17-11-17

Vrijdag 17 november 2017

Lucky Lips

Ruth Brown

 

KLAVERTJEVIER EN KONIJNENPOOT

Ruth Weston was haar meisjesnaam, maar ze gaat de geschiedenis in als Ruth Brown omdat ze trouwde met trompettist Jimmy Brown nadat ze op haar zeventiende met hem van huis was weggelopen om in bars en clubs op te treden. Geboren in 1928 overleed ze op deze dag in 2006. Tot op haar 77ste had ze op het podium gestaan.

JukeRuth.jpgIk bezit één plaat van haar, maar wel een schijf vinyl die ik met zorg gestockeerd heb. De elpee dateert uit 1957. De hoes – uitgevoerd in dik, mals karton – is even eenvoudig als mooi. Haar portret staat veel kleiner afgedrukt dan haar naam, de letters in verschillende kleuren. Ook het volgnummer van de plaat krijgt een prominente plaats: Atlantic 8004. Het is mij niet meteen duidelijk waarom de elpee Rock & Roll heet, wetend dat Ruth Brown bijnamen had als ‘Queen of R&B’ of ‘Miss Rhythm’. Het was eigenlijk haar debuutalbum, maar ook een soort ‘best of’. De mono-productie bevat namelijk alle hits die ze tot dan toe als single had uitgebracht. Teardrops From My Eyes is erbij, Mambo Baby, 5-10-15 Hours en (Mama) He Treats Your Daughter Mean. De plaat opent met haar meest recente succes van toen, de orginele, stomende versie van Lucky Lips van Jerry Lieber en Mike Stoller. Zes jaar later – we zijn dan in 1963 – werd het een hit voor Cliff Richard. Terwijl Ruth Brown geen geluksbrengers als een klavertjevier of een konijnenpoot nodig heeft om ‘a fellow’ te versieren, laat Sir Cliff het geslacht van de partner in het midden: ‘With lucky lips you’ll always have a baby in your arms’.

Halfweg de fifties had Ruth Brown een Amerikaanse nummer 1 met Oh What A Dream.Op die plaat zingen The Drifters mee. Bij die opnames moet ze Clyde McPhatter, de stichter van die groep, hebben ontmoet. Jaren na datum heeft ze toegegeven dat die man eigenlijk de vader is van haar in 1954 geboren zoon Ronald. Gek genoeg heeft die een tijdlang opgetreden met wat er, na ontelbare personeelswissels en evenveel processen, overbleef onder de naam The Original Drifters.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

16-11-17

Donderdag 16 november 2017

The Dark End Of The Street

Ry Cooder

 

IN HET DUISTER

Toegegeven, zijn naam doet niet meteen een belletje rinkelen, maar Dan Penn – in het echt Wallace Pennington – verdient vandaag toch een verjaardagskaartje. Hij wordt 76. Op een blauwe maandag heeft hij ook zelf wel een plaatje gemaakt, maar hij was vooral actief achter de schermen. Zo was hij in 1967 de producer van The Letter van The Box Tops en schreef hij voor die groep ook Cry Like A Baby. Hij is de co-auteur van I’m Your Puppet van James & Bobby Purify en van Don’t Give Up On Me, bekend als titeltrack van het comebackabum van Solomon Burke. Songs van hem werden opgenomen door Janis Joplin, Joe Cocker, Jerry Lee Lewis, Neil Young en Nick Lowe. Ter plekke in de studio pende hij in opdracht van producer Jerry Wexler mee aan Do Right Woman, Do Right Man voor het met Respect openende album I Never Loved A Man The Way I Love You van Aretha Franklin uit 1967. Nog hetzelfde jaar werd het gecoverd door Sweet Inspirations op hun naamloze debuutelpee. De B-kant begon met een andere compositie van Dan Penn, Sweet Inspiration. Dat is ongetwijfeld… de inspiratie geweest voor de groepsnaam van dit meisjeskwartet, opgericht door Emily ‘Cissy’ Houston, de tante van Dionne Warwick en de moeder van Whitney Houston.

Vaak werkte Dan Penn samen met Chips Moman. Dat was onder meer het geval voor de overspelklassieker The Dark End Of The Street, veel gecoverd, maar origineel een hit voor James Carr. Als hij ‘From the dark end of the street to the bright side of the road’ zingt in Bright Side Of The Road op Into The Music verwijst Van Morrison ongetwijfed naar die song, die ook op het repertoire van Ry Cooder staat. Bobby King en Terry Evans, die op zowat alle platen van Cooder zingen, hebben het van hem geleerd. Zij zingen het met hem in dit televisiefragment, waarop ook Flaco Jimenez te zien is. Op de elpee Live And Let Live! uit 1988 zetten deze ‘achtergrondzangers’ als duo een versie van meer dan zeven minuten. Ry Cooder was niet alleen de producer van die plaat, hij speelde ook gitaar op elk nummer.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

15-11-17

Woensdag 15 november 2017

You Can Make Me Dance

Rod Stewart & The Faces

 

115 LETTERS

Op deze dag in 1974 brachten Rod Stewart and The Faces hun laatste single uit. Het plaatje heette voluit You Can Make Me Dance, Sing Or Anything (Even Take The Dog For A Walk, Mend A Fuse, Fold Away The Ironing Board, Or Any Other Domestic Shortcomings). Ze hebben er wel voor gezorgd dat ze met hun zwanenzang de geschiedenis ingingen, want met 115 letters hebben ze nog altijd het record van de langste titel in de Britse Top-40.

