07-07-17

Vrijdag 7 juli 2017

Here Comes The Sun

The Beatles

 

JukeSun.jpgDAAR IS DE ZON

Ik word er altijd vrolijk van, het is alsof je de zon echt hoort doorbreken. Op deze dag in 1969 hebben The Beatles Here Comes The Sun opgenomen. Nou ja, alleen Paul, George en Ringo en een stelletje strijkers deden mee. John Lennon herstelde op dat moment van een verkeersongeval. Voor het nummer op het album Abbey Road verscheen, is er wel nog tot half augustus aan gesleuteld.

Met Something en While My Guitar Gently Weeps is Here Comes The Sun een van de bekendste Beatles-composities van George Harrison. Hij zingt niet alleen het nummer, maar speelt naast de gitaren ook op een Moog-synthesizer.

In zijn autobiografie ‘I, Me Mine’ vertelt George Harrison dat hij de song op een zonnige aprildag heeft geschreven in de tuin van ‘Hurtwood’, het huis van zijn vriend Eric Clapton. Hij leende er een van Claptons akoestische gitaren voor.

In de onderstaande video krijgt Harrison wel erg opvallende steun. Phil Collins drumt met Ringo Starr mee, Elton John en Joos Holland zitten elk aan een piano, Jeff Lynne van ELO doet mee en ik meen ook bassist Mark King van Level 42 te herkennen. De opname werd – schat ik – halfweg de jaren tachtig gemaakt tijdens het jaarlijkse concert van The Prince’s Trust, een caritatieve instelling die door de Britse kroonprins Charles werd gesticht. Hij woont die optredens ook altijd bij.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

06-07-17

Donderdag 6 juli 2017

Love Has No Pride

Libbby Titus

 

HET MEISJE VAN WOODSTOCK

Vandaag wordt Libby Titus zeventig jaar. Wie is dat? Wacht, ik zal het je uitleggen. Kijk ondertussen eens naar de hoesfoto’s van haar eerste elpees. Op het debuut stonden covers van pakweg Tim Hardin, John Sebastian en The Beatles. Haar tweede elpee, die verwarrend genoeg ook gewoon Libby Titus heette, bevatte eigen werk, waaronder Love Has No Pride, dat ze samen met Eric Kaz schreef. Dat is inmiddels een americana-standaard geworden sedert het werd opgenomen door Bonnie Raitt op Give It Up (1972) en Linda Ronstadt op Don’t Cry Now (1973). Trouwe lezers zal het niet verwonderen dat die vinylschijven in mijn kast steken. En, toegegeven, eigenlijk is het zo dat ik Libby Titus heb leren kennen.

JukeLibby2.jpgJukeLibby1.jpgRecent kwam ik haar tegen in het hier al vaak aangehaalde prachtboek ‘Small Town Talk’ van Barney Hoskyns. Dat vertelt het verhaal van Woodstock als muzikantenkolonie waar pakweg Bob Dylan, The Band en Van Morrison de natuur en nieuwe muzikale wegen gingen opzoeken. Graag herhaal ik nog eens dat het legendarische festival wel naar die plek werd genoemd, maar elders werd gehouden. Wel, Libby Titus werd in Woodstock geboren. Jurist was toen haar familienaam. Titus komt van haar eerste man, Barry Titus, nota bene de kleinzoon van de steenrijke cosmetica-industrieel Helena Rubenstein. Zij koos echter voor het leven van een bohemien en stortte zich in de armen van de ene muzikant na de andere. Eerst richtte ze haar pijlen op de leden van The Band, die in het kielzog van Dylan waren geland in haar geboorteplaats. Zij vond ze ‘the most seductive young men I’ve ever met’. Dat het uiteindelijk drummer Levon Helm was die haar kreeg, is heel toevallig volgens de inmiddels overleden schrijver Mason Hoffenberg, die een tijdlang in Woodstock samenwoonde met Band-toetsenist Richard Manuel. Ik citeer nu uit ‘Small Town Talk’. Band-bassist Rick Danko – ook al dood sinds 1999 – was op weg naar Hoffenbergs huis voor een afspraak met Libby. Levon Helm ook. Maar Danko werd betrokken in een verkeersongeval en zo kon Helm haar binnendoen. Van 1969 tot ver in de jaren zeventig waren ze een koppel. Hun dochter Amy Helm, die het zelf probeert te maken als zangeres, was al te horen op platen van haar – ook alweer vijf jaar geleden gestorven – papa.

