09-02-18

Vrijdag 9 februari 2018

The Lonesome Death of Hattie Carroll

Bob Dylan

 

KLASSENJUSTITIE

Vandaag 55 jaar geleden stierf Hattie Carroll. De zwarte vrouw was 51 en moeder van tien kinderen, maar werkte nog altijd tot een gat in de nacht in het Emerson Hotel in Baltimore. In dat deel van de V.S. was in die tijd nog een strikte rassenscheiding van kracht, in restaurants, theaters en kerken, in dokterspraktijken en op de bus. Toen Billy Zantzinger, een 24-jarige telg uit een rijke tabaksdynastie – een blanke, zoveel mag duidelijk zijn – toekwam op een party in het hotel was hij al danig boven zijn theewater. Later bleek dat hij die avond al zwart personeel te lijf was gegaan in een restaurant. Ook in het Emerson moesten een piccolo en een serveerster het ontgelden. Toen hij een bourbon bestelde aan Hattie Carroll en zij die niet snel genoeg naar zijn zin voor hem zette, werd ze bedolven onder scheldwoorden als ‘black bitch’. Zij moet iets hebben gezegd als ‘Ik heb ook maar twee handen’, waarop hij riep dat hij zo’n opmerking niet moest nemen van een ‘nigger’ en hij verschillende keren uithaalde met zijn wandelstok. Hattie Carroll werd overgebracht naar het ziekenhuis, waar ze overleed.

Zantzinger werd niet voor een jury geleid, maar voor drie rechters. Die brachten de beschuldiging van moord terug op doodslag omdat het mogelijk was dat het slachtoffer niet van de slagen stierf, maar van een beroerte als gevolg van de commotie. De beschuldigde kreeg slechts zes maanden cel en mocht die ver van huis uitzitten omdat men hem wou vrijwaren van wraakacties door zwarte gedetineerden in de plaatselijke gevangenis. Opmerkelijk: toen hij jaren later in immobiliën actief was en veroordeeld werd voor oplichting, omdat hij huur inde voor huizen die hij niet bezat, kreeg hij negentien maanden gevangenis, een veelvoud van zijn straf voor doodslag.

jUKEboB.jpgRacisme en klassenjustitie, dat was natuurlijk iets wat Bob Dylan moest aanklagen. Hij schreef dan ook kort na het vonnis The Lonesome Death of Hattie Carroll, bracht het meteen live en zelfs een keer op televisie voor het verscheen als – de elpee ligt hier naast mij – voorlaatste nummer op de B-kant van het album The Times They Are A-Changin' uit 1964. Hij heeft het wel over Zanzinger, zonder ‘t’. Een toevallig foutje of bewust? Verder is hij echter heel expliciet, ik kan hier niet alles citeren, je moet de tekst maar eens opzoeken.

De veroordeling van Zantzinger verscheen in de kranten op de dag dat Martin Luther King zijn beroemde ‘I Have A Dream’-speech hield in Washington. Bob Dylan en zijn toenmalige vriendin Joan Baez waren daarbij aanwezig. Waarschijnlijk hebben de gesprekken van die dag tot inspiratie geleid. De song werd kort daarna geschreven in het huis van Joan Baez.

Zantzinger heeft maar één keer gereageerd op Dylans song en dat was tegenover de Britse journalist Howard Sounes die de biografie ‘Down The Highway. The Life of Bob Dylan’ schreef. Het was toen 2001 en schelden bleek kennelijk nog altijd een gewoonte. Zantzinger noemde Bob Dylan een waardeloze ‘son of a bitch’ en een ‘scum bag’. ‘A total lie’, dat was die song volgens hem. ‘I should have sued him and put him in jail.’

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

08-02-18

Donderdag 8 februari 2018

Killer Queen

Queen

 

BRIOCHE

Op deze dag in 1975 bracht Queen de single Killer Queen uit in de Verenigde Staten. Het nummer was toen al sedert enkele weken een opgang bezig in de Europese hitparades. Het werd de wereldwijde doorbraak voor de band, al was het dan al een track uit hun derde album.

