07-12-17

Donderdag 7 december 2017

Sun City

Artists United Against Apartheid

 

TEGEN APARTHEID

Op deze dag in 1979 werd Sun City geopend. Het luxueus hotel- en casinocomplex lag in de bantoestan Bophuthatswana. Dat was zo’n internationaal niet-erkend ‘thuisland’ waar de apartheidsregering van Zuid-Afrika de zwarte bevolking naar verhuisde. Het gokken en organiseren van revueshows was daar toegelaten, wat in Zuid-Afrika niet het geval was. Maar Sun City lag niet zo ver van Pretoria en Johannesburg. Zo werd het een populaire bestemming voor de blanke elite. Wereldsterren werden er in de watten gelegd om er te komen optreden, ondanks de culturele boycot van de Verenigde Naties. Dat Frank Sinatra zich daar aan schuldig maakte, valt te verstaan, maar ook Elton John, Rod Stewart en Black Sabbath gingen maar al te graag op de uitnodigingen in. Er waren echter ook tal van artiesten die wilden duidelijk maken dat ze apartheid verwerpelijk vonden en nooit in Sun City zouden optreden. Onder de naam Artists United Against Apartheid schreeuwen ze dat in mijn 45-toerenkast uit op de single Sun City. ‘I, I, I, I, I ain’t gonna play Sun City.’

JUkeSun.jpgHet was de herfst van 1985. Het nummer werd geschreven door Steven Van Zandt, sinds jaar en dag de rechterhand van Bruce Springsteen in The E Street Band, maar ook soloartiest, platenproducer en radiomaker. Van Zandt had vrienden in het ANC en AZAPO. Hij ging op onderzoek in Soweto, waar hij met machetes werd bedreigd. “Ik was een kleine garnaal in de showbizz”, zei hij onlangs in het magazine Mojo. “Ik wou dit project wel opstarten, maar kon het niet dragen. Gelukkig mocht ik een beroep doen op mijn ‘big star friends’. En dat maakte indruk.” In één adem beweerde hij fors in dat blad: “We took down the government. We got Mandela out of jail.”

Als hij ‘we’ zegt, bedoelt hij dus Artists United Against Apartheid, waarin hij een kleine vijftig artiesten samenbracht, een beetje naar het voorbeeld van We Are The World van USA For Africa, eerder datzelfde jaar. Aanvankelijk wou hij Springsteen niet vragen, hij wou geen misbruik maken van hun vriendschap. Maar achter zijn rug werd dat geregeld. Hij was terughoudend om jazzmuzikanten uit te nodigen, maar nu zegt hij blij te zijn dat Miles Davis wou mee doen. Trouwens, ook Herbie Hancock tekende present. De single en dus ook de clip beginnen met Run – D.M.C. terwijl hiphop toen nog niet breed was doorgebroken en het toch eigenlijk een rockplaat moest worden. Overigens, ook Grandmaster Melle Mel, The Fat Boys, Afrika Bambaataa en Gil Scott-Heron (The Revolution Will Not Be Televised) deden mee. Ik vermeld verder nog voor de vuist Lou Reed, Bob Dylan, Peter Gabriel, Bono van U2, George Clinton, Jackson Browne, Hall & Oates, Bonnie Raitt, Joey Ramone en Jimmy Cliff. Je kan er een spelletjes van maken: zoveel mogelijk gezichten herkennen in de clip, die met wat inbreng van Godley & Creme gedraaid werd door de Amerikaanse regisseur Jonathan Demme, een Oscarwinnaar met ‘Silence Of The Lambs’ en ‘Philadelphia’ op zijn palmares, maar bij mij thuis vooral gewaardeerd voor ‘Stop Making Sense’, de concertfilm van Talking Heads. Natuurlijk konden al die muzikanten niet samengebracht worden voor een gezamenlijke opname. Daarom werd Sun City gemixt aan de hand van liefst 303 sporen.

