12-11-17

Zondag 12 november 2017

Wild, Wild West

The Escape Club

 

SUCCES IN HET WESTEN

Op deze dag in 1988 haalde The Escape Club de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade met Wild, Wild West, de titeltrack van hun tweede album. Wie goed luistert, kan wel wat gelijkenissen met Pump It Up van Elvis Costello horen. Verder heeft de single het ongetwijfeld zo ver geschopt dankzij het veelvuldig vertonen van de opmerkelijke clip met veel ‘special effects’ op MTV. JukeWild.jpg

In de video zagen ze eruit als cowboys en geregeld weerklonk een revolverschot, maar de band kwam wel degelijk uit Londen. Toch vond men alleen veel westelijker succes. Zo komt de formatie aan een uitzonderlijk record. The Escape Club is de enige Britse band die een Amerikaanse nummer 1 scoorde maar in het thuisland nooit de hitparade haalde. Ook I’ll Be There, een track uit hun laatste album Dollars & Sex, werd een gouden plaat in de States zonder in Groot-Brittannië opgemerkt te worden. Met Peter Wolf als producer werd die song geïnspireerd door het overlijden van de vrouw van een vriend van de groep. ‘I may have died, but I’ve gone nowhere. Just think of me and I’ll be there.’ Het is sedertdien een populair begrafenislied in de V.S.

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

11-11-17

Zaterdag 11 november 2017

Young Man Blues

Mose Allison

 

DE EERSTE WOORDEN

Was hij vorig jaar niet overleden, dan zou Mose Allison vandaag negentig worden. Ik kan het niet meteen terugvinden, maar ik heb ooit gelezen dat Van Morrison zei dat hij niet meer luisterde naar cd’s van vandaag. “Na Mose Allison is er niets nog de moeite waard om te beluisteren”, meende de bard van Belfast. Morrison heeft trouwens met Georgie Fame een eerbetoon voor zijn idool gemaakt, het album Tell Me Something: The Songs of Mose Allison.

JukeMose.jpgZingend aan de piano bracht Mose Allison een unieke combinatie van jazz en blues. Zijn teksten waren altijd ironisch en daarmee effende hij het pad voor de satire van Randy Newman. Neem nu Parchman Farm, waarin een dwangarbeider zucht: ‘And all I did was shoot my wife.’ De rechtstreekse lijn met Newman is daarmee duidelijk gemaakt. Opmerkelijk genoeg coverden ook veel rockgroepen zijn nummers, vooral dan de bands met een bluesbodem. John Mayall, The Yardbirds en Blue Cheer, om er maar een paar – allez, drie – te noemen. The Who zette zijn Young Man Blues op het legenarische album Live At Leeds. Elvis Costello heeft meer dan een song van Mose Allison opgenomen, bijvoorbeeld Everybody’s Crying’ Mercy op het volgens mij zwaar onderschatte album Kojak Variety, waar ik nog geregeld naar luister. Ik kreeg het cadeau van iemand die het als een miskoop beschouwde en ik beleef ik er tot vandaag veel plezier aan. Vreemd, niet? Enfin, Herman Brood had een half dozijn Allison-nummers op zijn repertoire en zelfs Vaya Con Dios nam werk van hem op. Ik hoor hem toch nog altijd het liefst zelf op zijn piano tokkelend.

Op Bossanova, het derde album van Pixies, dat ik in die tijd nog altijd op vinyl kocht, staat een kort nummer dat Allison heet. Aanvankelijk verkeerde ik in de veronderstelling dat het over een vrouw ging, zoals in Alison van Costello. De dubbele ‘l’ intrigeerde me echter en bij het opzoeken van de tekst – die niet op de binnenhoes stond – ontdekte ik dat het over een man ging en dat er naar de blues werd verwezen. Black Francis hielp me uit mijn dromen door in een interview te verklappen dat het nummer over Mose Allison ging. ‘We go tonight to hear him tell oh well’, las ik en ik dacht: Oh Well is wel een prachtig nummer uit de bluesdagen van Fleetwood Mac, maar wat heeft dat met Mose Allison te maken? Mijn frank viel snel. Juist ja, het zijn de eerste twee woorden van Young Man Blues

