11-05-17

Donderdag 11 mei 2017

Spill The Wine

Eric Burdon & War

 

EEN WIJNTJE?

Vandaag viert Eric Burdon zijn 76ste verjaardag. Hij is vooral bekend als de zanger van The Animals. Die groep nam die naam aan toen hij erbij kwam. Daarvoor heette het gezelschap The Alan Price Rhythm and Blues Combo. Hoewel The Animals in de originele bezetting maar enkele jaren hebben bestaan, werd een paternoster aan, vaak bluesy, hits afgeleverd. Ik denk aan Don’t Let Me Be Misunderstood, It’s My Life en We Gotta Get Out Of This Place. Spijtig genoeg is The House Of The Rising Sun hun meest bekende single. Ik vind dat ze een draak hebben gemaakt van een traditional waaronder Alan Price doodleuk zijn naam heeft gezet. Geef mij maar de snelle uitvoering van Nina Simone op haar onvolprezen album Nina Simone Sings The Blues. Zo hoort Roland Van Campenhout die song ook het liefst. In een interview zei hij eens tegen mij: “Het is niet omdat een Engelse pipo vond dat het langzaam moest worden gespeeld dat iedereen dat zo moet doen.”

JukeBurdon.jpgJukeBurdon2.jpgAllerlei personeelswissels leidden tot naamwijzigingen als Eric Burdon and The Animals en zelfs Eric Burdon & The New Animals. In 1969, toen de geboren Brit in San Francisco woonde, sloot hij aan bij de multiculturele funkrockgroep War. Hun samenwerking resulteerde in 1970 in de elpee Eric Burdon Declares ‘War’. De op single verschenen track Spill The Wine werd de eerste hit van die formatie. In de Amerikaanse Billboard Hot 100 werd zelfs de derde plaats gehaald. Als auteurs van deze song met jazz- en latin-invloeden werd zowat elke muzikant van War vermeld, alleen Eric Burdon niet, hoewel hij wel degelijk had meegewerkt. Het idee voor de tekst zou zijn ontstaan toen toetsenist Lonnie Jordan in de studio een glas wijn had omgestoten over een mengpaneel. Buiten de opmerkelijke fluitpartij wordt Spill The Wine getypeerd door een vrouw die stilletjes op de achtergrond Spaans praat. Dat was de toenmalige vriendin van Eric Burdon. Drummer Harold Brown heeft in een interview gezegd: “Eric was doing things to her and making her talk.”  Mensen die moeite hebben gedaan om haar op de plaat te verstaan, hebben de indruk dat ze in een roes babbelt. Ze ziet alles in het blauw en ze zegt dat haar lichaam wel daar is, maar haar hoofd wegvliegt. “Ik ben hier, maar ik ben hier niet.” Nog een wijntje?

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

10-05-17

Woensdag 10 mei 2017

Right Between The Eyes

Wax

 

“HET MAAKT NIET UIT OF JE DE TEKST VERSTAAT”

Vandaag viert Graham Gouldman zijn 71ste verjaardag. En hij staat nog altijd op het podium met zijn 10cc, al is hij wel het enige originele bandlid dat overblijft. In februari was hij met die formatie voor maar liefst vijf uitverkochte concerten in Vlaanderen. Toen had ik de gelegenheid hem te interviewen. “U zal gemerkt hebben dat ik niet heb gevraagd naar de herkomst van de groepsnaam”, zei ik na afloop. “U bent een verstandige man”, lachte hij luid. Het verhaal dat 10cc verwijst naar een gemiddeld ejaculaat blijft hem maar achtervolgen. De naam was gewoon opgedoken in een droom van producer Jonathan King en een doorsnee zaadlozing levert trouwens veel minder op.