De single haalde de 38ste plaats in de Billboard Hot 100, wat hoog was als je weet dat maar de helft van de Amerikaanse radiostations het nummer draaiden. Men vond de tekst te nadrukkelijk een aanval op het buitenlands beleid van Ronald Reagan. De toenmalige president wordt trouwens met naam genoemd in de drie zinnen die Joey Ramone zingt. “Ik werd wel uitgenodigd om te spreken in de Senaat”, spotte Steven Van Zandt in Mojo, “maar ik moest daar op een kaart aanwijzen waar Zuid-Afrika lag.” Hoewel het hier veel op de radio werd gedraaid, haalde het plaatje de hitparade niet, terwijl het in Nederland op nummer 7 piekte.

In het heel interessante boek ’33 Revolutions Per Minute: A History of Protest Songs’ van Dorian Lynskey – waaruit ik hier al vaker heb geciteerd – lees ik dat in de oorspronkelijke tekst de namen werden opgesomd van artiesten die wel in Sun City optraden. Uiteindelijk dreef men het niet zo ver.

Paul Simon heeft nooit in Sun City gespeeld, maar volgens Steven Van Zandt in Mojo heeft hij wel de boycot met voeten getreden voor het album Graceland. Naar zijn mening wou hij enkel maar platen verkopen. Hij vaart hard tegen hem uit, waarbij het niet op een of meer f-woorden steekt: “To this day he won’t admit he was wrong. Some little fucking weasel talking about how (dreamy artist voice) we’re gonna spread South African music around the world. Fuck you and your South African fucking music. People are dying!” Paul Simon is met Steven Van Zandt in discussie geweest. Hoe durfde hij het opnemen voor Mandela, een communist? Kijk eens waar zijn geld vandaan kwam, riep hij. “I’m like: Paul, go and make your fucking music, but stay out of politics.”

Steven Van Zandt heeft wel het leven van Paul Simon gered. In het Mojo-artikel zegt hij met zoveel woorden dat hij ervoor gezorgd heeft dat Simons naam van de dodenlijst van AZAPO werd geschrapt.

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

06-12-17

Woensdag 6 december 2017

You Got It

Roy Orbison

 

VAN DIAMANT

Al 29 jaar niet meer onder ons. Op deze dag in 1988 overleed Roy Orbison aan een hartaanval na een etentje bij zijn moeder thuis. Hij was 52 jaar en stond terug in de belangstelling, ook bij een jong publiek, omdat David Lynch zijn hit In Dreams had gebruikt voor de cultfilm ‘Blue Velvet’.

JukeRoy.jpgAls we alles wat ik van hem in huis heb, willen beluisteren, zijn we wel enkele uurtjes zoet, hoor. Op 30 september heb ik het nog gehad over de speciale re-release van Black And White Night die uitkwam ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van dat legendarisch televisieconcert, waar onder meer Bruce Springsteen, Elvis Costello en TomWaits meespeelden. Ook een interessante dvd- en cd-box is The Monument Singles Collection, uit de tijd dat hij per jaar meer hits scoorden dan er maanden waren. Maar ik heb ook veel op vinyl. Zo kom ik zijn naam tegen in de drie elpees tellende The Sun Box. Verder bemoeder ik zijn mono-album The Big O, waarvan de dertien nummers ook in de legendarische Sun Studios zijn opgenomen. Ooby Dooby staat er op, zijn eerste succes uit 1956. Bij de singles steekt het opmerkelijke That Lovin’ You Feelin’ Again, een duet met Emmylou Harris. Het is een fragment uit de soundtrack van de film ‘Roadie’. Ook horen we hem aan het werk met Bob Dylan, George Harrison, Jeff Lynne en Tom Petty als The Traveling Wilburys. En dan is er natuurlijk nog Mystery Girl, zeg maar zijn comebackelpee, al werd ze twee maanden na zijn overlijden uitgebracht. Er stonden composities op van onder meer Jeff Lynne, Elvis Costello en wijlen Waylon Jennings. She’s A Mystery To Me, waaruit de albumtitel was geplukt, werd geschreven door David Evans en Paul Hewson, beter bekend als The Edge en Bono van U2. De elpee leverde hem wereldwijd enkele postume hits op, waaronder You Got It. Eén keer heeft hij dat nummer op een podium gebracht en wel drie weken voor zijn dood op het Diamond Awards Festival in het Sportpaleis van Antwerpen. Beeldopnamen van dat optreden werden gebruikt in de officiële videoclip bij de single.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