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10-11-17

Vrijdag 10 november 2017

The Free Electric Band

Albert Hammond

 

GELUKKIG WERD HIJ GEEN ELEKTRICIEN

Albert Hammond komt vandaag aan in ons land voor een tournee met liefst acht optredens in Vlaanderen. Wil je er nog bij zijn, zal je je moeten haasten want veel van die concerten zijn al uitverkocht (www.kras.be). Toen Christof Rutten van Het Belang van Limburg mij vroeg om hem bij deze gelegenheid te interviewen, was ik meteen enthousiast. Ik hield wel van zijn werk uit de jaren zeventig, zoals It Never Rains In Southern California, The Free Electric Band, I Don’t Wanna Die In An Air Disaster en I’m A Train. Maar ik wist ook dat die man tientallen wereldhits had geschreven voor andere artiesten. Het verhaal van The Air That I Breathe van The Hollies heb ik hier al eens verteld. In de hoop dat ze een van zijn composities zouden coveren, stuurde Phil Everly zijn solo-album Star Spangled Spinger naar The Hollies. Maar die kozen toch wel dat ene nummer dat niet van zijn hand was: The Air That I Breathe, twee jaar eerder geschreven en opgenomen door Albert Hammond. Toen de jongens van Radiohead in een radiointerview toegaven dat die song hen geïnspireerd had om Creep te maken, kregen ze de uitgever van Hammond aan de lijn. Een rechtszaak was niet nodig, zij stonden deemoedig een derde van de auteursrechten af. Sedertdien staat Albert Hammond ook vermeld als mede-auteur van Creep. “En ik heb daar niets mee te maken”, benadrukt hij. AlbertHammondBelang.jpg 

Waar hij wel mee te maken heeft, is een onvoorstelbare paternoster pophits die hij van in de jaren zestig heeft geleverd voor een diversiteit aan artiesten. Ik noem voor de vuist: Little Arrows (Leapy Lee), Freedom Come Freedom Go (The Fortunes), Make Me An Island (Joe Dolan), Good Morning Freedom (Blue Mink), I Don’t Wanna Live Without Your Love (Chicago), One Moment In Time (Whitney Houston), I Don’t Wanna Lose You (Tina Turner), Nothing’s Gonna Stop Us Now (Starship), When I Need You (Leo Sayer) en Well Well Well van Duffy. Ik vroeg hem dan ook of hij zich eerder een liedjesschrijver dan een zanger voelde. “Ik beschouw mezelf als een singer-songwriter”, antwoordde hij. “Maar in de loop der jaren heeft het tweede deel van die term de bovenhand gekregen. Meer dan dertig jaar deed ik geen concerten en concentreerde ik me op componeren. Tot het idee kwam rond te trekken met mijn songbook. Daar staan veel nummers in die iedereen kent, maar waarvan men misschien niet weet dat ze van mij zijn.” Ik raadde dat hij het podium ook wel miste. “De nagel op de kop”, zei hij. “Ik wou weer optreden en dat gaat me op mijn 73ste nog goed af. Ik spring rond als een tiener en toen we samen naar de keelspecialist gingen, stelde die vast dat mijn stembanden beter bleken dan die van mijn 35 jaar jongere zoon.” Dat is Albert Hammond Jr van The Strokes.

