28-03-18

Woensdag 28 maart 2018

Candy Man

Roy Orbison

 

MEESTER MONDHARMONICA

Vandaag viert Charlie McCoy zijn 77ste verjaardag. De mondharmonicameester heeft zelf een veertigtal albums uitgebracht en Amerikaanse hits gescoord met zijn versies van countryklassiekers als Orange Blossom Special. Maar hij heeft vooral sporen nagelaten als sessiemuzikant op naar schatting 1.200 platen van kleine tot grote beroemdheden. Het begon toen hij werd ingehuurd om mee te doen op Candy Man van Roy Orbison. Zijn harmonica maakte het nummer. Daarna werd hij gevraagd zijn ‘mondmuziekske’ te hanteren tijdens opnames van Elvis Presley, Johnny Cash, Kris Kristofferson en zoveel anderen. Hij is bijvoorbeeld ook te horen op The Boxer van Simon & Garfunkel. Maar je moet wel goed luisteren. Alleen in de tweede en de laatste strofe blaast hij op een basharmonica.

JukeRoy.jpgVan zijn achtste speelt hij mondharmonica, maar hij kan ook overweg met menig ander instrument. Er zijn platen waarop hij orgel en tuba speelt of zelfs drumt. Voor Bob Dylan speelde hij trompet op Blonde On Blonde en bas op de albums John Wesley Harding en Nashville Skyline. Al Kooper vertelt graag de anekdote dat McCoy hem eens toonde hoe hij tegelijk bas en trompet kon spelen. Maar dat hij dat inderdaad heeft gedaan op Rainy Day Woman van Dylan, zoals het gerucht gaat, ontkent de multi-instrumentalist. Op Oh, Pretty Woman van Roy Orbison hoor je hem op baritonsax. Met Wayne Moss, die volgens sommige bronnen de karakteristieke gitaarriff van Oh, Pretty Woman speelt, vormde hij Barefoot Jerry, een southern-rockband die ik heb leren kennen via de onvolprezen cd-reeks Sounds Of The South, waarop drie nummers van hen zijn verschenen.

Tot zo ver past het allemaal in een zelfde rijtje, maar Charlie McCoy heeft nog vreemdere inkepingen op zijn kerfstok. Zo heeft hij vrij veel in Frankrijk gewerkt, onder meer met Johnny Hallyday en op acht platen van Eddy Mitchell. Maar hij speelde ook met de rockers van Ween. Dat vond hij ‘pretty strange’, zei hij in Word Magazine. “Van elk bandlid kon ik de grootvader zijn. En hun teksten waren nogal aangebrand. Maar ik stoor mij daar niet aan.”

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

Post een commentaar