JukeFaces.jpgToen Steve Marriott vertrok  bij The Small Faces om Humble Pie op te richten, gingen de overgebleven leden Ronnie Lane (bas), Ian McLagan (keyboards) en Kenny Jones (drums) verder onder de naam Faces. Die band werd versterkt met zanger Rod Stewart en de toekomstige Rolling Stone Ron Wood. In die samenstelling hebben ze maar vier studioalbums gemaakt, maar daar is er wel eentje bij die tot mijn favorieten aller tijden behoort. En die elpee uit 1971 heeft ook een opmerkelijk lange titel: A Nod Is As Good As A Wink To A Blind Horse. Daar staat hun grootste hit Stay With Me op, maar ik kan drie keer na mekaar luisteren naar de openingstrack van de B-kant: Debris.

Al gauw overschaduwde het solosucces van Rod Stewart de groep. Ze begonnen in 1974 nog wel aan de opnames van een nieuwe langspeler, maar die is er nooit gekomen. Enkele nummers verschenen wel op single en daar was You Can Make Me Dance etc de laatste van. Toen werd de bandnaam trouwens verlengd tot Rod Stewart and The Faces. Op sommige persingen drukte men zelfs ‘Faces Rod Stewart’. De song stond later wel op de verzamelaar Snakes And Ladders / The Best Of Faces. Op YouTube circuleert ook een leuke live-uitvoering maar die kan ik hier niet delen.  

 

 

 

 

 

14-11-17

Dinsdag 14 november 2017

Eh, Petite Fille

Buckwheat Zydeco

 

LAAT MAAR ROLLEN

Was hij vorig jaar niet overleden, dan zou Stanley Dural vandaag 70 worden. Zijn artiestennaam maakt duidelijk in welk muziekgenre hij actief is: Buckwheat Zydeco. Hij leerde het vak bij Clifton Chenier, die er prat op ging de term bedacht te hebben in zijn nummer Les Haricots Sont Pas Salés. Letterlijk heeft hij het over bonen, maar figuurlijk kan de zin vertaald worden als ‘ik verdien het zout op mijn patatten niet’. Uitgesproken in het Frans van het zuidwesten van Louisiana klinkt ‘haricots’ als ‘zydeco’. Anderen bronnen zeggen dat het woord ouder is en een Afrikaanse afkomst kent.

JukeZyd.jpgDeze vrolijke accordeonmuziek, waarbij een wasbord het ritme aangeeft, ontstond in het begin van de 20ste eeuw onder de Creoolse bevolking en de Franssprekende Cajuns in zuiden van de States. Ik leerde het halfweg de jaren zeventig kennen dankzij Queen Ida, die ik toen in Brussel zag optreden in het voorprogramma van Bonnie Raitt. Pas later ging ik terug naar de bron en kocht ik ook platen van Clifton Chenier uit de jaren vijftig. In 1984 werd het genre breed bekend dankzij het vaak gecoverde My Toot Toot van Rockin’ Sidney.

In de eerte clip zie je Buckwheat Zydeco enthousiast improviseren op Eh, Petite Fille, oorspronkelijk van Clifton Chenier. Die song is vaak gecoverd en de schrijfwijze van de titel wijzigde nogal eens. Soms was er geen Frans meer in te bekennen. In het tweede clipje zien we David Hidalgo van Los Lobos en Dwight Yoakam, die in 1990 meededen op Buckwheats album Where There’s Smoke, There’s Fire. Om het in het zydeco-jargon te zeggen: “Laissez les bons temps rouler!”

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13-11-17

Maandag 13 november 2017

With A Girl Like You

The Troggs

 

IN DE GARAGE JukeTroggs.jpg

Het is vandaag 25 jaar geleden dat drummer Ronnie Bond overleed. Hij was de oprichter van The Troggs, samen met zijn jeugdvriend Reg Presley, die de zangpartijen voor zijn rekening nam en ook de meeste nummers schreef. Bassist Pete Staples en gitarist Chris Britton maakten het kwartet compleet. Onder de vleugels van Larry Page, de manager van The Kinks, scoorden ze halfweg de jaren zestig tal van nummer 1-hits, zowel in Europa als in Amerika. Vandaag wordt hun werk uit die tijd beschouwd als het fundament van wat later ‘garage rock’ zou worden. Sommigen horen er zelfs punkelementen in. Het was inderdaad een stevige gitaar die in 1965 hun versie van Wild Thing van Chip Taylor bekend maakte. Een jaar later volgden With A Girl Like You en I Can’t Control Myself, die in mijn oren van vandaag wat meer poppy klinken, zonder dat het ooit melig wordt. Met Love Is All Around gingen ze nog meer die kant op, wat nog versterkt werd door de stroperige ssuccesuitvoering van Wet Wet Wet, in 1994 opgenomen voor de film ‘Four Weddings And A Funeral’.

The Troggs schijnen nog altijd op te treden, al is Chris Britton nog het enige originele lid. Naast Ronnie Bond is ook de tweede stichter, Reg Presley, inmiddels overleden. Pete Staples stapte al in 1969 uit de groep en heeft sindsdien onder meer als elektricien en cafébaas gewerkt.

Het zal je hieronder opvallen dat ze in het beschikbare beeldmateriaal altijd dezelfde gestreepte pakken dragen. Je zou kunnen denken dat het hun uniform was. Aannemelijker is dat al die opnames op dezelfde dag werden gemaakt. Er loopt trouwens ook dezelfde figurante in de filmpjes rond. 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be