11-08-16

Donderdag 11 augustus 2016

Nasty Girl

Vanity 6

 

STOUTE MEISJES

Op deze dag in 1982 verscheen de titelloze debuutelpee van Vanity 6. Het werd het enige album dat de protegeetjes van Prince zouden uitbrengen. De B-kant van de vinyluitvoering heette ‘Side 6’.JukeVanity1.jpg

In het begin van de jaren tachtig wist Prince wel hoe hij platen kon verkopen. We laten drie jonge vrouwen op hoge hakken en in sexy lingerie dansbare deuntjes met suggestieve teksten hijgen. Zoiets moet hij hebben gedacht. Het trio moest er wat hoerig uitzien en ze zouden The Hookers heten. Zijn plannen kwamen in een stroomversnelling toen hij Denise Matthews ontmoette. Zij was een Canadese actrice van B-films en een fotomodel dat te klein was voor modedefilés en alleen voor reclamecampagnes mocht poseren. Voor Prince had ze waarschijnlijk de ideale gestalte, want hij begon een relatie met haar. De ‘Purperen’ zag in Denise Matthews de perfecte frontvrouw voor de meidengroep die hij wou oprichten. Passend in het project wou hij haar het pseudoniem Vagina geven, maar zij hield het liever bij Vanity. En zo werd de groep Vanity 6 genoemd. De zes in de groepsnaam zou verwijzen naar het aantal borsten. Iets als ‘De 14 Billekes’ dus.

JukeVanity2.jpgTypisch voor zijn nevenactiviteiten, was Prince songschrijver, muzikant en producer van Vanity 6. Maar gul als hij was, deelde hij royalties uit door anderen als auteurs te vermelden. Zo staat Nasty Girl op naam van Vanity hoewel hij de componist en de tekstdichter is. Ondanks het feit dat veel radiostations de single boycotten omwille van de aangebrande tekst werd het toch een hit, ook in Nederland en Vlaanderen. Eigenlijk was het het enige succes van Vanity 6 want de drie andere singles die ze uitbrachten, bleken te slap voor de hitparades. De drie meisjes fungeerden als achtergrondzangeressen op albums van Prince en toerden in zijn voorprogramma, maar twee jaar na de oprichting bestond het gezelschap niet meer.

Prince poseerde met Vanity op de cover van het magazine Rolling Stone en bood haar een hoofdrol aan in de film ‘Purple Rain’. Maar zij draaide hem onverwacht de rug toe. Het zou kunnen dat de liefde uit was, maar aannemelijker is dat ze gewoon heeft gekozen voor een erg lucratief aanbod van Motown. Bij dat platenlabel mocht ze twee soloalbums maken, maar op wat kleine Amerikaanse hitjes als Pretty Mess en Undress na is daar weinig of niets van te onthouden.

Voor de rol in ‘Purple Rain’ werd Vanity vervangen door Patricia Kotero. Ook bij Vanity 6 nam die haar plaats in. Omdat zij de artiestennaam Apollonia hanteerde, werd de groep herdoopt tot Appolonia 6. Ook dat drietal bracht slechts één elpee uit. Sex Shooter stond daarop, een song die Prince eigenlijk voor Vanity 6 had geschreven. Ook The Glamourous Life was voor zijn triootje bestemd, maar het werd uiteindelijk de debuuthit van Sheila E.

Prince was niet de enige artiest met wie Vanity de lakens deelde. Ze beleefde onder meer affaires met Stuart Goddard, de zanger van Adam and The Ants, en met Billy Idol. Hoewel een huwelijk uitbleef, was ze verloofd met Nikki Sixx van Mötley Crüe. In die tijd was ze verslaafd aan crack, de gekristalliseerde vorm van cocaïne. In 1994 overleefde ze op het nippertje een overdosis. Na die ervaring liet ze zich opnieuw Denise Matthews noemen en wijdde ze haar verdere leven aan de Heer. Haar drugsgebruik had echter tot ernstige nierproblemen geleid en die veroorzaakten haar overlijden in februari van dit jaar. Ze was 57.

De twee nog niet vermelde zangeressen van Vanity 6 en Appolonia 6 waren Brenda Bennet en Susan Moonsie. Brenda Bennet, die van Schotse afkomst is, werd de kledingverantwoordelijke van Prince na haar huwelijk met zijn concertdecorontwerper Roy Bennet. Susan Moonsie was een tijdlang het liefje van Prince. Voor haar rol in Vanity 6 ontwikkelde hij een lolita-imago en loog hij dat ze nog maar zestien was. Volgens sommige bronnen zou Prince When Doves Cry over hun af-en-aanrelatie hebben geschreven. Ook wordt Susan Moonsie vermeld in Rumors, een hit van Timex Social Club die ik op feestjes graag in de maxiremix draai. Althans, tekstschrijver Marcus Thompson heeft gezegd dat hij het over haar had toen hij ‘did you hear that one about Susan’ schreef. ‘Some say she’s just a tease’, gaat het verder, ‘in a camisole, she’s six feet tall. She’ll knock you to your knees.’

