20-03-17

Maandag 20 maart 2017

We’ll Meet Again

Vera Lynn

 

JukeLynn.jpgHONDERD

De kranten staan er al weken vol van, maar het is eigenlijk pas vandaag dat Vera Lynn 100 wordt. De Britse zangeres werd wereldberoemd in de Tweede Wereldoorlog met songs als The White Cliffs Of Dover en vooral We’ll Meet Again.

‘Does anybody here remember Vera Lynn?’ vraagt Roger Waters zich af in Vera op de dubbelelpee The Wall van Pink Floyd. ‘Remember how she said we would meet again some sunny day?’ Het heeft iets ironisch als je weet dat Waters’ vader nooit is teruggekomen uit de oorlog. Ook in Another Brick In The Wall verwijst hij ernaar: ‘Daddy’s flown across the ocean, leaving just a memory, a snapshot in the family album.’  

Nog opmerkelijker is de manier waarop We’ll Meet Again van Vera Lynn gebruikt werd in de film ‘Dr.Strangelove’ van Stanley Kubrick. Deze satire vol zwarte humor eindigt met dit lied terwijl we wereldwijd atoombommen zien ontploffen. 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

19-03-17

Zondag 19 maart 2017

Graceland

Paul Simon

 

HET LANDGOED

Vandaag zestig jaar geleden kocht Elvis Presley Graceland in Memphis. Het landgoed heette al zo, een voormalige eigenaar had het naar zijn dochter genoemd in de tijd dat er nog geen herenhuis maar een boerderij op stond. De zanger betaalde iets meer dan 100.000 dollar voor het domein en breidde het in de loop der jaren uit . Presley woonde er tot aan zijn dood in 1977 en ligt er begraven. In de zogenoemde Meditation Garden vonden verder zijn ouders en zijn grootmoeder een laatste rustplaats. Er staat ook een gedenkplaat voor zijn tweelingbroer Jesse, die bij de geboorte overleed. Sedert 1982 is Graceland opengesteld voor het publiek, al kunnen niet alle kamers bezocht worden. Met ruim 700.000 bezoekers per jaar is het een toeristische topattractie en een voorname bron van inkomsten voor Presley’s nabestaanden.

JukeGrace.jpgZelf heeft Elvis nooit over Graceland gezongen, maar het landgoed komt voor in verschillende songs van andere artiesten. Het meest bekende nummer is ongetwijfeld Graceland, de titeltrack van de elpee die Paul Simon met Zuid-Afrikaanse muzikanten maakte. Daarin vertelt de singer-songwriter over een bezoek aan Graceland in het gezelschap van zijn negenjarig zoontje uit zijn eerste huwelijk. Dat was Harper Simon, die inmiddels in de voetsporen van zijn papa is getreden. Hij is op tal van platen te horen als gastmuzikant, maar heeft ook twee solo-albums op zijn naam. Voor zijn debuut kreeg hij de hulp van beroemdheden als mondharmonicacrack Charlie McCoy, toetsenwonder Steve Nieve, gitarist Al Perkins en zijn vader.

Naar eigen zeggen wou Paul Simon Graceland een beetje de sound van de Sun-studio’s meegeven en een Johnny Cash-achtig ritme. Daar is hij wel in geslaagd, vind ik. O ja, de backing vocals zijn van The Everly Brothers.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

18-03-17

Zaterdag 18 maart 2017

Pump It Up

Elvis Costello

 

JukeCost2.jpgHOTEL STIL VERDRIET

Op deze dag in 1978 lag This Year’s Model, de tweede elpee van Elvis Costello, in de platenwinkels. Ik was een ‘early adopter’ en had toen al zijn debuut, My Aim Is True, in huis. Terwijl hij op zijn eerste plaat begeleid werd door muzikanten uit de Amerikaanse formatie Clover, was This Year’s Model het eerste album dat hij opnam met The Attractions, bestaande uit Steve Nieve op toetsen, Bruce Thomas op bas en Pete Thomas op drums.

Zoals gebruikelijk bij Costello was de titel van het album niet de titel van een van de tracks. Hij heeft zelfs verscheidene platen die genoemd zijn naar een song die pas op een latere plaat te vinden is. Zoals My Aim Is True een zin uit Alison was, bleek This Year’s Model geplukt uit de tekst van (I Don’t Want To Go To) Chelsea.