JukeKiller.jpg“This is a perfect pop record and one of Freddie’s greatest songs”, zei gitarist Brian May eens in het magazine Q. “It’s beautifully constructed and it’s got one of the solos I’m most proud of.” Hoewel hij vond dat iedereen de tekst naar eigen goeddunken mocht interpreteren, verklapte Freddie Mercury aan het tijdschrift NME dat hij het over ‘a high class call girl’ had: “I’m trying to say that classy people can be whores as well.” Dat citaat zal Kate Perry niet gekend hebben toen ze in een Amerikaanse vrouwenblad zei dat die song het vijftienjarig meisje dat ze toen was een beeld gaf van de vrouw die ze wou worden. Mercury’s personage drinkt Moët & Chandon bij haar kaviaar, laat parfum uit Parijs overvliegen en praat als een barones. ‘Let them eat cake, she says just like Marie Antoinette.’ Dat is een knipoog naar een uitspraak die koningin Marie Antoinette aan de vooravond van de Franse Revolutie zou hebben gedaan. Toen ze hoorde dat het volk geen brood meer had, zei ze: “Qu’ils mangent de la brioche.” Dat zou het bewijs zijn geweest van de afstand tussen de gewone man en de vorsten, een rechtvaardiging voor de rebellie. Volgens sommige bronnen was dat echter een genereus gebaar in het kader van ‘noblesse oblige’. Het hoofd van de voorraadkamer kwam haar zeggen dat er niet genoeg brood was om uit te delen aan de mensen die aanschoven voor het kasteel. Als we nog ‘cake’ hebben, geef hen dan dat, zou haar reactie zijn geweest. Veel plausibeler is dat de woorden nooit uit haar mond zijn gekomen. Maar ze klinken mooi en ze leven, net als Freddie Mercury, voort in Killer Queen.

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

07-02-18

Woensdag 7 februari 2018

Mijn Gebed

D.C. Lewis

 

KERKMUZIEK

Op deze dag in 1970 haalde D.C. Lewis met Mijn Gebed de eerste plaats in de Veronica Top 40, een lijst waar hij maar liefst zestien weken in stond. Kort daarna prijkte hij ook op nummer 1 in de Hilversum 3 Top-30 en daar hield hij het dertien weken vol. Sedert 1999 staat de single ononderbroken in de Radio 2 Top 2000, die tijdens de kerstvakantie wordt uitgezonden. In Vlaanderen haalde hij de hitparade niet, al was het plaatje ook hier veel te horen, want in die tijd luisterden we massaal naar Hilversum 3. Zelf herinner ik het mij nog levendig, ik kan het nog meezingen. Toen al kon alleen de muziek in de kerk mij boeien. En daar gaat het over.

JukeGebed.jpgD.C. Lewis was het pseudoniem van de in 2000 overleden Ruud Eggenhuizen. Zijn enige grote hit wordt wel eens ten onrechte ingedeeld bij de relipop. Ja, er klinkt kerkmuziek en voortdurend richt de zanger zich tot de Heer, maar hij verduidelijkt dat hij niet gelovig is, niet wil bidden en alleen maar naar de kerk komt om naar het orgel te luisteren. ‘Is het bezwaarlijk dat ik hier zit? Maakt het wat uit dat ik niet bid? Ik ben niet hervormd of zo, niet katholiek. Ik kom alleen maar voor de muziek. Niet voor de priester of het antiek, ik kom alleen maar voor de muziek.’ Afkomstig uit 1969 lijkt het wel een toekomstvoorspelling. Nu zijn er kerken die omgevormd zijn tot concertzalen. Als je de ervaring van deze song al religieus zou willen noemen, slaat het in elk geval niet op religie in de traditionele betekenis. Dat was wel het geval met de B-kant De Laatste Zeven Dagen, want dat was een vertaling van The Last Seven Days van Unit Gloria, de groep rond Robert Long.

Mijn Gebed was het werk van componist Joop Stokkermans en tekstschrijver Gerrit den Braber, twee monumenten. De eerste leverde naast liedjes voor televisieprogramma’s als ‘Tita Tovernaar’, ‘Paulus de Boskabouter’ of ‘Peppi en Kokki’ ook Eurovisiesongfestivalnummers zoals Katinka, ooit door Bram Vermeulen en Freek de Jonge als Neerlands Hoop In Bange Dagen vrolijk gecoverd op de elpee Hoezo Jeugdsentiment?. De tweede pende een eindeloze reeks Nederlandstalige hits, waaronder Spiegelbeeld van Willeke Alberti, De Glimlach Van Een Kind van haar vader Willy Alberti, Sophietje van Johnny Lion, Ritme Van De Regen van Rob de Nijs, Aan De Andere Kant Van De Heuvels van Liesbeth List en Laat Me Alleen van Rita Hovink.