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

10-08-16

Woensdag 10 augustus 2016

Jersey Girl

Johnsburg, Illinois

Tom Waits

 

IEMAND DIE JE ZINNEN AFMAAKT

Op deze dag in 1980 trouwde Tom Waits met Kathleen Brennan in een kapel in Las Vegas. Hij had toen net een turbulente relatie met Rickie Lee Jones achter de rug. De tortelduifjes gingen op huwelijksreis naar Tralee in County Kerry, in Ierland. Vandaar zijn haar ouders afkomstig, zoals je al uit haar naam zou kunnen afleiden. Voor haar zijn woorden als manusje-van-alles uitgevonden. Zij is muzikant, songwriter, platenproducer en kunstenares. Waits heeft haar al eens omschreven als een trapeziste die ook nog je auto kan repareren. “That’s who you wanna go in the woods with, right?” In hetzelfde interview noemde hij haar ‘somebody who finishes your sentences for you’. En dat doet ze nu al jaren letterlijk. Groot is haar invloed op zijn creatief proces. Tal van muzikanten met wie Waits samenwerkte, getuigen daarover in het jongste nummer van Uncut. Zij schuwt de spotlights, maar ze is altijd in de buurt. Ze blijft op de achtergrond, maar ze zit in de studio en geeft aanwijzingen. “Dat gaan we eens opnieuw doen.” Soms neemt ze hem apart in een hoekje en dan bespreken ze de opname. Ze moedigt hem altijd aan zijn songs uit te benen. Hij heeft nood aan haar advies, hij wil altijd weten wat zij ervan vindt. De superlatieven vliegen in het rond. Mondharmonicaman Charles Musselwhite vat het lachend samen: “1+1 is bij hen 28.”

Kunstwerken van haar staan in zijn cd-boekjes, maar ze werkt ook mee aan zijn songs. Bij het merendeeel van de nummers in de driedelige box Orphans worden Waits/Brennan als auteur vermeld. In het boekje bij zijn meest recente cd, Bad As Me uit 2011, lezen we zelfs: ‘All songs written and produced bij Tom Waits and Kathleen Brennan’.

Tom Waits leerde Kathleen Brennan kennen tijdens de opnames van ‘One From The Heart’, een film van Francis Ford Coppola waarvoor hij de muziek schreef. Ik koester de soundtrack op vinyl. Zij had toen een baantje bij het productiehuis. “Het was liefde op het eeste gezicht”, heeft hij eens gezegd, waarna hij zich verbeterde: “Love on the second sight.”

JukeWaits.jpgTerwijl ze later van grote invloed op zijn muziek werd, was ze aanvankelijk voornamelijk zijn muze. Kort na hun huwelijk verscheen Waits’ zesde elpee Heartattack And Vine. Ik leg ze nog geregeld op. De A-kant sluit af met Jersey Girl. Veel mensen denken dat dit een nummer van Bruce Springsteen is. Hun vergissing is te begrijpen. Springsteen speelt vaak covers als bisnummers tijdens zijn concerten, maar heeft er weinig of geen op plaat gezet. Verder wordt hij geassocieerd met New Jersey, zijn geboortestreek waarover hij het vaak heeft in zijn songs. Ook het woordje ‘ride’ komt veel voor in zijn werk, het autoritje als ultieme vrijheid. Als de Boss ‘Tonight I’m gonna take that ride across the river to the Jersey side’ zingt, lijkt het inderdaad een zin die hij aan het papier toevertrouwde. Hij zette het op de B-kant van de single Cover Me en op mijn vijf elpees tellende lievelingsdoos Live 1975-1985. Maar het was dus Tom Waits die het schreef. “Ik had nooit gedacht dat ik ooit ‘sha la la’ zou zingen”, zei Waits eens. En – nu komen we er – hij schreef het voor Kathleen Brennan. Dat heeft hij zelf verteld in een radio-interview. Zij woonde in die tijd in New Jersey, maar eigenlijk groeide ze op in het door Duitse migranten gestichte Johnsburg in Illinois. Daarover heeft Tom Waits het in Johnsburg, Illinois op de elpee Swordfistrombones. Het duurt maar anderhalve minuut, maar het is een pareltje waarvan ik van bij de eerste beluistering hield. Zo’n schoon – hier is dat woord gepast – gebald liefdesgedicht, nauwelijks voorzien van pianobegeleiding. Zoals in veel van zijn songs in die tijd lijkt Tom Waits een aangschoten tooghanger, naast je op de barkruk. En hij zegt – zingen kan je dat niet noemen – het zo prachtig. ‘Kijk, ik heb een foto van haar in mijn portefeuille. En ik heb een tattoo met haar naam op mijn arm.” Ik word er altijd emotioneel van, misschien omdat ik ook nog altijd een jeugdfoto van mijn vrouw in mijn portefeuille heb. Toen ik in het begin van de jaren ‘80 voor BRT 2 radioprogramma’s samenstelde, heb ik heb ik het vaak op playlists gezet. Ik denk niet dat het vandaag nog zou gedraaid worden.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

