06-08-16

Zaterdag 6 augustus 2016

Baby, Now That I’ve Found You

The Foundations

 

JukeFound.jpgGEVONDEN!

Vandaag wordt Mike Elliott 87. De Jamaicaanse saxofonist heeft weinig opnames onder zijn eigen naam uitgebacht, maar is te horen op tal van skaplaten uit het begin van de jaren zestig. Het begon met Rico’s Combo, de band van trombonist Rico Rodriguez. Rico werd geboren op Cuba, maar groeide op in het Jamaicaanse Kingston, waar hij muziekles kreeg aan de Alpha Boys School, een onderwijsinstelling die menig reggaevedette een springplank heeft bezorgd. Hij speelde onder meer met The Specials, was te horen op het meesterwerk Bass Culture van Linton Kwesi Johnson en had tot zijn dood vorig jaar een vaste stek in Jools Holland’s Rhythm And Blues Orchestra. Op feestjes draai ik vaak met veel bijval Rico’s maxi-single met zijn reggaeversie van Take Five van Dave Brubeck, maar dat geheel terzijde.

We hadden het over Mike Elliott. Op het einde van de jaren zestig speelde hij bij The Foundations, zowat de eerste multiculturele Britse groep die grote hits scoorde. Als jonge tiener zong ik graag mee met hun Build Me Up Buttercup. Ik vind het tot vandaag leuk hoe een tweede stem sommige tekstfragmenten herhaalt. Het is alsof je een echo hoort. Het nummer werd geschreven door hun producer Tony Macaulay, samen met Mike D’Abo, die een tijdlang de zanger van Manfred Mann was. Als ik ze nu na mekaar hoor, hou ik toch het meest van hun andere wereldhit, Baby, Now That I’ve Found You uit 1967. Ook die song was van de hand van Tony Macaulay, drie trouwens de auteur of co-auteur is van tal van sixties- en seventieshits. Ik vermeld er enkele: Baby Make It Soon van Marmalade, Sorry Suzanne van The Hollies, Don’t Give Up On Us van David Soul en Let The Heartache Begin van Long John Baldry. Dat ik vandaag Baby, Now That I’ve Found You boven het andere werk van The Foundations verkies, heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat ik inmiddels de uitvoering van Alison Krauss heb leren kennen. Zij heeft de soulserenade ontdaan van de blazersbombast en zingt het helemaal uitgeklede nummer met haar engelenstem op een behaaglijk begeleidingsbedje van akoestische gitaar en dobro. Dan merk je pas goed dat het een heel sterke song is.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

05-08-16

Vrijdag 5 augustus 2016

Doctor Robert

The Beatles

 

ALS DE DALAI LAMA OP EEN BERG

Vandaag vijftig jaar geleden verscheen Revolver, het zevende album van The Beatles. De tijd dat ze poppy tieneridolen waren, was definitief voorbij. De volwassenwording van de Fab Four, die een jaar eerder was ingezet met de elpee Rubber Soul, werd nu doorgedreven. Dat vertaalde zich in nieuwe vormen van songschrijven en een verdere technische revolutie met allerlei studiotrucjes. Producer George Martin was al een meester in ‘soundscaping’, nu kreeg hij de hulp van nog maar 19-jarige geluidstechnicus Geoff Emerick. Die stopte een wollen trui in de basdrum om hem anders te laten klinken en die experimenteerde met ‘automatic double tracking’ en ‘close audio miking’, waarbij hij de microfoons zo dicht bij de instrumenten opstelde dat hij een reprimande kreeg van de bazen van de Abbey Road omdat hij de levensduur van de studiouitrusting in gevaar bracht. Verder werden veel loops gebruikt en draaide men bandopnames vertraagd, versneld of zelfs achterstevoren af. Tomorrow Never Knows sluit de elpee af, maar was de eerste track die werd opgenomen. In het jongste nummer van het magazine Classic Rock lees ik dat John Lennon aan Geoff Emerick vroeg om zijn stem op dat nummer te laten klinken alsof ze uit de keel van de dalai lama kwam, dertig kilometer verder op een berg. Hij slaagde erin aan het verzoek te voldoen door de zangpartij eerst door de luidspreker van een hammondorgel te sturen.

JukeRevolver.jpgNeen, niet alle songs op Revolver zijn meesterwerken. Spaar ons van het irritant kinderlijke Yellow Submarine, waarop Ringo Starr bij hoge uitzondering de ‘lead vocals’ voor zijn rekening mocht nemen. Het verscheen op een zogenoemde single met dubbele A-kant, samen met de strijkerssonate Eleanor Rigby, een song waarover ik het uitgebreid heb gehad op 29 april. En ik ben ook niet te vinden voor het sitar- en tablageleuter op Love You To, door George Harrison ingeblikt met de hulp van een aantal Indische muzikanten. Er kwamen wel meer gasten aan Revolver te pas. Zo huurde men een aantal sessiemuzikanten uit de Londense jazzscene in om Got To Get You Into My Life op te nemen. In de blazerssectie zaten enkele leden van The Bue Flames, de begeleidingsband van Georgie Fame.