05-12-17

Dinsdag 5 december 2017

Take Five

Dave Brubeck Quartet

 

NIET IN DE MAAT

Het is vandaag vijf jaar geleden dat Dave Brubeck overleed, net een dag voor zijn 92ste verjaardag. De Amerikaanse pianist heeft verschillende jazzstandards op zijn naam staan, maar het bekendste werk dat hij met het Dave Brubeck Quartet afleverde, was een compositie van Paul Desmond, de alt saxofonist in de band. We hebben het over Take Five uit 1959. Het duurde wel twee jaar voor het een hit werd, maar omdat het plaatje het ook goed deed in de poplijsten wordt het tot vandaag beschouwd als de best verkochte jazzsingle ooit.

‘Take Five’, soms als ‘Take 5’ geschreven, is onder meer een snoepreep, een Amerikaanse sitcom, een Australisch vrouwenblad en een krasbiljet in New York. ‘Neem een korte pauze’, verstaan we er vandaag onder. Maar de titel van de song verwees naar de uitzonderlijke maatsoort: 5/4. Noem het maar de vijfkwartsmaat, in analogie met de bekende driekwartsmaat van de wals. Dave Brubeck experimenteerde graag met de maatsoort. Hij nam Pick Up Sticks in 6/4 op, Unsquare Dance in 7/4, World’s Fair in 13/4 en Blue Rondo A La Turk in 9/8.

JukeBru.jpgHet was Dave Brubeck die Paul Desmond, met wie hij jaren en jaren samenwerkte, stimuleerde om een song in een uitzonderlijke maatsoort te schrijven. Hij stelde voor een melodie te bedenken op een drumpartij van Joe Morello, die achteraf een aardige solo kreeg in Take Five. Het schijnt dat Desmond  zijn inspiratie haalde bij Turkse en Bulgaarse straatmuzikanten die in hun volksmuziek ook de maat van 5/4 gebruiken. Take Five verscheen oorspronkelijk op de elpee Time Out. Op die plaat heeft elke track een andere maatsoort. En het album verschilde nog wel meer van wat de platenverkopers eigenlijk wilden. Brubeck heeft in interviews tal van voorbeelden van gegeven. “The sales people have unwritten formulas about what’s going to sell.” Zij vonden het maar niks dat er alleen eigen composities op de elpee stonden. En een abstract schilderij op de hoes achtten ze ook ongepast. Dave Brubeck brak veel regels, maar de verkoopsjongens zullen uiteindelijk toch tevreden zijn geweest met het resultaat.

Nog drie weetjes om af te sluiten.

De Jamaicaanse trombonist Rico Rodriguez heeft – naar mijn mening – een fantastische versie van Take Five. Ik draai graag zijn uitvoering op maxi single, op vinyl, hé.

Naar het voorbeeld van Dave Brubecks maatsoortexperimenten gingen ook popknobbels wat uitproberen. Dat resulteerde in All You Need Is Love van The Beatles en Money van Pink Floyd, allebei in 7/4.

Paul Desmond heeft bij zijn overlijden in 1977 zijn auteursrechten voor Take Five geschonken aan het Rode Kruis. De organisatie krijgt er tot vandaag naar schatting zo’n honderdduizend dollar per jaar voor. Denk daar maar eens aan als je het deuntje nog eens hoort. 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

04-12-17

Maandag 4 december 2017

Hearts Of Stone

Southside Johnny and The Asbury Jukes

 

“DE BESTE PLAAT                    JukeSouthside1B.jpg    

DIE SPRINGSTEEN

NIET HEEFT OPGENOMEN”

Vandaag wordt John Lyon 69. Wij kennen hem als Southside Johnny. Hij maakt nog altijd platen met zijn band, die nu gewoonweg The Jukes heet. Ik heb een paar elpees uit de jaren ’80 waarop die ingekorte groepsnaam ook al werd gebruikt, maar grijp liever terug naar het materiaal uit de seventies toen het gezelschap nog languit Southside Johnny and The Asbury Jukes heette. Neem nu die een elpee uit 1979 die in de officiële discografie een compilatie heet. Er staan inderdaad nummers van hun eerste albums op, maar ook songs die tot dan toe onuitgegeven waren. De titel Havin’ A Party With Southside Johnny slaat op de slottrack, een cover van Havin’ A Party van Sam Cooke. Die zanger lag in de bovenste la, wat ten overvloede bewezen wordt op de danig door mij gekoesterde live dubbelaar Reach Up And Touch The Sky uit 1981. Op twee songs na wordt een volledige plaatkant gevuld met een medley van Cooke-songs.