JukeCost.jpgJukeCost3.jpgOp de hoesfoto poseert hij achter precies dezelfde camera als die van de fotograaf, Chris Gabrin. Die heeft eens in een interview gezegd dat Costello hem gevraagd had om tijdens de fotosessie voortdurend Hotel California van Eagles te draaien. Niet dat hij dat zo’n straffe song vond, integendeel. Het moest hem helpen om ‘pissed off and angry’ te kijken. Bij de eerste persingen leek er een fout gebeurd. De E van zijn voornaam en de T van de titel stonden niet op de hoes. En aan één kant was de kleurenbalk die drukkers gebruiken nog te zien. (foto 2). Neen, het karton was niet verkeerd afgeknipt, de fout bleek opzettelijk gemaakt, het was een grapje van de hoesontwerper Barney Bubbles. Mijn exemplaar komt uit een reeks die vergezeld ging van een single. ‘Free Album With This Single’ stond gekscherend op een sticker te lezen (foto 3). Op de B-kant van die single staat Neat, Neat, Neat van The Damned, op de A-kant zijn eigen compositie Stranger In The House, een regelrechte countrysleper die later nog in het Nederlands werd gecoverd door Erik Van Neygen. Hotel Stil Verdriet werd zijn titel, maar het refrein is letterlijk vertaald: “Er is een vreemdeling in huis en niemand kent hem (…) Maar iedereen zegt me: hij lijkt op jou.”  

Twee songs uit This Year’s Model bleven door de jaren heen publieksfavorieten tijdens Costelloconcerten. Het eerste nummer is (I Don’t Want To Go To) Chelsea, waarvan hij heeft gezegd dat het een doorslagje van The Kinks of The Who zou zijn geweest als Bruce Thomas er geen prachtige baslijn aan toegevoegd had. Ik hoor nochtans vooral de orgel van Steve Nieve. Het tweede nummer is Pump It Up, op het eerste gehoor een oproep om een draai te geven aan de volumeknop, maar in werkelijkheid een song met ‘double entendres’ over masturberen. Elvis Costello schreef het op de brandtrap van een hotel in Newcastle tijdens een tournee met andere artiesten van het label Stiff. Hij trok zich graag terug als zijn collega’s seks, drugs en rock-‘n-roll weer eens al te letterlijk namen. In zijn biografie ‘Unfaithful Music and Disappearing Ink’, die ik nog niet zo lang geleden hier als eens bewierookte, geeft hij toe inspiratie gevonden te hebben in Subterranean Homesick Blues van Bob Dylan. De Nobelprijswinnaar wist dat maar al te goed, maar reageerde daar niet op. Tot Costello jaren later Dylan eens ontmoette. “Ik snap niet”, zei de Bawb tegen Elvis, “dat die smeerlappen van U2 zo maar jouw song kunnen pikken.” Costello schrijft, zoals alleen hij kan schrijven en daarom vertaal ik het niet: “It took me a moment to know what he was talking about, and a moment more to realise that he was putting me on.”

De videoclips van (I Don’t Want To Go To) Chelsea en Pump It Up zijn op dezelfde dag en op dezelfde locatie gedraaid. De muzikanten droegen in beide filmpjes zelfs dezelfde kleren. En telkens is te zien dat de hand van bassist Bruce Thomas in een verband zat. Die had enkele weken eerder zijn vingers gesneden aan een kapotte fles en was een keer of zeven genaaid.  

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

 

17-03-17

Vrijdag 17 maart 2017

Hold On

Ian Gomm

 