Libby Titus hield kennelijk van afwisseling in de breedste zin van het woord. Want ze wisselde Levon Helm in voor Mac Rebennack, beter bekend als Dr. John. Met hem zong ze in 1980 het zelfgeschreven The Sailor And The Mermaid op de elpee In Harmony / A Sesame Street Record. Dat zal je misschien verwonderen, maar ook die plaat – met verder o.a. The Doobie Brothers, James Taylor, Al Jarreau, George Benson en Linda Ronstadt, staat in mijn kast. In dezelfde reeks van de Amerikaanse ‘Sesamstraat’ heb ik ook de editie van 1981 met o.a. Billy Joel, Janis Ian en Crystal Gayle. Die elpee wordt afgesloten met Santa Claus Is Comin’ To Town van Bruce Springsteen, een nummer dat de Boss nog altijd op zijn eindejaarsrepertoire heeft staan. Maar we wijken af, we waren bezig over de mannen van Libby Titus. In 1993 trouwde ze met Donald Fagen van Steely Dan, weer een heel andere van muziekstijl en uitzicht. Ze zijn nog altijd samen, ook al zou er volgens de ‘boekskes’ vorig jaar een haar in de boter. Dan denk ik aan de tekst van Love Has No Pride: ‘I’ve heard you talk: she’s crazy to stay. But this love hurts me so, I don’t care what you say.’

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

05-07-17

Woensdag 5 juli 2017

Walking In Memphis

Marc Cohn

 

HOE EEN CITYTRIP EEN HIT WERD

Vandaag viert de Amerikaanse singer-songwriter Marc Cohn zijn 58ste verjaardag. Als zanger en bespeler van verschillende instrumenten werkte hij jarenlang in studio’s mee aan platen van andere artiesten, maar in 1991 boekte hij zelf wereldwijd succes met Walking In Memphis, een track uit zijn titelloze debuutalbum. Het is een honderd procent autobiografische song, hij vertelt letterlijk wat hij beleefde tijdens een citytrip.

JukeCohn.jpgHoewel Marc Cohn goed zijn boterham verdiende als sessiemuzikant was hij wel teleurgesteld dat hij zelf geen platencontract kreeg. Hij besefte dat hij geen sterke songs kon voorleggen en wou daar aan werken. Toen las hij een interview met een van zijn idolen, James Taylor. Die vertelde dat hij in tijden van writer’s block altijd op reis ging om inspiratie op te rapen. Cohn besloot hetzelfde te doen en het draaide nog goed uit ook. Hij trok naar Memphis, waar hij alle toeristische trekpleisters bezocht. In de eerste zin van het nummer zegt hij dat hij ‘blue suede shoes’ droeg, een verwijzing naar Elvis’ versie van de gelijknamige song van Carl Perkins, want hij nam natuurlijk een kijkje in Graceland. Hij hield halt aan het standbeeld van W.C. Handy, een pionier van de ‘delta blues’. ‘W.C Handy won’t you look down over me (…) I’m as blue as a boy can be.’ En in de Full Gospel Tabernacle Church woonde hij op zondag een plechtigheid bij waar de dominee geworden soullegende Al Green preekte. Het roerde hem echt, wat hij vreemd vond voor een joodse jongen die eerder alleen een voet in de synagoge had gezet. ‘And Reverend Green, be glad to see you when you haven’t got a prayer. But, boy, you got a prayer in Memphis.’ De pianospelende Muriel die hij opvoert in de laatste strofe is Muriel Davis Wilkins. Marc Cohn zag haar aan het werk in Hollywood Café, belandde ook op het podium en zong met haar onder meer Amazing Grace. Die ontmoeting leidde tot de mooiste dialoog in de song: ‘She said: Tell me, are you a Christian, child? And I said: Ma’am, I am tonight!’ Enkele jaren geleden zei Cohn in een interview: “Tot vandaag vragen mensen mij of ik toen inderdaad een christen ben geworden. Ik moet toegeven dat ik geniet van de verwarring die deze zin heeft voortgebracht. The thing that makes that line work is the fact that I’m a Jew.” In elke refrein heeft hij het over de ‘Beale’. Dat slaat op Beale Street, een straat die in downtown Memphis van East Street tot aan de Mississippi loopt. Dit historisch stadscentrum is al jaren bekend voor zijn vele bluesclubs. Zeg maar dat Marc Cohn de rock, de blues en de gospel van Memphis heeft samengebracht in zijn compositie.

