15-03-17

Woensdag 15 maart 2017

Little Sister

Ry Cooder

 

KAT MET NEGEN LEVENS

Vandaag is een van mijn grootste helden jarig. Ry Cooder wordt zeventig. Omwille van zijn werk met Buena Vista Social Club, Ali Farka Touré, Flaco Jiminez en allerlei Chicano-vedetten op de cd Chavez Ravine ziet men hem tegenwoordig graag als muzikale archivaris. Maar hij heeft veel meer op zijn palmares. Je zou kunnen zeggen dat hij zoals elke goede kat negen levens heeft, muzikale levens bedoel ik dan.

JukeCooder1.jpgJukeCooder2.jpgNaast de ‘World Music’-Cooder kennen we onder meer Cooder, de soundtrackcomponist. Volledig terecht wordt hij geroemd voor het abum Paris Texas, maar ik draai ook geregeld de muziek die hij schreef en speelde voor de films ‘Alamo Bay’, ‘The Border’, ‘Blue City’, ‘Crossroads’ en ‘The Long Riders’. Nu ik ze voor deze opsomming nog eens uit mijn platenkast trek, besef ik dat Ry Cooder een van de meest vertegenwoordigde artiesten in mijn collectie is. Als ik zou willen, zou ik hem vandaag de hele dag kunnen draaien. Naast zijn naamloos debuut en mijn lievelingsplaat Paradise & Lunch koester ik een nooit in de handel gebrachte maxi-single met vier live opnames van hem. ‘Not for sale’ staat erop. Soms moet je op het juiste moment op de juiste plaats zijn.

Politiek geëngageerd is hij altijd geweest, maar wel heel nadrukkelijk op My Name Is Buddy, Pull Up Some Dust And Sit Down en Election Special. Ik kan me amuseren met op te zoeken welke namen hij laat vallen en naar welke gebeurtenissen hij verwijst.

JukeCooder3.jpgHet album Bop Till You Drop toont aan dat hij niet alleen terugblikt, maar ook een pionier van opnametechnieken is. Het was in 1979 de eerste plaat die digitaal werd opgenomen. Bij gebrek aan cd-spelers, die pas in 1982 op de markt kwamen, werd de primeur wel nog op vinyl geperst. De openingstrack van Bop Till You Drop is zijn versie van Little Sister, waarover ik het gisteren nog had in herinnering aan de tekstschrijver van dit nummer, Doc Pomus. En dan hebben we nog overgeslagen dat hij bij Captain Beefheart, Taj Mahal en Randy Newman is begonnen. Zo kom ik hem tegen op de elpee 12 Songs van Randy Newman uit 1970.

Omdat hij van zijn twintigste al indrukwekkend slide speelde, werd hij vaak uitgenodigd als gastmuzikant. Zo vroegen The Rolling Stones hem om mee te doen tijdens de opnames van Let It Bleed. Zijn frisse ideeën waren niet weinig welkom. Brian Jones was al bijna niet meer van deze wereld en lag meestal in een hoekje te slapen of te huilen. Zo wordt het beschreven in de sterke Stonesbiografie ‘Old Gods Almost Dead’ van Stephen Davis. Keith Richards verliet om de haverklap de studio om daarna lang weg te blijven. Om de tijd te doden, oefende Ry Cooder zich nog verder op zijn gitaar. “In de vier of vijf weken dat ik daar was, heb ik zowat alles gespeeld wat ik kende”, heeft hij ooit gezegd. Wat hij niet wist, was dat ondertussen alles stiekem werd opgenomen. Dat werd pas duidelijk toen hij op een dag onverwacht binnenliep in een kamer waar Keith Richards die banden beluisterde en Cooders werk in een nieuw nummer probeerde te wringen. Cooder is kwaad weggelopen en het is nooit meer goed gekomen, ook al belde Mick Jagger hem om geld te bieden. “Het zijn uitzuigers”, zei Ry Cooder in een opmerkelijk interview met het magazine Rolling Stone. “Ze hebben niet alleen mijn beste nummers gestolen, maar – erger nog – ook een van mijn beproefde basisthema’s.” Veel van wat Ry Cooder met de Stones heeft gespeeld is naar eigen zeggen op Let It Bleed verschenen, maar op de hoes wordt alleen vermeld dat hij mandoline tokkelt op Love In Vain. Het wordt algemeen aanvaard dat hij meespeelt op Sister Morphine, zowel in de versie van Marianne Faithfull als die van de Stones op Sticky Fingers. In ‘Rolling Stone’ beweerde Ry Cooder dat ook Honky Tonk Woman afkomstig is van een van zijn heimelijk opgenomen banden. “Ach", reageerde Keith Richards eens op de beschuldigingen, “ik heb een heleboel van veel mensen geleerd.”