JukeWax1.jpgWie vandaag Graham Gouldman zegt, denkt aan 10cc, maar het cv dat hij kan voorleggen, is heel verscheiden en ronduit indrukwekkend. In de jaren zestig schreef hij al hits als No Milk Today van Herman’s Hermits en Bus Stop van The Hollies, maar ook For Your Love en Heart Full Of Soul van The Yardbirds, de groep waarin de beroemde gitaristen Eric Clapton, Jeff Beck en Jimmy Page hun carrière begonnen. Ik wist dat zijn vader een dichter en theaterauteur was en vroeg of hij impact had op hem. “Mijn vader hielp mij met de ‘lyrics’ die ik in de sixties schreef. Je zou kunnen zeggen dat ik een tekstschrijver bij de hand had. En als we later bij 10cc vastzaten met een zin, vroeg ik hem om raad. Hij kwam dikwijls met in het oog springende titels, zoals voor de song Art For Art’s Sake. Hij was een inspiratiebron en is van grote invloed geweest op mijn ‘songwriting’.” Omdat hij zoveel belang hecht aan het juiste woord op de juiste plaats, wou ik doorbomen over songteksten. Wat maakt hen interessant en niet voorspelbaar of vervelend? “Ik kan er geen vinger opleggen”, was het antwoord. “Neem nu I’m Mandy Fly Me. Ik schreef het met Eric Stewart, maar we waren niet gelukkig met de tekst. We riepen de hulp van Kevin Godley in en die maakte er echt iets beter van. Maar eerlijk gezegd, er zijn fragmenten waar ik zelf geen jota van versta. Dat is niet erg, hoor, want de woorden en de muziek klikken heel mooi in elkaar. Het brengt een gevoel over en dat is belangrijker dan dat je alles woord voor woord begrijpt. Ach, er zijn zoveel prachtige songs waarvan de mensen niet weten waar het eigenlijk over gaat.”

Laat ons zijn staat van dienst eens verder overlopen. Graham Gouldman ging aan de slag als sessiemuzikant en als er een studio-uur vrijkwam, werkte hij met collega’s wat songs uit. Dat leidde onder meer tot Neanderthal Man van Hotlegs, waaruit 10cc evolueerde. Naast Gouldman bestond die band oorspronkelijk uit Eric Stewart, Kevin Godley en Lol Creme. Ze schreven allemaal songs, maar de hits die je kent kwamen uit de koker van Graham Gouldman. Ik noem voor de vuist I’m Not In Love en Dreadlock Holiday. Hij speelt ze nog altijd even graag, vertelde hij: “Er zijn artiesten die soms hun grootste hits uit het verleden beu zijn geworden. Dat is bij mij niet het geval. Je zou kunnen denken dat je na dertig jaar Dreadlock Holiday spelen dat moe bent, maar toch is het niet zo. Dat komt omdat elk concert anders is. Wij brengen wat ons publiek verwacht: al onze hits. De songs laten we zoveel mogelijk klinken als op de plaat. Als ik naar een concert ga, wil ik de band ook horen spelen wat ik op de plaat heb gehoord.”

JukeWax.jpgDe media bestempelden 10cc als ‘art rock’. Wat vond hij van dat etiket? “Het was geen belediging, eigenlijk eerder een compliment, veronderstel ik. Maar ik hou niet van labels. 10cc is gewoon 10cc.”

Tijdens de tournee in februari werd er alleen materiaal van 10cc gespeeld. “Neenee”, grinnikte hij toen ik vroeg of de kans bestond dat we een nieuwe versie van No Milk Today te horen zouden krijgen. “Ik breng ook geen werk uit mijn soloalbums. Dit is een 10cc-tournee met uitsluitend 10cc-songs. We hebben een enorm repertoire, we zouden twee dagen aan een stuk kunnen spelen.” Ik suggereerde dat hij tenminste Right Between The Eyes van Wax zou brengen, een duo dat hij vormde met de betreurde Andrew Gold. België is zowat het enige land waar die single in 1986 een grote hit werd. “O, ik weet het, het stond hier wekenlang in de hitparade. Ook in Spanje trouwens. Als ik eens met een soloshow naar België kom, zal ik het brengen. Dat is beloofd.”