Er bestaan tal van covers van Walking in Memphis. De versie van Wouter uit ‘Idool 2004’ – weet je nog? – stond liefst elf weken in Ultratop 50 en piekte op de derde plaats. Ook Cher nam het nummer met succes op, in 1995. In de bijbehorende clip zit ze te zingen in de deuropening van een bus. Het hoofdpersonage in de video ziet er een beetje als de jonge Elvis uit. Die rol speelt Cher trouwens zelf.

In 1992 stootte de groep Shut Up And Dance met Raving I’m Raving door tot de tweede plaats van de Britse hitparade. Het was in tekst en muziek overduidelijk een aftreksel van Walking In Memphis. Omdat Marc Cohn geen toelating had gegeven, mocht de single niet meer gedraaid worden op de radio, waarna hij snel verdween uit de verkooplijsten. Onderling werd afgesproken een tegemoetkoming over te maken aan een goed doel. De dance-Duitsers van Scooter herhaalden in 1996 die truc nog eens onder de titel I’m Raving. Dat vreselijk ding leverde hen een gouden plaat op.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

04-07-17

Dinsdag 4 juli 2017

Oh! Susanna

My Old Kentucky Home

Hard Times Come Again No More

 

Stephen Foster

 

VAN DE NEGENTIENDE EEUW TOT NU

Op deze dag in 1826 werd Stephen Foster geboren. Je leest het goed, vandaag gaan we wel heel ver terug in de tijd. Foster was de eerste Amerikaan die kon leven van songschrijven. Hij was maar 38 jaar bij zijn overlijden, maar had toen meer dan tweehonderd liedjes op papier gezet. Dat leverde hem de bijnaam ‘Father of American Music’ op. Veel van zijn werk bleef door de jaren heen populair en wordt nu nog altijd uitgevoerd, vooral door artiesten in het genre dat we tegenwoordig americana noemen.

JukeFoster1.jpgDrie songs van hem zou je zeker moeten kennen. Hard Times Come Again No More werd in 1905 voor het eerst opgenomen, maar al in de negentiende eeuw geschreven. Ik hou van de a capella versie van Jennifer Warnes op haar elpee Shot Trough The Heart uit 1979. Onder meer Kenny Edwards zingt mee. Inmiddels heb ik tal van andere versies in huis, want het nummer staat op platen van pakweg Johnny Cash, Chris Hillman, Mary Black, Nanci Griffith en Mavis Staples. In 1992 zette Bob Dylan het op zijn album Good As I Been To You, dat alleen maar traditionals en covers bevatte. Bruce Springsteen & The E Street Band speelden het in 2009 live de Britse hoofdstad, wat te zien en te horen is op de cd en dvd London Calling Live In Hyde Park. Emmylou Harris nam het herhaaldelijk op. Een eerst keer was dat in 1992, voor haar live-elpee At The Ryman. Vorig jaar zong ze het samen met Joan Baez toen die haar 75ste verjaardag vierde tijdens een concert met tal van bekende gasten. Ook daar is een cd en dvd van verschenen. En dan is er nog de unieke uitvoering voor ‘The Transatlantic Sessions’, een programmareeks waarin BBC Four en de Ierse televisiezender RTE gelegenheidsgroepen vormden met folky muzikanten van beide kanten van de Atlantische Oceaan . In de zesde aflevering uit 1995 werd Hard Times Come Again No More gezongen door Kate & Anna McGarrigle, Kates zoon Rufus Wainwright, Mary Black, Karen Matheson en Rod Paterson. En, ja hoor, toen deed Emmylou Harris ook mee.

JukeFoster2.jpgHet eerste succes voor Stephen Foster was Oh! Susanna, waarvan in 1848 de partituur werd uitgegeven. De versie van James Taylor sluit de B-kant af van zijn hitelpee Sweet Baby James uit 1970, waarop Carole King piano speelt. Vijf jaar eerder stond het al op Turn! Turn! Turn! van The Byrds. Tim Rose schreef andere muziek voor de tekst van Stephen Foster en gaf zijn adaptatie de titel The Banjo Song mee. Zo werd het onder meer opgenomen door Neil Young & Crazy Horse voor hun cd Americana uit 2012, terwijl er in 1963 al een uitvoering verscheen van The Big 3, een – hoe kan je het raden? – trio, waarin naast Tim Rose zelf ook Cass Elliot, van de latere groep The Mamas and The Papas, zong. Dat is trouwens het plaatje waarvan Shocking Blue Venus gepikt heeft. Luister hieronder maar eens.