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

14-03-17

Dinsdag 14 maart 2017

Save The Last Dance For Me

The Drifters

 

DE LAATSTE DANS

Vandaag is het 26 jaar geleden dat Doc Pomus overleed. Als uitvoerend artiest heeft hij geen potten gebroken, maar als tekstdichter legde hij wel een collectie klassiekers aan. Soms werkten de twee echt samen, maar meestal hield hij het bij woorden en liet hij pianist Mort Shuman de melodie schrijven. De Amerikaan Shuman sprak graag een mondje Frans, vandaar dat je hem kent van Le Lac Majeur.

JukeDrift.jpgVan Teenager In Love over Little Sister tot Sweets For My Sweet, de nummers van het schrijversduo werden veelvuldig gecoverd en in meer dan één versie een hit. In 1959 namen Dion & The Belmonts Teenager In Love als eerste op, maar nog datzelfde jaar haalden ook Marty Wilde en Craig Douglas de hitparade met die song. Latere covers waren van o.a. The Fleetwoods, Helen Shapiro, Simon & Garfunkel en zelfs Bob Marley en The Red Hot Chili Peppers. Little Sister wordt over het algemeen geassocieerd met Elvis Presley, maar ik hou ook van de uitvoeringen van Ry Cooder en – meer nog – Dwight Yoakam. In 1963 werd Sweets For My Sweet de debuutsingle van de Merseybeatband The Searchers, maar het is ook op plaat gezet door The Drifters, Tina Charles, Neil Diamond en Brian Wilson.

Doc Pomus, die Jerome Felder op zijn paspoort had staan, verplaatste zich in rolstoel als gevolg van zijn verlamming. Die bewegingsbeperking heeft onrechtstreeks geleid tot zijn meest bekende song: Save The Last Dance For Me. Het gebeurde op zijn bruiloft. Terwijl de poliopatiënt niet anders kon dan aan tafel blijven zitten, amuseerde zijn kersverse vrouw zich met de huwelijksgasten op de dansvloer. Het tafereel ontlokte hem de opmerking dat zij mocht dansen met wie ze wou, maar dat ze wel met hem naar huis moest. In het Engels is het inmiddels een legendarische uitdrukking: ‘Don’t forget who’s taking you home and in who’s arms you’re gonna be.’ Het origineel is van The Drifters, uit de tijd dat Ben E. King nog bij die groep was, maar er bestaan ook versies van Dolly Parton, Ike & Tina Turner, Emmylou Harris, Leonard Cohen en vele anderen. Dalida zong het in het Frans. De Laatste Dans van Anja is een heel ander nummer, al heeft de auteur kennelijk erg goed naar Doc Pomus geluisterd. Het is naar die Nederlandse zangeres en dat liedjes uit 1969 dat Luc De Vos verwijst in Anja van Gorky, toen nog niet met een ‘i’.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

13-03-17

Maandag 13 maart 2017

Nine By Nine

John Dummer’s Famous Music Band

 

JukeKelly1.jpgJukeKelly2.jpgFAMEUZE MUZIEK

Vandaag viert Dave Kelly zijn zeventigste verjaardag. In het midden van de jaren tachtig was hij een pion van de stevige The Blues Band. Maar toen was hij zeker al twee decennia actief in dat genrewereldje, soms solo, soms in een duo met zijn zus Jo Ann Kelly en soms met zijn eigen groep, The Dave Kelly Blues Band. In de tijd dat op het Hasseltse domein Kiewit een folk- en bluesfestival werd georganiseerd, zag ik hem daar meer dan eens aan het werk. Hij trad er onder meer op met pianist Bob Hall. Ik kocht hun plaat Survivors, die ze met z’n tweetjes in 1979 – vreemd genoeg – in Italië opnamen. Dave Kelly en Bob Hall kenden elkaar al lang. Op het einde van de sixties hadden ze, onder meer met Mick Fleetwood, in de Britse bluesband Tramp gespeeld. En nog eerder zaten ze naast elkaar in John Dummer’s Blues Band. Die groep kende veel personeelswissels, maar veranderde ook geregeld lichtjes van naam. As John Dummer’s Famous Music Band hadden ze niet weinig succes met de jazzy instrumental Nine By Nine. In Frankrijk werd het zelfs een nummer 1. Vandaar dat er op YouoTube een Franse televisieclip van de song te vinden is. De violist die je aan werk ziet, is Nick Pickett.