09-08-16

Dinsdag 9 augustus 2016

Het Land van Maas en Waal

Boudewijn de Groot

 

JukeMaas1.jpgTUSSEN TWEE RIVIEREN

Op welke dag hij precies is overleden weten we niet, maar vandaag vijfhonderd jaar geleden werd Jeroen Bosch begraven. Dat wordt herdacht met een honderdtal activiteiten in ’s-Hertogenbosch, de stad waar hij werd geboren, waar hij woonde, werkte en stierf, en waaraan hij zijn pseudoniem ontleende. Eigenlijk heette hij Van Aken. Bij de evenementen zijn ook parades met kunstzinnige creaties, geïnspireerd door de middeleeuwse meester. Dat doet me denken aan de optocht van het ‘Circus Jeroen Bosch’ in Het Land van Maas en Waal van Boudewijn de Groot.

Als kind raakte Boudewijn de Groot in de ban het het boek ‘Hatsji-Bratsji’s Toverballon’, waarin het hoofdpersonage over het Land van Maas en Waal zweeft. Hoewel dat gewoon een aanduiding is voor een streek in de provincie Gelderland, begrensd door de twee rivieren met die namen, had Boudewijn de Groot de wildste fantasieën over dat voor hem zo mysterieuze land. Later stelde hij aan zijn vaste tekstdichter Lennaert Nijgh voor er een lied rond te schrijven. Die maakte er een vrolijke stoet van. Het valt me niet moeilijk lange fragmenten uit het hoofd te citeren: ‘Ik loop gearmd met een kater voorop, daarachter twee konijnen met een trechter op hun kop. En dan de grote snoeshaan, die legt een glazen ei, wanneer je ‘t schudt dan sneeuwt het op de Egmondse abdij.’ Verder blaast een fanfare ter ere van een schaar die trouwt met een vingerhoed, wordt er zandgebak gegeten en steekt men kerken met brandewijn in brand. Logisch dat Lennaert Nijgh het over het ‘Circus Jeroen Bosch’ had, de surrelatische taferelen in zijn liedtekst herinnerden inderdaad aan de werken van die schilder.

JukeMaas2.jpgVoorzien van een scène uit een schilderij van Bosch op het hoesje (foto 2) heb ik een 45-toerenplaatje waarop naast Het Land van Maas en Waal nog drie andere nummers staan: Er Komen Andere Tijden, Vrijgezel en Lied Voor Een Kind Dat Bang Is In Het Donker. Oorspronkelijk verscheen het nummer echter in november 1966 op het album Voor De Overlevenden. Twee maanden later kwam het uit als een single met een dubbele A-kant. Op de flipside stond Testament (foto 1). Op 14 januari 1967 kwam Het Land van Maas en Waal binnen in de Nederlandse Top-40. Van 11 februari tot 3 maart stond de song op de eerste plaats in die hitparade. By the way, het is de enige nummer 1 die Boudewijn de Groot ooit heeft gehad.

Met The Land At Rainbow’s End als titel heeft Boudewijn de Groot dit nummer ook in het Engels opgenomen. Onder het pseudoniem Baldwin zette hij het op een single met Beautiful Butterfly, een vertaling van Verdronken Vlinder, op de B-kant. Internationaal succes bleef echter uit.

O, nog dit. Als Boudewijn de Groot een laatste keer ‘en we lachen allemaal’ zingt, klinkt er een verkrampt lachje. Het was de bedoeling het te laten klinken als het gegrinnik op Rainy Day Woman #12 & 35, de openingstrack van Blonde On Blonde van Bob Dylan. Maar dat draaide verkeerd uit. Omdat de studiomogelijkheden in die tijd nog beperkt waren, kon het niet worden overgedaan zodat het gênante lachje op de plaat verscheen. Boudewijn de Groot is zich daar blijven aan ergeren. Volgens sommige bronnen hield hij trouwens helemaal niet van het liedje. Later in zijn carrière bracht hij het liever niet tijdens concerten.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

08-08-16

Maandag 8 augustus 2016

Beat Me Daddy, Eight To The Bar

The Andrews Sisters

 