JukeFoster3.jpgHoewel Stephen Foster veel liedjes schreef voor ‘minstrel shows’, waarin Afro-Amerikanen geparodieerd werden door blanken met zwart geschminkte gezichten, nam hij het in sommige songs op voor zijn zwarte medemens. Met Nelly Is A Lady was hij de eerste om een zwarte vrouw een ‘lady’ te noemen. Zijn bekende compositie My Old Kentucky Home was een aanklacht tegen de slavernij, geïnspireerd door het boek ‘De Hut van Oom Tom’ van Harriet Beecher Stowe. Aanvankelijk heette het nummers trouwens Poor Uncle Tom, Good-Night. In 1894 al op een cilinder gezet, verschenen er later uitvoeringen van Al Jolson, Bing Crosby en Louis Armstrong. Op de verzamelelpee Beautiful Dreamer / The Songs of Stephen Foster nam John Prine het voor zijn rekening. Halfweg de jaren zestig leende Randy Newman wat tekstflarden uit My Old Kentucky Home voor een song die eerst Turpentine and Dandelion Wine heette. Onder de titel Old Kentucky Home zette hij het in 1970 op zijn elpee 12 Songs, de eerste plaat van hem die ik kocht. Ry Cooder en Clarence White van The Byrds waren de gitaristen op dat pareltje, waarop onder meer Mama Told Me Not To Come staat. Ry Cooder nam datzelfde jaar trouwens ook Old Kentucky Home op voor zijn titelloos debuut. Voor Newmans eigen release, was zijn werkstuk al twee keer op plaat gezet. In 1969 door The Beau Brummels en in 1968 door The Alan Price Set. Later volgden nog covers van mijn favoriet Chris Smither, John Cash, Southern Comfort en Three Dog Night, die by the way een hit hadden met Randy Newmans Mama Told Me Not To Come. Het is maar om duidelijk te maken dat alles aan elkaar hangt. My Old Kentucky Home komt twee keer voor in de film ‘Gone With The Wind’, een keer instrumentaal, een keer gezongen. De roman van Margaret Mitchell waarop de prent gebaseerd was, heette oorspronkelijk ‘Tote The Weary Load’ en dat is een citaat uit het lied van Stephen Foster. Het boek kreeg uiteindelijk zijn bekende titel mee, maar in het verhaal kwamen de woorden nog altijd uit de mond van Scarlett O’Hara.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

 

03-07-17

Maandag 3 juli 2017

Hallelujah I Love Her So

Ray Charles

 

IK BEN ZO CONTENT

Vandaag zestig jaar geleden bracht Ray Charles zijn titelloze debuutelpee uit. Veel van de veertien songs waren al eerder hitsingles geweest. Dat was bijvoorbeeld het geval voor Mess Around (1953), I Got A Woman (1955) en Drown In My Own Tears (1956).

JukeCharles1.jpgJukeCharles2.jpgToen het album in 1962 opnieuw verscheen, kreeg het de titel Hallelujah I Love Her So mee. Dat was de meest succesvolle track. Op YouTube is het niet beschikbaar, dus kan ik het hier niet meegeven, maar je moet maar eens op Spotify luisteren hoeveel het nummer lijkt op Get It Over Baby, geschreven door Ike Turner en drie jaar eerder opgenomen door zijn groep The Kings Of Rhythm.

Ray Charles versie was voorzien van een opmerkelijk blazerarrangementen, maar er zijn in allerlei stijlen talrijke covers van Hallelujah I Love Her So. Dat gaat van Frank Sinatra, Harry Belafonte en Stevie Wonder tot Eddie Cochran,The Animals en Humble Pie. Zangeressen als Ella Fitzgerald, Connie Francis, Peggy Lee, Brenda Lee en – luister daar eens naar ! – Timi Yuro namen het op als Hallelujah I Love Him So. Raymond van het Groenewoud maakte er in 1988 Hallelujah, Ze Is Van Mij van op zijn album Intiem. ‘Chouke, ik ben zo content.’

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be