23-03-18

Vrijdag 23 maart 2018

I Am AMan Of Constant Sorrow

The Soggy Bottom Boys

 

WO-HO IK HEB ZORGEN

Op deze dag in 2002 stond O Brother, Where Art Thou? op de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade voor albums. Een opmerkelijke prestatie voor een soundtrack van een film met songs in onhippe countrygenres als bluegrass. Op verzoek van de regisseurs Joel en Etan Coen bracht producer T-Bone Burnett een interessant gezelschap samen met artiesten van verschillende generaties. Dat ging van de bejaarde Ralph Stanley – inmiddels overleden – over Emmylou Harris tot alt.countrytopper Gillian Welch. Zij maakten de plaatopnamen nog voor er één scène was gefilmd.

JukeBrother.jpgDe soundtrack bevat tal van pareltjes, maar bracht vooral Man Of Constant Sorrow opnieuw in de belangstelling. Fragmenten uit dat nummer kwamen herhaaldelijk voor in de film en er staan maar liefst vier versies van op de cd, soms instrumentaal, soms gezongen. Het wordt met bravoure gebracht door het bandje dat de hoofdrolspelers vormen onder de naam The Soggy Bottom Boys. Acteur George Clooney wou het wel zelf zingen, maar dat bleek te hoog gegrepen en het idee werd afgevoerd. Als hij zijn mond opendoet, horen we eigenlijk Dan Tyminski. Hij is een sleutelfiguur in Union Station, de begeleidingsgroep van Alison Krauss, die trouwens ook prominent te horen is in ‘O Brother, Where Art Thou?’. Solo maakt ze indruk in Down To The River To Pray, maar het wordt pas echt prachtig als ze een engelenkoor vormt met Emmylou Harris en Gillian Welch voor I’ll Fly Away en Didn’t Leave Nobody But The Baby.

Maar terug naar ‘mountain traditional’ Man Of Constant Sorrow. De oudste uitgaven van de partituur dateren van voor de Eerste Wereldoorlog. De oorspronkelijke titel was Farewell Song. In de loop der jaren verschenen er tal van versies, waarbij vaak wijzigingen aan de tekst werden doorgevoerd. Het waren The Stanley Brothers die de song in de jaren vijftig bekend maakten bij een breed publiek. In de sixties volgden allerlei folkuitvoeringen nadat Bob Dylan het had opgenomen voor zijn titelloze debuutelpee uit 1962. Die plaat draait terwijl ik dit schrijf. Omdat Joan Baez zich moeilijk in een man kon verplaatsen, maakte zij er Girl Of Constant Sorrow van, terwijl Judy Collins koos voor Maid Of Constant Sorrow. Peter, Paul & Mary hielden het kortweg op Sorrow. Op de hoes van O Brother, Where Art Thou? wordt de langste titelversie gebruikt: I Am A Man Of Constant Sorrow.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

Post een commentaar