JukeHam1.jpgIn The Free Electric Band zingt het hoofdpersonage: ‘My future in the system was talked about and planned, but I gave it up for music and the free electric band.’ Dus vroeg ik of hij ook zelf wat had opgegeven voor muziek. Hij vertelde dat zowat iedereen in zijn familie elektricien was en dat men van hem verwachtte dat hij hetzelfde beroep zou kiezen. Maar daar had hij geen zin in. “Dat heb ik dus opgegeven. Maar als ik verder over jouw vraag nadenk, heeft mijn vader waarschijnlijk meer opgeofferd voor mijn muziek.” Na een stilte kwam het eruit. “We come from poor”, klonk het letterlijk. “Wij hadden het niet breed in ons gezin. Mijn pa stak zich in schulden om mijn eerste gitaar te kopen. Geen uitzonderlijk duur instrument, hoor, maar voor hem was dat veel geld.” Ik wou weten of hij zich in al zijn songs zo bloot geeft. “De meeste zijn autobiografisch”, bekende hij. “Neem nu The Last One To Know. Dat gaat over Mike Hazlewood, de co-auteur van veel van mijn hits. Ik werkte al meer dan tien jaar nauw met hem samen voor ik vernam dat hij homoseksueel was. Ik was letterlijk de laatste die het te horen kreeg.”

De wegen van Albert Hammond zijn ondoorgrondelijk. Hij maakte Give A Little Love met de Nederlandse zanger Albert West en noemde dat ooit een van zijn belangrijkste nummers. Ik toonde mij verwonderd over die uitspraak. “Niet de melodie, wel de tekst”, verduidelijkte hij. “Dat nummer dateert van het midden van de jaren tachtig en is nog altijd actueel. ‘Make this world a little better’, dat wil toch iedereen. Kijk eens rond, wat een chaos dit is. Neen, dat is geen politiek statement, ik zwaai niet met een vlag. Het is eerder spiritueel. Mensen gelukkig maken met mijn muziek, dat is mijn doel. Zo sta ik in het leven. Ik pieker niet over de eerste plaats in de hitparade. Wie kan dat wat schelen?”

JukeHam2.jpgNatuurlijk moest ik vragen hoe zijn naam terechtkwam in de kleine lettertjes op de eerste cd’s van Axelle Red. “Ik schreef het nummer Love Is On The Way, maar nam het nooit op. Een demo kwam terecht bij de producer van de eerste cd van Axelle Red en zij heeft er een Franse tekst op geschreven. Sensualité werd zo’n succes dat op verdere samenwerking werd aangedrongen. Zo zijn we tot de titeltrack van haar tweede album À Tâtons gekomen. Er staan nog twee nummers van mij op die cd, maar ik ken de titels niet, mijn Frans is niet zo goed.”

De grootste verrassing voor velen is waarschijnlijk dat Albert Hammond ook To All The Girls I’ve Loved Before van Julio Iglesias & Willie Nelson schreef. Een ‘country outlaw’ en een Spaanse crooner. Wie heeft dat vreemde koppel samengebracht? “Dat ben ik geweest. Ik werd gevraagd om het eerste Engelstalige album van Julio Iglesias te producen en stelde hem die song voor, die ik elf jaar eerder had opgenomen en die zonder succes door Tom Jones en Engelbert Humperdinck was gecoverd. Hij was enthousiast. Omdat ik bij het schrijven van dat nummer Willie Nelson in gedachten had, belde ik hem en hij wou graag het duet doen. ‘You’re a crazy man’, zei de platenbaas, ‘you’ll ruin my playboy with that cowboy.’ Het is wel helemaal anders uitgedraaid.”

De Britse band Half Man Half Biscuit – een van de favoriete groepen van John Peel zaliger – heeft een nummer dat Albert Hammond Bootleg heet. Hij moest hard lachen toen ik vroeg of hij het al eens had gehoord. “Ja, niet te geloven dat iemand een song over mij wil schrijven.” En zouden er bootlegs van hem in omloop zijn? “Ik heb er geen idee van en het deert me ook niet.” Ergens had ik gelezen dat zijn beeltenis prijkt op een postzegel in Gibraltar, waar hij opgroeide. Ik heb dat trouwens vroeger al eens voor waarheid verkondigd, maar ik besloot het nu toch maar eens te checken. Weer moest hij hard lachen omdat ik dat van hem wist. “De plannen waren er wel, maar dat is nooit doorgegaan. Het bleek dat dit alleen maar kon na mijn overlijden. Wel, dat ze hun zegels houden, ik ben nog lang niet dood.” Dat is gesproken!