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

12-03-17

Zondag 12 maart 2017

Something In The Air

Thunderclap Newman

 

HET HANGT IN DE LUCHT

Het is vandaag vijftien jaar geleden dat John ‘Speedy’ Keen overleed. Zijn naam zegt je waarschijnlijk niets, maar je kent ongetwijfeld zijn wereldhit Something In The Air van Thunderclap Newman, waarin de revolutionaire tijdsgeest van 1969 zo raak wordt gevat.

JukeThu.jpgSpeedy Keen woonde in bij Pete Townshend, voor wie hij als chauffeur werkte. Maar hij ontwikkelde zich als drummer, toetsenist, zanger en componist. Zo schreef hij Armenia City In The Sky, de openingstrack van het album Sell Out van The Who. Townshend wist dat Keen nog meer in zijn marge had en richtte daarom een groep voor hem op. Gitarist Jimmy McCulloch, inmiddels ook al een hele tijd niet meer onder de levenden, werd erbij gehaald. En pianist Andy Newman, naar wie de groep eigenlijk werd genoemd. Verwijzend naar de Welshe jazzpianist Thunderclap Jones was Thunderclap Newman namelijk Andy’s bijnaam.

Pete Townshend produceerde niet alleen de eerste single van het trio, onder de schuilnaam Bijou Drains speelde hij ook de baspartij in de studio. Het nummer, dat Keen had geschreven, heette aanvankelijk Revolution. Logisch, omwille van de altijd terugkerende zin ‘We’ve got to get together sooner or later because the revolution’s here’. Maar The Beatles waren hen voor met een gelijknamige single. Dus werd de release een tijdje uitgesteld en kreeg de song een nieuwe titel: Something In The Air. Het werd meteen een Britse nummer 1, daarna een wereldwijde ‘million seller’. En tot vandaag hangt het in de lucht.  

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

11-03-17

Zaterdag 11 maart 2017

Ay Te Dejo En San Antonio

Santiago & Flaco Jimenez

 

HIJ SPEELDE ACCORDEON

Het moet in het begin van de jaren tachtig zijn geweest, in een parochiezaal in Mol. De weinige ruimte die er tussen het podium en de eerste rij was, bleek plaats genoeg te bieden aan dansschoolcursisten die wilden demonstreren hoe goed ze de polka onder de knie hadden. De rokjes zwaaiden op de tonen van Flaco Jimenez. Vandaag viert hij zijn 78ste verjaardag. Hopelijk gaat het hem nog goed. Bij de laatste doortocht van Ry Cooder in ons land stond hij ook op de affiche, maar moest toen om gezondheidsredenen verstek laten gaan.

JukeJimi.jpgLeonardo heet hij eigenlijk. Zijn bijnaam ‘Flaco’ kan vertaald worden als ‘de smalle’. Ik kende hem al van het album Chicken Skin Music van Ry Cooder, waarop zijn knoppenaccordeon onder meer te horen is in He’ll Have To Go, een nummer dat ik als kind thuis veel heb gehoord in de originele uitvoering van countrycrooner Jim Reeves. En ik was zijn naam al tegengekomen op de elpee Doug Sahm And Band uit 1973. Dat is inmiddels een cultplaat geworden omwille van de opmerkelijke bezetting. Naast Flaco Jimenez en natuurlijk Doug Sahm van Sir Douglas Quintet zelf, doet er veel schoon volk mee, zoals Dr. John, David Bromberg, Wayne Jackson, Augie Meyers en zelfs Bob Dylan.

De zogenoemde ‘conjunto tejano’ van Flaco Jimenez is op het einde van de 19de eeuw ontstaan toen Duitse en Poolse pioniers zich in het noorden van Mexico en het zuiden van Texas vestigden en hun polka’s en walsen mengden met de plaatselijke traditionele dansen zoals de corrido. Soms lijkt zijn muziek op het Schlagerfestival thuis te horen, zeker als hij Marina van Rocco Granata covert. Daarom grijp ik het liefst naar zijn ouder werk dat ik in de jaren zeventig op het label ‘Arhoole’ vond. Ik heb zelfs een plaat van zijn vader Santiago Jimenez waarop Flaco geen accordeon speelt, maar de ‘bajo sexto’, een twaalfsnarige Mexicaanse basgitaar. Op die elpee (foto) staat de originele uitvoering van Ay Te Dejo En San Antonio. ‘Te vas hasta Laredo y quieres mas y mas’ De Nederlands-Limburgse band Rowwen Heze bewerkte het tot Kroenenberg, hieronder te horen en te zien in een opmerkelijke jam met Los Lobos. 'Ze was donker, achttien joar en neet te kriege. Als ze vurbeej kwaam dreiden alle kupkes mei.'

 

 

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be