GEEF ACHT!JukeEight.jpg

Op de achtste dag van de achtste maand focussen we het op het cijfer 8 in de popgeschiedenis. Ik zou het kunnen hebben over Eight Miles High, het psychedelische hoogtepunt van The Byrds. Of over Eight Days A Week van The Beatles, Rien Que Huit Jours van Johnny Hallyday en, recenter, Eight Second Ride van Jake Owen. Maar ik zoek liever uit waar het in swingmuziek vaak gebruikte ‘eight to the bar’ vandaan komt. De term komt uit de wereld van big bands en jazz. Tijdens geïmproviseerde solo’s speelde de muzikant soms sneller dan het tempo van de song. Letterlijk betekent ‘eight to the bar’ dan ook acht noten spelen in de maat van vier. Figuurlijk is het een aanmoediging voor pakweg de pianist om er eens goed vaart in te zetten. Ray McKinley, in de jaren dertig drummer en zanger van de Jimmy Dorsey Band, gebruikte de uitdrukking graag. Als hij pianist Freddie Slack om een boogiewoogiebeat vroeg, riep hij: “Beat me Daddy, eight to the bar!”. Daddy was de bijnaam van Freddie Slack. Don Raye, die bevriend was met Ray McKinley, besloot rond het zinnetje een song te bouwen. Omdat het idee nu eemaal van McKinley kwam, kreeg hij een deel van de royalties van de gulle songschrijver. Zo komt het dat Eleonore Sheehy als co-auteur wordt vermeld. Zij was de echtgenote van McKinley.

Beat Me Daddy, Eight To The Bar werd in 1940 voor het eerst opgenomen door Will Bradley and His Orchestra, de band waarvan Ray McKinley en Freddie Slack toen deel uitmaakten. Nog hetzelfde jaar werd het ook door Woody Herman en door Glenn Miller op plaat gezet. De grootste hit werd echter de uitvoering van The Andrews Sisters. Een jaar later sloegen de zusjes nog eens op dezelfde nagel in het heel bekende Boogie Woogie Bugle Boy, trouwens ook een compositie van Don Raye. In de song over een militaire trompettist zingen ze: ‘And when he plays he makes the company jump eight to the bar.’

Er volgden nog tal van covers van Beat Me Daddy, Eight To The Bar, onder meer van Ella Fitzgerald. Een opmerkelijk versie verscheen in 1971 op Lost In The Ozone, de debuutelpee van Commandor Cody and his Los Planet Airmen.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

07-08-16

Zondag 7 augustus 2016

Lady Willpower

Gary Puckett & The Union Gap

 

MEISJES WORDEN VROUWEN

Vandaag viert Kerry Chater zijn 71ste verjaardag. Nooit van gehoord, hoor ik je zeggen. Dat denk je maar. Akkoord, ik kan aannemen dat je de grote countryhits die hij in de jaren tachtig en negentig in Nashville schreef niet kent. Het waren wel genrevedetten zoals Charlie Rich, Tanya Tucker en Juice Newton die er succes mee boekten. Ik hou enorm van I Know A Heartache When I See One dat hij schreef voor Jennifer Warnes. Je kan het vinden op haar album Shot Trough The Heart, waarover ik het heb gehad op 3 maart 2016.JukePuckett.jpg

Als muzikant heeft hij het meest succes gehad op het einde van de jaren zestig. Geboren in Canada begon hij aan de universiteit van San Diego in Californië de band Outcasts met zijn vriend Gary Puckett. Je hoort het al komen, het is uit deze groep dat Gary Puckett & The Uninon Gap groeide. De formatie koos die naam nadat hun manager hen in uniformen van The Union, de noordelijke staten in de Amerikaanse burgeroorlog, had gestoken. Onder de indruk van de tenorstem van Gary Puckett bood producer Jerry Fuller de groep een platencontract aan. Hij schreef ook hun grote hits Young Girl, Lady Willpower en Over You, allemaal in 1968 uitgebracht. Kerry Chater zorgde meestal voor de orkestratie, maar pende in die tijd ook enkele albumtracks. Hoewel niet valt te ontkennen dat dit allemaal Amerikaanse hits waren, bereikten die singles alleen in Europa de eerste plaats in de verkoopslijsten.

Het moet zijn van de dagen dat ik als tiener naar Radio Luxemburg luisterde, maar ik herinner me ook nog Pucketts versie van Girl, You’ll Be A Woman Soon. Die compositie van Neil Diamond werd bekend in de versie van Urge Overkill, die gebruikt werd in de film ‘Pulp Fiction’ van Quentin Tarantino. Op het album The New Gary Puckett And The Union Gap, met op de hoes waarachtig een kamptafereel uit de Civil War, werd hetzelfde thema nog eens behandeld in This Girl Is A Woman Now. Met die single veroverden ze voor het laatst een hitparadeplaats, al bestaat de band eigenlijk nog altijd. Gary Puckett toert tot vandaag in het oldiescircuit, zij het natuurlijk met andere muzikanten. Maar nog altijd heeft hij het over meisjes die vrouwen worden.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be