 

 

 

 

09-11-17

Donderdag 9 november 2017

White And Black Blues

Joëlle Ursull

 

ZWART EN WIT JukeUrs.jpg

Vandaag wordt Joëlle Ursull 57. De Franse zangeres, die uit Guadeloupe afkomstig is, was een tijdlang model, maar begon haar muzikale carrière bij de alleen uit vrouwen bestaande band Zouk Machine. Je kent dat clubje wel, van die aanstelijke zomerhit Maldòn. In 1990 verliet ze het gezelschap om solo deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival. Ze eindigde op de tweede plaats, achter Insieme 1992 van Toto Cotugno. Het was in de tijd dat ik nog – in familieverband – naar die crochetwedstrijd keek en zij was mijn favoriete. Het ritme week zo af van de andere inzendingen.

De tekst van haar nummer White And Black Blues werd geschreven door Serge Gainsbourg, van wie ik intussen weet dat hij veel meer is dan de zatlap en de vuilbekker die sommigen in hem zien. Hij kon het natuurlijk niet laten om er oorspronkelijk Black Lolita Blues van te maken, maar op verzoek van Joëlle Ursull werd dat aangepast.

Gainsbourg heeft trouwens nog meer Eurovisiesongfestivalnummers geschreven. In 1967 haalde zijn Boum-Badaboum van Minouche Barelli de vijfde plek. Toen had hij echter al eens de hoofdvogel afgeschoten met zijn werkstuk Poupée De Cire, Poupée De Son, in 1965 uitgevoerd door France Gall als inzending van Luxemburg.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

 

08-11-17

Woensdag 8 november 2017

Stairway To Heaven

Led Zeppelin

 

TRAAG NAAR DE HEMEL

Op deze dag in 1971 verscheen de vierde elpee van Led Zeppelin. Hoewel de plaat eigenlijk geen titel had, wordt ze wel eens Led Zeppelin IV genoemd. Ze werd opgenomen in een mobiele studio, ergens op het platteland geparkeerd, zodat er geen afleiding was en de band zich helemaal kon focussen op muziek. Er liep een zwarte labrador rond. Vandaar dat de eerste track Black Dog heet. Verder stond er het door Tolkien geïnspireerde Misty Mountain Hop op en met Going To California zelfs een ode aan Joni Mitchell. Maar de plaat gaat de geschiedenis in omwille van de afsluiter van de A-kant: Stairway To Heaven. De song verscheen nooit op single en stond daarom dus nooit in de hitparade, maar hij behoort wel tot de meest gedraaide radionummers ter wereld en hij duikt altijd opnieuw op in ‘best of’-lijstjes. Ook dit jaar stond hij weer op de eerste plaats in de ‘Classics 1000’, samengesteld door de luisteraars van Radio 1.

JukeLed.jpgEigenlijk zijn het drie songs of althans een song met drie totaal verschillende onderdelen. Vandaar dat je het, naargelang je binnenvalt, folkrock, progrock of hard rock kan noemen.

Naar eigen zeggen componeerde Jimmy Page het meesterwerk over een lange periode, in stukjes en beetjes. Robert Plant schreef de tekst op een avond aan de open haard. Allemaal goed en wel, tot ze vorig jaar van plagiaat werden beschuldigd. Ze zouden nogal veel gejat hebben van Taurus, een drie jaar eerder verschenen instrumentaal nummer van de jazzrockgroep Spirit. Eerlijk gezegd, ik hoor ook gelijkenissen. Maar ik ben de rechter niet en de zaak is nog altijd hangende, inmiddels in beroep. Randy Wolfe van Spirit, de auteur van de song, heeft nooit juridische stappen overwogen. Na zijn dood in 1997 werd dat initiatief wel genomen door de beheerder van Wolfes nalatenschap. Robert Plant en Jimmy Page beweren dat ze Taurus nooit hebben gehoord en alle gelijkenissen louter toevallig zijn. Dat betwijfelen de advocaten van de tegenpartij omdat ze weten dat Led Zeppelin in de begindagen van de band met Spirit op tournee is geweest.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be