De nummers die decennia later zijn blijven hangen, blijken voornamelijk werkstukjes van Paul McCartney. Ik denk dan aan het ongegeneerd opgewekte Good Day Sunshine, waarvan Macca zelf heeft gezegd dat het een poging was om een soort Daydream van The Lovin’ Spoonful te schrijven. En ik denk aan het even simpele als sublieme Here, There And Everywhere, waarvoor drie volledige opnamedagen nodig waren. De song schrijven ging veel vlugger. Paul McCartney werkte het nummer uit op een ochtend aan het zwembad van Kenwood, Lennons huis op het landgoed St.George’s Hill in Weybridge, Surrey. Hij had toch niets anders te doen, hij moest er wachten tot John uit bed kwam.

O ja, tussendoor werd ook nog Paperback Writer opgenomen. Dat belandde niet op het album, maar werd enkel als single uitgebracht, een praktijk die toen in zwang was. Het tegelijk uitbrengen van originele nummers en covers was toen ook gebruikelijk. Nog in hetzelfde jaar dat deze Beatleselpee verscheen, werden liefst acht van de veertien tracks opgenomen door andere artiesten, onder wie The Tremeloes en Cilla Black. Cliff Bennett had zelfs een grote Britse hit met zijn uitvoering van Got To Get You Into My Life.

De hoes van Revolver is een ontwerp van Klaus Voormann, een Duitse bassist die zowel bij Manfred Mann als – veel later – bij Trio (Da Da Da) heeft gespeeld en die de Beatles hadden leren kennen tijdens hun dagen in Hamburg. Zijn kunstwerk is een mix van tekeningen en fotocollages. Hij heeft er veertig pond voor gekregen.

Enkele songs op het album verwijzen naar bestaande figuren. Zo is Doctor Robert geïnspireerd door Robert Freymann, een dokter uit Manhattan die zijn gefortuneerd cliënteel oppepte met cocktails van vitamine B-12 en amphetamines. ‘If you’re down, he’ll pick you up. Take your drink from his special cup.’ De cryptische tekst van het aan de folkrock van The Byrds verwante And Your Bird Can Sing zou geïnterpreteerd moeten worden als een sneer naar Mick Jagger, van wie het toenmalig liefje, Marianne Faithfull, inderdaad kon zingen. Volgens de kleine lettertjes op de hoes zouden Jagger en Faithfull trouwens als percussionisten en achtergrondzangers te horen zijn op Yellow Submarine, maar dat kan ook een grap zijn. Het was de tijd dat de media de concurrentie tussen The Beatles en The Rolling Stones graag aanwakkerden. Toen een titel voor de elpee moest worden gekozen, had lolbroek Ringo Starr zelfs voorgesteld om ze After Geography te noemen met een knipoog naar het enkele maanden eerder verschenen album Aftermath van de Stones. Na de wiskunde, na de aardrijkskunde, is me dat lachen!

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

04-08-16

Donderdag 4 augustus 2016

Loud Music In Cars

Billy Bremner

 

JukeBremner.jpgLUIDE MUZIEK

IN (KLEINE) AUTO’S

Vandaag wordt Billy Bremner zeventig. Ik heb het niet over de vinnige middenvelder van Leeds United die van halfweg de jaren zestig tot begin de jaren zeventig zijn club kampioenentitels en bekers bezorgde, maar over zijn naamgenoot, de Schotse gitarist Billy Bremner. In de jaren zestig speelde hij bij The Luvvers, de begeleidingsband van Lulu, maar ik leerde hem kennen toen hij op het einde van de seventies samen met Nick Lowe, Dave Edmunds en Terry Williams de band Rockpile vormde. Met Seconds Of Pleasure hebben ze maar één elpee onder die groepsnaam uitgebracht. Op die plaat neemt Billy Bremner ook de zangpartij van twee nummers voor zijn rekening: het aardige Heart en het beukende You Ain’t Nothing But Fine, dat ik toch liever hoor in de uitvoering van The Fabulous Thunderbirds. De andere opnames van Rockpile verschenen als albums van Nick Lowe of Dave Edmunds. Zo komt het dat Billy Bremner te horen is op enkele van mijn lievelingsplaten, zoals Labour Of Lust van Nick Lowe en Repeat When Necessary van Dave Edmunds. Later speelde hij nog ‘lead guitar’ op de single Back On The Chain Gang van The Pretenders en op het album Packed! van dezelfde band. Ook doet hij mee op Trust van Elvis Costello en albums van Mickey Jupp, Foreigner, Shakin’ Stevens en Carlene Carter, toen nog mevrouw Nick Lowe.

