07-11-17

Dinsdag 7 november 2017

Secret Agent Man

Johnny Rivers

 

JukeRivers.jpgWISPELTURIG

Vandaag viert Johnny Rivers zijn 75ste verjaardag. Ik denk dat ik zijn naam voor het eerst tegenkwam in 1971 toen iemand in de jeugdbeweging met zijn singletje Sea Cruise aankwam. Ik vond dat wel leuk: die geluidseffecten, zoals een scheepsbel, de boogie woogie piano en de stevige blazers, dat ritme dat bij herbeluistering vandaag aan ska doet denken. De gitaar in het begin lijkt wel Creedence Clearwater Revival avant la lettre. Geen wonder dat John Fogerty het coverde voor zijn titelloze soloplaat in 1975. Nu weet ik dat Sea Cruise origineel een song was die Huey ‘Piano’ Smith schreef en uitvoerde, tot de platenmaatschappij in 1959 zijn zwarte stem van de opname haalde en verving door die van de blanke zanger Frankie Ford. En zo werd het een hit. In 1972 coverde Johnny Rivers met nog meer succes een ander nummer van Huey Smith: Rockin’ Pneumonia And The Boogie Woogie Flu. Ik heb inmiddels originele platen van die legendarische pianist uit New Orleans in huis, maar eigenlijk heb ik zijn werk dus leren kennen via Johnny Rivers.

Johnny Rivers treedt vandaag nog altijd op. En zeggen dat hij al van in 1957 actief is. In het begin van de jaren zestig was hij vaak met rock-‘n-roll-nummers in de hitparade te vinden. Zo haalde zijn versie van Memphis, Tennessee van Chuck Berry de tweede plaats in de V.S.

Je zou Johnny Rivers wispelturig kunnen noemen. Hij wisselde nog al eens graag van stijl en was ook niet vies van folk, country of blues. In 1966 schakelde hij zelfs onverwacht over pop met een laagje strijkers. Het leverde hem wel opnieuw een eerste plaats op, deze keer met het slepende Poor Side Of Town, de enige song die hij zelf heeft geschreven. In datzelfde jaar nam hij Secret Agent Man op, een werkstuk van P.F. Sloan, de auteur van The Eve Of Destruction van Barry McGuire. Oorspronkelijk was het een instrumentaal nummer dat minder dan een minuut duurde omdat het bedoeld was als aftitelingsmuziek voor de Amerikaanse uitzendingen van de Britse spionageserie ‘Danger Man’. Later werden er tekst – ‘They’ve have given you a number en taken away your name’ – en muziek bijgeschreven tot het een volwaardige en opvallend stevig klinkende single was. Die had eigenlijk meer aanhang dan de televisieserie en piekte op de derde plaats in de Billboard Hot 100. Ik heb hier nog een uitvoering op een verrassende elpee uit 1987 staan: The Return Of Bruno van Bruce Willis, in eerste instantie toch een acteur.      

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

06-11-17

Maandag 6 november 2017

The Wild Side Of Life

Hank Thompson

 

VAN REPBLIEK DIENEN

Het is vandaag tien jaar geleden dat Hank Thompson overleed. De Amerikaanse countryvedette had decennialang succes. Tot in 1997 heeft hij platen uitgebracht, maar zijn eerste hit, Humpy Dumpty Heart, dateert al van 1948. Drie jaar later had hij met Wild Side Of Life een eerste Amerikaanse nummer 1 op zijn naam staan.

JukeThomp1.pngJukeThomp2.jpgZoals altijd bij Thompson was The Wild Side Of Life rijkelijk voorzien van fiddles en steel guitar. Muzikaal hadden de auteurs Arlie Carter en William Warren zich erg laten beïnvloeden door bestaande deuntjes uit de jaren twintig, onder meer van The Carter Family. Het was echter vooral de tekst die spraakmakend was in de jaren vijftig. Het gaat over een ontrouwe vrouw die zich in het nachtleven stort. ‘The glamour of the night life has lured you to places where the wine and liquors flows, where you wait to be anybody’s baby ald forget the truest love you’ll ever know.’ De meest opgemerkte zin in de tekst, die duidelijk de vrouw de schuld van een relatiebreuk geeft, is ‘I didn’t know God made honky tonk angels’. Dat leidde tot een van de eerste antwoordsongs uit de geschiedenis, een nummer waarin een artiest een andere artiest van repbliek dient. Kitty Wells nam It Wasn’t God Who Made Honky Tonk Angels op, wat ook een Amerikaanse nummer 1 werd. In die song, waarin Thompsons nummer letterlijk wordt vermeld, verschoof de zangeres de schuld naar de man. Voor iedere overspelige vrouw is er een man die haar heeft verleid. ‘Most every heart that’s broken, was because there always was a man to blame. (…) There’s many times married men think they’re still single. That has caused many a good girl to go wrong.’ Maar let op… het was wel geschreven door een man: Jay Miller.