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

09-05-17

Dinsdag 9 mei 2017

I Fought The Law

The Bobby Fuller Four

 

DE HARDE WET EN HET TWEEDE COUPLET

Sonny Curtis wordt vandaag 80. Hij was een jeugdvriend van Buddy Holly en speelde met The Three Tunes op diens eerste plaatopnames. Maar toen ‘brillemans’ The Crickets samenstelde om met Peggy Sue op tournee te trekken, mocht Curtis niet mee. Pas kort voor Holly in 1959 verongelukte, sloot hij bij de band aan. En snel na de dood van de zanger nam hij de ‘lead vocals’ voor zijn rekening. Dat is het geval op het album In Style With The Crickets uit 1960, waarop twee van zijn meest bekende composities staan. Het werden wel pas grote hits in coverversies. Zo scoorde Bobby Vee met zijn More Than I Can Say, een nummer dat pas echt een groot succes werd in de uitvoering van Leo Sayer in 1980. Ontelbare keren gecoverd – is het niet op plaat, dan toch live – is I Fought The Law van Sonnny Curtis. In de originele uitvoering van The Crickets kreeg de song geen airplay. De eerste succesversie dateert van 1965 en was van The Bobby Fuller Four. Frontman Fuller heeft niet lang van de aandacht kunnen genieten. Zes maanden nadat hij was opgedoken in de Amerikaanse hitparade werd hij op een parkeerterrein voor zijn appartement in Los Angeles dood aangetroffen in de auto van zijn moeder. Hij was door verstikking om het leven gekomen. Velen geloofden dat hij vermoord werd, maar de politie hield het bij zelfmoord.

JukeFuller.jpgToen ze in 1978 aan hun elpee Give ‘Em Enough Rope werkten, reisden Joe Strummer en Mick Jones van The Clash naar San Francisco voor wat bijkomende opnames in de Automatt Studio. Daar hoorden ze I Fought The Law van The Bobby Fuller Four op een jukebox. Het is die versie die doorklinkt in hun cover een jaar later. Van Waylon Jennings en Nanci Grifftih tot Mano Negra en The Dead Kennedys, ze hebben het allemaal opgenomen. Ik hou van de stomende versie van The Texas Mavericks uit 1987,met Doug Sahm van Sir Douglas Quintet die zich op de hoes Samm Dogg laat noemen.

Sonny Curtis heeft later nog honderden songs gesmeed, vaak voor countryartiesten. Hij schreef en zong Love Is All Around, het themanummer van ‘The Mary Tyler Moore Show’, zowat de eerste televisiesitcom waar ik herinneringen aan heb. En hij is ook de auteur van Walk Right Back, een hit van The Everly Brothers. “Ik heb het op papier gezet op een zondagnamiddag tijdens mijn legerdienst”, vertelde hij ooit in een interview. “Maar eigenlijk had ik de gitaarriff al lang in gedachten.” Omdat hij in het leger een wedstrijd voor scherpschutters had gewonnen, kreeg hij drie dagen vrij. Hij reisde meteen naar Hollywood waar hij de song voorlegde aan Don en Phil Everly. Eigenlijk was het nummer nog niet af. Curtis had maar een couplet klaar. “Schrijf een tweede strofe en wij nemen het op”, reageerden de Everly’s. Zo gezegd, zo gedaan. Opnieuw in de kazerne ging de componist aan de slag. Maar toen hij de tweede strofe klaar had en per post naar de Everly Brothers stuurde, vernam hij dat de snoodaards de song al hadden opgenomen. Ze hadden simpelweg dat ene couplet twee keer gezongen. En zo werd het een hit. Grappig is dat de versies met de twee strofen van pakweg Perry Como, Andy Williams en Sonny Curtis zelf nooit hits werden, maar dat Anne Murray in 1978 opnieuw succes boekte met de song in zijn oorspronkelijke uitvoering met het twee keer gezongen enige couplet. “So maybe the second verse was never meant to be”, lachte Sonny Curtis ooit.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

 

08-05-17

Maandag 8 mei 2017

I Don’t Want To Talk About It

Crazy Horse

 