In Mijn Gebed horen we een trompetsolo van Jan Marinus, die in verschillende klassieke orkesten speelde. Veel indrukwekkender is echter de orgelpartij die de gerenommeerde organist Feike Asma speelt op het orgel in de Groote Kerk van Maassluis dat dateert van 1732. Het arrangement van Mijn Gebed is van de hand van Bert Paige, die gelijkaardig werk heeft gedaan voor een diversiteit aan Nederlandse artiesten. Dat gaat van Wim Sonneveld (Het Dorp), Ramses Shaffy en Liesbeth List (Pastorale), Boudewijn de Groot (Testament) en Lenny Kuhr (De Troubadour). By the way, Bert Paige schreef ook de tune voor de nu nog altijd langlopende televisiequiz ‘Twee Voor Twaalf’. En die, in 1987 overleden man, was een Gentenaar! Hij heette gewoon Albert Lepage.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

06-02-18

Dinsdag 6 februari 2018

God Only Knows

The Beach Boys

 

JukeGod.jpgJONGSTE BROER

Het is vandaag twintig jaar geleden dat Carl Wilson overleed. Met zijn oudere broers Brian Wilson en Dennis Wilson richtte hij The Beach Boys op. Hoewel Brian Wilson altijd als het brein van de band wordt beschouwd, speelde Carl Wilson op verschillende vlakken een belangrijke rol in de groep. Zo was hij eigenlijk de dirigent tijdens concerten. Hij schreef ook songs, onder meer het pareltje I Can Hear Music, maar hij was voornamelijk gitarist. Terwijl van de andere ‘strandjongens’ vaak alleen de stemmen op hun platen te horen waren, mocht hij meespelen met de ingehuurde studiomuzikanten. En soms nam hij zelfs de lead vocals voor zijn rekening. Dat is onder meer het geval voor toppers als Good Vibrations en God Only Knows uit het onvolprezen album Pet Sounds uit 1966 en Kokomo, een hit van meer dan twintig jaar later.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

05-02-18

Maandag 5 februari 2018

Rise

Gabrielle

 

JUkeRise.jpgBEDANKT, BOB

Op deze dag in 2000 stond Gabrielle op de eerste plaats in de Britse hitparade met Rise, de titeltrack van haar derde album. Ondanks de ingehouden toon, de traag kabbelende muziek en het verhaal over een afgesprongen relatie was het een optimistische song: ‘Now I’m ready to rise again.’ Het was de tweede nummer 1 voor de Londense zangeres. Ook haar debuut Dreams eindigde bovenaan, maar dat was wel zeven jaar eerder. Louise Gabriell Bobb is haar echte naam. Soms verscheen ze in het openbaar met een ooglapje, meestal met een donkere bril. Zo verborg ze haar ptosis, een laaghangend bovenooglid.

Je moet niet veel moeite doen om te horen dat Rise uitvoerig gebruik maakt van Knockin’ On Heaven’s Door, een nummer dat Bob Dylan schreef voor de soundtrack van de film ‘Pat Garrett and Billy the Kid’ van Sam Peckenpah. De sample klinkt gewoon doorheen heel de song, waaraan Gabrielle meeschreef. Opmerkelijk is dat Bob Dylan daar zijn toestemming voor heeft gegeven. Dit is een van de weinig keren dat hij dat heeft gedaan. Misschien had hij een oogje op haar, fluistert de grapjas op mijn linkerschouder. Toen Dylan Rise ter goedkeuring te horen kreeg, vond hij het meteen heel sterk en stemde hij in. Hier en daar lees ik dat hij zijn werk gratis afstond. Dat klopt niet. Gabrielle heeft zelf in een interview met de muziekwebsite Dotmusic gezegd dat hij tevreden was met de helft van de vergoeding waarop hij recht had. Da’s ook al iets, niet? Hij staat trouwens ook vermeld als mede-auteur.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be