JukeThomp3.jpgHet leven van Hank Thompson inspireerde auteur Thomas Cobb in 1987 om de roman ‘Crazy Heart’ te schrijven. In 2010 werd dat boek succesvol verfilmd met Jeff Bridges en Maggy Gyllenhaal in de hoofdrollen. De aangename soundtrack hebben we te danken aan – wie anders? – producer T-Bone Burnett. Trouwens, het door hem gecomponeerde themalied The Weary Kind, won een Golden Globe en een Oscar voor beste filmsong. Op de cd staat ouder, origineel werk van o.a. Buck Owens, The Louvin Brothers en Waylon Jennings, maar ook nieuw materiaal, meestal uitgevoerd door de acteurs zelf. Luister in het filmfragment hieronder maar eens naar het duet Fallin’ And Flyin’ van Jeff Bridges en Colin Farrell.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

 

05-11-17

Zondag 5 november 2017

Kokomo

The Beach Boys

 

OP EEN ONBESTAAND EILAND

Op deze dag in 1988 haalden The Beach Boys met Kokomo de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade. Het was voor het eerst sedert Good Vibrations in 1966 dat de groep die toppositie nog eens bereikte. Dat verschil van 22 jaar vormt een record tussen twee nummers 1 van eenzelfde band.

JukeKoko.jpgKokomo was het enige succes voor The Beach Boys dat niet geschreven werd door Brian Wilson. De song is van de hand van John Phillips van The Mamas and The Papas en zijn goede vriend Scott McKenzie, vooral bekend van San Francisco (Be Sure To Wear Flowers In Your Hair) en naar wie hij zijn dochter Mackenzie Phillips noemde. De twee namen het nummer op in 1986, maar het verscheen pas in 2010 op het postume album Many Mamas, Many Papas van John Phillips. Intussen hadden The Beach Boys het echter opgenomen voor de film ‘Cocktail’ met Tom Cruise. Songwriter Terry Melcher, die de enige zoon van Doris Day is, en Beach-Boyszanger Mike Love namen de song onder handen. Zij herschreven het oorspronkelijke refrein, voegden een opsomming van Caribische eilanden – Aruba, Jamaica etc – toe en pasten de melodie lichtjes aan. Daarom worden zij sindsdien vermeld als mede-auteurs. We zijn dat gewend van The Beach Boys: ze zongen wel op hun platen, maar huurden altijd toppers van sessiemuzikanten in. Dat was deze keer ook het geval. Zo komt het dat de onvolprezen drummer Jim Keltner meespeelt op Kokomo, net als Van Dyke Parks op accordeon en Ry Cooder op slide-gitaar.

In Kokomo trekt een verliefd koppeltje naar een idyllisch eiland. Er zijn er wel wat in de wereld die inderdaad Kokomo heten, maar in dit geval is het een fictieve locatie, want de plek wordt gesitueerd in het archipel Florida Keys, waar geen van de zowat 1.700 eilandjes de naam Kokomo draagt. Key Largo ligt er wel en ook die plaats wordt in de song vermeld.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

04-11-17

Zaterdag 4 november 2017

Freedom Highway

Mavis Staples

 

VERMOORD OM ZIJN HUIDSKLEUR

Vandaag negen jaar geleden verscheen Live: Hope At The Hideout van Mavis Staples. Dat was op de dag dat Barack Obama voor het eerst tot president werd verkozen. En dat is niet onbelangrijk in het licht van wat hier gaat volgen.

JukeMavis.jpgDe titel zei het allemaal, het was een live album, opgenomen in The Hideout Inn in Chicago. De tracklist bestond voornamelijk uit nummers die al in de jaren zestig werden opgenomen door The Staple Singers. Die groep heb ik hier al meer dan eens het huisorkest van Martin Luther King genoemd en de tracklist van de plaat leest dan ook als de hitparade van de Burgerrechtenbeweging. Ik noem willekeurig een paar titels om dat duidelijk te maken: Down In Mississippi, Why Am I Treated So Bad en We Shall Not Be Moved. Freedom Highway staat er ook op. Die compositie van Pops Staples was in 1965 de titeltrack van een live elpee van The Staple Singers. Onlangs bracht Rhiannon Giddens – ik kan niet genoeg zeggen hoe goed ik haar vind – deze song weer onder de aandacht. Ook zij vernoemde haar jongste cd naar dat nummer. Het gaat in eerste instantie over de bekende ‘freedom march’ van Selma naar Montgomery in Alabama. Maar er wordt meer bovengehaald. ‘Found dead people in the forest, Tallahatchie River and lakes. The whole wide World is wonderin’ what’s wrong with the United States.’ Het gaat over de racistische moorden en gruwelijke lynchpartijen in de segregatiejaren. Door expliciet de Tallahatchie te vermelden, verwees Pops Staples overduidelijk naar de dood van de zwarte tiener EmmettTill. Hij was veertien toen hij in 1955 de zomer doorbracht bij zijn grootoom in de Mississippidelta. Bij zijn vertrek, waarschuwde zijn moeder hem: “Hou je manieren. Als je moet knielen of een buiging maken wanneer er een blanke passeert, doe dat dan maar.” Op een dag beweerde de dochter van een kruidenierszaak dat de jongen haar had betast. Later, toen ze de zeventig voorbij was, heeft ze toegegeven dat ze het verhaal had verzonnen. Maar toen was Emmett Till al lang dood. Haar vader en zijn halfbroer zouden die zwarte eens een lesje leren. Ze ontvoerden hem, mishandelden hem tot hij niet meer te herkennen was, staken hem een oog uit, losten revolverschoten op hem, bonden een ventilator met prikkeldraad rond zijn nek en gooiden hem in de Tallahatchie. Getuigen hoorden hem nog lange tijd schreeuwen…