DE SCHADE VAN DE NAALD

Was hij in 1972 niet ten onder gegaan aan drugs dan zou Danny Whitten vandaag 74 jaar zijn geworden. De band waarin hij met Billy Talbot en Ralph Molina speelde, was al een paar keer van naam veranderd, maar heette The Rockets toen Neil Young – die net Buffalo Springfield had verlaten – hen vroeg om met hem te jammen. Dat leverde hen weer een nieuwe naam op: Crazy Horse. “Nooit heeft het met een andere muzikant geklikt zoals het klikte met Danny Whitten”, heeft Neil Young ooit gezegd. Billy Talbot drukte het zo uit: “Danny was magical with Neil. Their guitar-playing was a beautiful combination.” Dat is goed te horen op het album Everybody Knows This Is Nowhere van Neil Young & Crazy Horse uit 1969. Samen zingen ze het openingsnummer Cinnamon Girl. Op het moment dat Young de solo inzet, roept Whitten ‘Woo!’. En gebroederlijk geselen ze de snaren op Down By The River en Cowgirl In The Sand. Dat zijn drie nummers die beschouwd worden als van grote invloed op de grunge van de jaren ’90. Op de volgende elpee van Young, After The Gold Rush,komt Whitten maar in drie songs voor. Halfweg de opnames werd hij wandelen gestuurd. Hij was zo aan heroïne verslaafd geraakt dat hij nauwelijks kon functioneren. “He was too far gone.” Toch nam hij datzelfde jaar het eerste soloalbum van Crazy Horse op.JUKEcRAZY.jpg

De titelloze elpee verscheen in 1971 met het wereldnummer I Don’t Want To Talk About It. Omdat hij voor het album Atlantic Crossing er de meest bekende versie van maakte, wordt de song vaak ten onrechte aan Rod Stewart toegeschreven. Het is een compositie van Danny Whitten. Hij had al sedert 1968 gewerkt aan de droevige ballade, maar eenmaal in de studio zat hij zo onder de drugs dat hij er niet in slaagde het laatste couplet te schrijven. Nils Lofgren, die ingehuurd was ter versterking van Crazy Horse, hielp hem daarbij, hoewel hij daarvoor geen ‘credits’ op de platenhoes kreeg. Lofgren moest trouwens de gitaar van Whitten stemmen, want daar was hij ook niet meer toe in staat. “Hij zat er apathisch, wat slaperig bij”, herinnert Nils Lofgren zich. “Alles stortte in rondom hem. Maar zodra hij het gestemde instrument in zijn handen kreeg, was het alsof er een licht ging branden in zijn hoofd.” Hij speelde en zong nog heel sterk. Het bewijs daarvan is wel dat I Don’t Want To Talk About It in één ‘take’ werd opgenomen. Whitten en Lofgren, tegenover elkaar gezeten op stoelen. De derde gitarist in de studio was niemand minder dan Ry Cooder, die bottleneck speelde.

Nu gaan artiesten in ‘rehab’. In die tijd was daar geen sprake van. De heroïne kreeg almaar meer greep op Danny Whitten en hij werd uiteindelijk uit Crazy Horse gezet. Neil Young, die toen net zijn succesalbum Harvest uit had, nodigde hem toch uit om met hem op tournee te gaan. Whitten verscheen eind oktober 1972 inderdaad op de repetities bij Young thuis, maar er viel geen land met hem te bezeilen. Neil Young gaf hem 50 dollar en betaalde zijn ticket terug naar Los Angeles op 18 november 1972. Die nacht stierf hij. Niet aan een overdosis heroïne, zoals wel eens wordt beweerd, maar aan een dodelijk combinatie van valium en alcohol. Hij was 29 jaar. Neil Young voelde zich medeverantwoordelijk voor de dood van Danny Whitten. “It took him years to stop blaming himself”, schreef zijn biograaf Jimmy McDonough. Nochtans had hij al voor Whittens dood een nummer over diens verslaving geschreven: The Needle And The Damage Done. Het verscheen in februari 1972 op het album Harvest, maar was eigenlijk een jaar eerder live opgenomen in de University of California. Ook had hij het op 19 januari 1971 met een niet mis te verstane inleiding gebracht tijdens een concert in de Massey Hall in het Canadese Toronto. De daar gemaakte opnames verschenen in 2007 op Live At The Massey Hall 1971. Die cd kreeg ik ooit cadeau van Dirk Stoops. Wie hem alleen als festival-dj kent, zal het misschien verwonderen, maar Stoops is een grote fan van Neil Young.