ONGECOMPLICEERD JukeGomm.jpg

Vandaag wordt Ian Gomm 70. Het Britse magazine NME riep hem in 1971 uit tot de beste ritmegitarist. Hij speelde toen bij de pubrockpioniers Brinsley Schwarz, een band waarin Nick Lowe op de bassnaren tokkelde en zong. Ian Gomm schreef trouwens mee aan Cruel To Be Kind, een hit van Nick Lowe uit zijn elpee Labour Of Lust uit 1979. Brinsley Schwarz was inmiddels uit elkaar gevallen en Ian Gomm verhuisde naar Wales, waar hij een studio bouwde en onder meer met The Stranglers samenwerkte. In mijn oren maakte hij toen enkele lekkere solo-elpees vol ongecompliceerde, verfrissende popsongs. Zijn eerste worp was Summer Holiday, waarop onder meer Hold On stond, wat op single hier en daar een hit werd. Daarop besloot de platenfirma het album opnieuw uit te brengen, zij het onder een andere titel: Gomm With The Wind. Voor deze re-release werd de volgorde van de nummers door elkaar gehaspeld zodat Hold On de openingstrack werd. Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, beschik ik over een elpee die Come On heet en waarop alle tracks van Summer Holiday in hun oorspronkelijke volgorde staan. Die plaat is een Nederlandse persing op het label Ariola. Op de achterkant van de hoes staat, weliswaar in het Engels, een tekst van Rik Zaal. Die man maakte in de jaren zeventig prachtige radioprogramma’s voor de VPRO, zoals ‘Amigos de Musica’. Hij heeft mij veel bijgebracht. Er zijn nummers waarvan ik nog weet dat ik ze voor het eerst bij hem heb gehoord. Mijn herinneringen hangen met songs aan elkaar. Ik weet niet meer waar ik was toen de Twin Towers vielen, maar ik kan je precies vertellen waar ik verbleef toen ik voor het eerst pakweg Losing My Religion van REM, The Boy With The Thorn In His Side van The Smiths en Blue Period van The Smithereens hoorde. Nog een laatste anekdote over de elpee Come On van Ian Gomm. Ik heb ze net nog eens opgezet en merkte tot mijn verbazing dat de binnenhoes… die van Freeze Frame van Godley & Creme was. En dat is een plaat die niet in mijn kast staat. Ik heb een vermoeden dat de verwisseling gebeurd is tijdens een radio-uitzending waarvoor ik ook eigen platen had meegebracht.

Ik kocht later ook nog The Village Voice (1983) van Ian Gomm. Maar mijn favoriete elpee van deze rosse jongen is What A Blow uit 1980. De A-kant draai ik nog geregeld van A tot Z. Het begint al prachtig met Man On A Mountain en ook daarna herleven de sixties in heerlijke pop. Neem het van mij aan, op Slow Dancing kan je een slow dansen. Eén tegel volstaat.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

16-03-17

Donderdag 16 maart 2017

Ain’t No Doubt

Jimmy Nail

 

VROUWENSTEMMENJukeNail.jpg

Vandaag viert Jimmy Nail zijn 63ste verjaardag. Wie al eens een Britse televisieserie heeft gezien, kent zijn tronie wel. Hij was de ster van de succesvolle sitcom ‘Auf Wiedersehen, Pet’ en speelde de hoofdrol in de detective ‘Spender’. Hoewel hij aan de kost kwam als acteur was muziek zijn grote liefde. Hij had wat Britse hitjes met Crocodile Shoes en Love Don’t Live Here Anymore, maar in 1992 scoorde hij internationaal met Ain’t No Doubt. Hier stond de single liefst twaalf weken in de hitparade, met de vijfde plek als de hoogste positie.

Ik hoorde het onlangs tijdens een ochtendlijke rit nog eens op de autoradio. Het kan niet anders dan Classic 21 zijn geweest. Ik kan je verzekeren: het volume ging omhoog en het fileleed was vergeten. Het mag dan al over relatieproblemen gaan, ik word blijgezind van het arrangement.

Jimmy Nail schreef Ain’t No Doubt met Charlie Dore, die ook voor onder meer Sheena Easton, Tina Turner en Celine Dion componeerde. Het was de openingstrack van zijn tweede elpee, Growing Up In Public. Hoe hoog hij in die tijd stond aangeschreven, mag blijken uit het personeel dat werd ingehuurd om dat album te maken. Onder meer – ja, hoor – David Gilmour van Pink Floyd, George Harrison van hoe-heten-ze-weer en bluescrack Gary Moore speelden mee. De vrouwenstemmen kwamen o.a. van Katie Kissoon, je weet wel, van Mac & Katie Kissoon (Sugar Candy Kisses), maar ook van haar backing vocals op platen en tijdens concerten van kleppers als Van Morrison en Eric Clapton. Ook Sam Brown zong mee. We kennen haar nu vooral als zangeres van Jools Holland’s Rhythm And Blues Orchestra, maar ze is ook te horen op een diversiteit aan platen, van The Small Faces tot Nick Cave. De vrouw die op Ain’t No Doubt een heel voorname zangpartij heeft, is echter Sylvia Mason-James. Ze begon bij de eigenlijk Franse discogroep Voyage (From East To West), maar werkte daarna vooral als zangeres in de studio en op het podium voor onder meer Robbie Williams, Simple Minds en Pet Shop Boys.  

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be