De broers werden al snel verdacht, gearresteerd en ook voor de rechtbank gedaagd. Maar een jury van twaalf blanken sprak hen vrij. De beraadslaging duurde welgeteld 67 minuten. Een jurylid heeft achteraf verteld dat ze een lange koffiepauze hadden ingelast om hun bespreking toch tot een uur te rekken. De verontwaardiging over de vrijspraak was groot en stimuleerde overal de Burgerrechtenbeweging. Toppunt was dat een van de broers een jaar later bekentenissen in een magazine liet optekenen. Hij wist dat hij geen tweede keer kon vervolgd worden voor dezelfde misdaad.

Toen de moeder van Emmett Till een dichtgenagelde doodskist kreeg, verwijderde ze eigenhandig het deksel en liet ze het verminkte lichaam van de tiener fotograferen en publiceren. Je kan je voorstellen welke schok er door de publieke opinie ging. De kist is nog altijd te zien op de permanente tentoonstelling in het ‘National Museum of African American History and Culture’ in Washington.

De dood van Emmett Till heeft velen geïnspireerd. James Baldwin en Nobelprijswinnares Toni Morrison schreven er allebei een toneelstuk over. En naast Pops Staples maakten nog tal van artiesten songs over dit schandaal, vaak met veel duidelijker verwijzingen dan die van hem indertijd. Emmylou Harris noemt naam en toenaam in My Name Is Emmett Till, te vinden op haar album Hard Bargain uit 2011. In haar tekst lees je eigenlijk letterlijk het verhaal dat ik hier heb verteld. ‘Then one night I was killed for speaking to a woman whose skin was white as dough. That’s a sin in Mississippi, but how was I to know.’ Ik volg het in het inlegboekje terwijl de cd draait. Het wordt nog scherper: ‘I was sent back to my mother, at least what was left of me. She kept my casket open for the whole wide World to see the awfull desecration and the evidence of hate. You could not recognize me, the mutulation was so great.” In het lied van Emmylou Harris hoopte hij zelf ooit vader te worden van een zoon en hem te zien opgroeien in ‘a kinder World than I had known, where no child would be murdered for the color of his skin.’

Ook Bob Dylan liet zich inspireren door dit verhaal. In 1963 schreef hij The Death Of Emmett Till, soms ook The Ballad Of Emmett Till getiteld. Hij heeft het nooit officieel op plaat gezet, maar er circuleren al heel lang diverse opnames, soms zelfs onder een schuilnaam. Uiteindelijk zette hij een versie in 2010 op The Bootleg Series Volume 9.

Jammer genoeg zijn van geen van die twee laatste nummers goede versies op YouTube te vinden. Dus, beste lezer, veel succes in je zoektocht.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

03-11-17

Vrijdag 3 november 2017

L’Amour Est Bleu

Vicky

 

BLAUW, BLAUW

Het is vandaag elf jaar geleden dat Paul Mauriat overleed. Als ik vaststel dat er kranten zijn die de dood van Fats Domino afdoen met elf regels, vraag ik me af of er in de Vlaamse media ooit aandacht is besteed aan het heengaan van deze Franse arrangeur en orkestleider. Hij begon met Maurice Chevalier en Charles Aznavour en leverde daarna tal van soundtracks voor films af. Zijn eerste internationale hit scoorde hij in 1968 met Chariot. Althans, het werd pas wereldwijd een succes toen Peggy March er I Will Follow Him van maakte.JukeVicky.jpg

In 1968 haalde Mauriat de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade met Love Is Blue, een instrumentale versie van L’Amour Est Bleu. Vreemd eigenlijk, want het gezongen nummer is veel beter, zijn versie is een flauw afkooksel. De song werd geschreven door André Popp voor Vicky Leandros, die toen onder de naam Vicky uitkwam voor Luxemburg op het Eurovisiesongfestival. Ze is haast niet te herkennen op het platenhoesje. Terwijl Puppet On A String van Sandie Shaw won, werd zij vierde. Paul Mauriat was hiermee de eerste Fransman die de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade haalde. Pas dit jaar werd dat geëvenaard door de landgenoten van Daft Punk.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be