JukeSouthside2.jpg

 

Een uitgebreide blazerssectie gaf het debuut van Southside Johnny and The Asbury Jukes, I Don’t Want To Go Home uit 1976, een stevige soulsound. Die indruk werd nog versterkt door het duet How Come You Treat Me So Bad met Lee Dorsey, vooral bekend van Working In The Coal Mine en Ride Your Pony, allebei geschreven door Allen Toussaint.

Jon Bon Jovi, die voor hij zelf ging zingen een grote fan was van Southside Johnny, doet mee op zijn platen. Maar de meeste hulp kwam van The E Street Band. Je weet hoe dat gaat, jongens van de ‘Jersey shore’ onder elkaar. Steven Van Zandt producete de eerste elpees van Southside Johnny and The Asbury Jukes, schreef nummers voor hen en speelde gitaar tijdens de opnames. Ook drummer Max Weinberg en bassist Garry Tallent van The E Street Band traden op als studiomuzikant. En Bruce Springsteen zelve bezorgde een stapel songs, waaronder pareltjes als Talk To Me, The Fever, Trapped Again en vooral – mijn favoriet – Hearts Of Stone. Dat laatste nummer was in 1978 de titeltrack van het derde Jukesalbum, dat de geschiedenis ingaat met een bijzondere bijnaam. Men noemt het ‘de beste plaat die Springsteen niet heeft opgenomen’.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

03-12-17

Zondag 3 december 2017

Girl Watcher

The O’Kaysions

 

KIJK, DAAR KOMT ER EENTJE

Op deze dag in 1968 kregen The O’Kaysions een gouden plaat voor Girl Watcher, eigenlijk hun enige successingle die op de vijfde plaats in de Amerikaanse hitparade piekte. Ik heb het altijd een vrolijke oldie gevonden. De sound en de sfeer doen me denken aan het even opgewekte Music To Watch Girls By, oorspronkelijk een instrumentaal nummer, maar vooral bekend in de vocale versie van Andy Williams uit 1967. Juist ja, hij was eerder. Zouden The O’Kaysions naar hem hebben geluisterd? Er staat in elk geval letterlijk in hun tekst: ‘I’m a girl watcher, watching girls go by, hey, my my.’JukeGirl.jpg

Op het einde van de jaren vijftig begonnen zes vrienden uit Wilson in North Carolina met een bandje onder de naam The Kays. Om in de noordelijke staten van de V.S. te mogen optreden, moesten ze hun naam laten registreren. Maar toen bleek dat er al iemand optrad als Murray The K en omwille van te grote gelijkenissen moesten zij zich herdopen. Girl Watcher was in maart 1968 het eerste plaatje onder hun nieuwe naam. Wayne Pittman – het enige originele lid van The O’Kaysions, die nog altijd optreden – was co-auteur van de song. Omdat hij bij zijn bandleden bekend stond als een ‘girl watcher’ daagden ze hem uit om daar eens een liedje over te schrijven. “Het wou lukken dat ik een maand eerder al een melodie had geschreven waar ik nog geen tekst voor had”, vertelt hij in het on line magazine Rebeat. “Er ging meteen een lampje branden in mijn hoofd. En toen ik op een avond een prachtige vrouw voorbij mijn raam zag lopen, was de klus snel geklaard.”

‘I’m a girl watcher, here comes one now.’ Kijk, daar komt er eentje. Girl Watcher was zo’n grote regionale hit dat ABC Records de single drie maanden later nationaal uitbracht, waarna hij in de Billboard Hot 100 kwam. Het gerucht gaat dat de ‘master tape’ van de kleine studio in North Carolina verloren ging, maar volgens Pittman ligt die nog altijd bij ABC in de kluis. Even hardnekkig is het verhaal dat de ABC-versie gewoon gemaakt werd door de oorspronkelijke single op een platenspeler te draaien en die weergave op te nemen.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be