Engelbert Humperdinck. Haar stem is zelfs te horen op You Can’t Always Get What You Want van The Rolling Stones en op de albums Rock On van Humble Pie en Dark Side Of The Moon van Pink Floyd.

  

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

15-02-18

Donderdag 15 februari 2018

Les Corons

Pierre Bachelet

 

jUKEcORONS.jpgDE MIJNSTREEK

Vandaag dertien jaar geleden overleed de Franse componist en zanger Pierre Bachelet. Hij was zestig. Wie hem kent van zijn chansons, zal verwonderd zijn dat hij ook de man was achter de band Resonance, die in 1974 internationaal succes had met een vol geluidseffecten gestopte instrumentaal nummer: O.K. Chicago. Dat was best wel funky. Wat een contrast met zijn ander succes uit dat jaar: de soundtrack van de erotische film ‘Emmanuelle’ van Just Jaeckin, een elpee waarvan anderhalf miljoen exemplaren werden verkocht. Klonk er tussen de violen al eens een zwoele mannenstem, dan was die van hem. In die tijd leverde hij aan de band filmmuziek af, vaak voor gelijkaardige blootprenten, zoals ‘Histoire d’O’, of onnozele Franse komedies, zoals ‘Les Bronzés Font Du Ski’. Toen hij zijn debuut uitbracht als zanger greep hij terug naar die dagen. Het werd de single Emmanuelle, zowel in het Frans als het Engels. Snel kwam ander materiaal, zoals Elle Est D’Ailleurs, de titeltrack van zijn tweede album, waarmee hij eindelijk algemene erkenning vond. Toch blijft hij in het collectief geheugen dankzij zijn derde elpee Les Corons, waarvan het titelnummer een klassieker is geworden.

Wij hebben het meestal over ‘cités’. Dat lijkt een Frans woord, maar zulke arbeiderswijken rond mijnen en staalbedrijven in de tijd van de industrialisering heten in Noord-Frankrijk ‘corons’, een woord dat uit het Waals dialect komt. Literatuurliefhebbers kennen de term uit het met Renaud verfilmde boek ‘Germinal’ van Emile Zola. Pierre Bachelet bracht zijn jeugd door in Calais, ver van de terrils, maar hij hield van de streek en kon als geen ander de tekst vertolken die Jean-Pierre Lang had geschreven. Het landschap, de fiere mijnwerkers, hun harde leven. Ik kom uit Haspengouw, een landbouwregio, maar zag er als kind elke dag van op het kerkplein busladingen boerenzonen naar de mijnen vertrekken. Later heb ik als jonge journalist lange dagen gesleten in de steenkoolstreek, in de het vuur van de strijd rond de mijnsluitingen. Daarom word ik emotioneel bij dit lied.

Het refrein nodigt uit tot meezingen en zo is het nummer een eigen leven gaan leiden. Al heel snel werd het onderdeel van de folklore in Nord-Pas-de-Calais. Het is zo’n beetje de hymne van de streek. Studenten in Douai en Lille zingen het op cantussen. De supporters van RC Lens heffen het lied aan als de spelers op het terrein komen en bij een treffen tussen Lens en Troyes heeft niemand minder dan André Rieu het op viool gespeeld tijdens de rust. Toen zullen ze wel verloren hebben…

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be