De veronderstelling dat Neil Young inspiratie vond in Needle Of Death van folkicoon Bert Jansch voedde hij zelf door het nummer te coveren op zijn album A Letter Home, in eerste instantie uitgebracht ter gelegenheid van Record Store Day. The Needle And The Damage Done begint met ‘I caught you knockin’ at my cellar door’. Dat wordt algemeen beschouwd als een verwijzing naar de muziekclub Cellar Door in Washington DC, waar Whitten op het einde van de jaren zestig met Young optrad.

Op een inlegvel bij de verzamelaar Decade is in het handschrift van Neil Young te lezen: “I am not a preacher, but drugs killed al lot of great men.’ Een jaar na de dood van Danny Whitten verloor hij nog een ‘great man’ aan drugs, zijn roadie Bruce Berry. Naar hem verwijst hij met naam en toenaam in de titeltrack van Tonight’s The Night. Op die plaat – die in 1973 werd opgenomen, maar pas in 1975 uitgebracht – is Danny Whitten trouwens nog te horen in een live fragment dat al in 1970 op band was gezet. Nils Lofgren zal de tournee die bij dat album hoorde nooit vergeten: “Het was als een dodenwake, vervuld van verdriet en overgoten met tequila.”

-

Bronvermelding: Veel informatie voor dit stuk en alle citaten komen uit het uitgebreide artikel ‘I watched the needle take another man’ van David Cavanagh, verschenen in april 2012 in het maandblad Uncut. Daarin komen o.a. Nils Lofgren, Billy Talbot en Ralph Molina aan het woord.

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

07-05-17

Zondag 7 mei 2017

Make It Easy On Yourself

The Walker Brothers

 

BAROKPOP

Het is vandaag zes jaar geleden dat John Walker overleed. Hij was zanger en gitarist van The Walker Brothers. Het trio bestond niet uit broers, hoor, en niemand van hen heette Walker. John Walker, die van Duitse afkomst was en John Maus op zijn paspoort had staan, gebruikte dat pseudoniem al, onder meer als hij optrad als lid van het duo John and Judy. Dus kozen de anderen maar voor dezelfde schuilnaam. Scott Engel werd Scott Walker, Gary Leeds werd Gary Walker. In de sixties heeft de formatie maar vier jaar bestaan. Tien jaar later kwamen ze nog eens terug bij elkaar, maar dat duurde ook niet lang.

Halfweg de jaren zestig was de zogenoemde ‘British Invasion’ in volle gang. Britse bands, met The Beatles op kop, scoorden goed in de Verenigde Staten. Opmerkelijk is dat The Walker Brothers in de omgekeerde beweging lukten. Ze verhuisden van Los Angeles naar Londen en hadden vervolgens met hun barokpop meer succes in Groot-Brittannië dan in hun vaderland

Vandaag wordt The Sun Ain’t Gonna Shine Anymore beschouwd als de grootste hit van The Walker Brothers. Maar ze hadden eerder – in 1965 om precies te zijn – al een nummer 1 gehad met Make It Easy On Yourself, een nummer dat ze trouwens op voorstel van John Walker opnamen. Het was een compositie van Burt Bacharach en Hal David en in 1962 al een Amerikaanse hit voor Jerry Butler. Er bestaat een waslijst covers, maar de uitvoering van The Walker Brothers bleef de populairste door de jaren heen. Voor de productie liet men zich duidelijk inspireren door de ‘Wall of Sound’ van Phil Spector. Tal van studiomuzikanten werden ingehuurd. Bij hen was ook Big Jim Sullivan. Die legendarische sessiegitarist heeft in de jaren zestig en zeventig op naar schatting duizend top-10-singles meegespeeld. Een vijftigtal daarvan werd een nummer 1 in Groot-Brittannië. Kort voor zijn dood vertelde hij in een interview: “Elke dag hoor ik mij op de radio, maar niemand weet dat ik het ben.”

 

PS / Op 2 oktober 2014 heb ik een uitgebreide bijdrage over Big Jim Sullivan geschreven.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be