Billy Bremner heeft vier solo-elpees uitgebracht. Het moet zijn dat ze mij niet allemaal hebben geboeid, want ik tref alleen maar zijn debuut Bash uit 1984 aan in mijn platenkast. Op de achterkant van de hoes zie ik dat hij naast zijn oude maat Terry Williams op drums ook cracks als Bobby Irwin en Pete Wingfield (Eighteen With A Bullet) rond zich had verzameld. De B-kant opent met Loud Music In Cars, dat drie jaar eerder al als single was verschenen. Het is tot vandaag zijn meest bekende nummer gebleven. Dat moet voormalig rockjournalist Frank Vander linde van De Mens toch door het hoofd schieten telkens hij Luide Muziek In Kleine Auto’s zingt.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

03-08-16

Woensdag 3 augustus 2016

Drive

The Cars

 

JUkeDrive.jpgWIE BRENGT JE NAAR HUIS?

Op deze dag in 1985 werd Drive van The Cars voor een tweede keer als single uitgebracht. De aanleiding was het feit dat de melancholische ballade als achtergrondmuziek werd gebruikt bij beelden van de hongersnood in Ethiopië die Live Aid aankondigden. De groep bracht de song trouwens tijdens de live show vanuit Philadelphia, waar het Amerikaanse deel van het caritatieve spektakel plaats vond terwijl hier Wembley het centrum was. Heel de opbrengst van de re-release ging naar het project. De groep kon de Band Aid Trust een cheque van 160.000 pond overhandigen.

De song was een jaar eerder verschenen op het album Heartbreak City. Het werd de grootste Amerikaanse hit van The Cars, terwijl ze in Europa eigenlijk meer succes hadden met My Best Friend’s Girl, een track uit hun debuut in 1978.

Zanger Ric Ocasek schreef Drive, maar bij uitzondering werd het nummer gezongen door de bassist Benjamin Orr. De Amerikaanse acteur Timothy Hutton mocht de bijbehorende videoclip regisseren. Hij gaf de hoofdrol aan het Tsjechische model Paulina Porizkova, die u – naargelang uw belangstelling – kan kennen uit Vogue, Sports Illustrated of Playboy. Zowel het boulevardblad People als de modebijbel Harper’s Bazaar rekenden haar tot de mooiste vrouwen van haar generatie. Dat vond Ric Ocasek ook. Hij ontmoette haar voor het eerst tijdens de audities voor de videoclip van Drive en is nog altijd met haar getrouwd. Ze hebben twee kinderen. De in het nummer zo vaak herhaalde vraag ‘Who’s gonna drive you home tonight?’ is daarmee beantwoord.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

02-08-16

Dinsdag 2 augustus 2016

Let’s Go All The Way

Sly Fox

 

FUNKY TOWN ZULTE

Vandaag dertig jaar geleden kwam Let’s Go All The Way van Sly Fox binnen in de Nederlandse Top-40. De single piekte op de zesde plaats. In de BRT Top-30 strandde de song op nummer 15, maar hij bleef wel liefst tien weken in die hitparade staan. Het feit dat de videoclip veelvuldig te zien was op MTV heeft daartoe zeker bijgedragen.

JukeFox.jpgLet’s Go All The Way wordt tot de ‘one hit wonders’ gerekend, want het Amerikaanse duo heeft slechts kort bestaan en kon nooit een ander succes boeken. De twee zangers waren Gary ‘Mudbone’ Cooper en Michael Cormacho. Die laatste moest wegens ziekte verstek laten gaan toen Sly Fox door Veronica werd uitgenodigd voor het televisieprogramma ‘Countdown’. Presentator Adam Curry besloot dan maar het nummer te playbacken aan de zijde van Gary Cooper.

De titel, die voortdurend als refrein wordt herhaald, suggereert dat het over seks gaat, maar daar is in de strofen niets van te merken. Ook anti-militarisme is geen thema in de tekst, terwijl de videoclip daar toch nadrukkelijk naar verwijst met beelden van kinderen die speelgoedwapens stukslaan.

Er bestaan verschillende covers van Let’s Go All The Way. Een van de meest opmerkelijke uitvoeringen is de vrolijke versie van Wouter Berlaen. Deze beroepsbassist voorziet over alle genregrenzen heen half Vlaanderen van lage tonen, maar leverde als singer-songwriter ook drie goed ontvangen cd’s af: Vanuivoeurt, De Loatste Man en Mijn Erf. Zijn singles Ge Zij Were Zat, Oe Ver'est Nog? en Ier In De Midd'n werden geregeld gedraaid op Radio 1. Het is op zijn tweede album dat hij de eightiesklassieker van Sly Fox ongegeneerd funky naar zijn hand zet onder de titel Brengt Ui Zuster Mee. Wouter Berlaen zingt in zijn moedertaal, het dialect van het Oost-Vlaamse Zulte. Over die keuze zei hij eens tegen mij: “In het Zults staan de nummers dichter bij mij. Het houdt ook verband met het erkennen van mijn wortels. Pas toen ik na jaren studeren aan het conservatorium in Brussel weer naar mijn geboortedorp terugkeerde, ontdekte ik dat ik roots had.”

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be