25-03-18

Zondag 25 maart 2018

I’d Really Love To See You Tonight

England Dan & John Ford Coley

 

DE TITEL MOEST LANG ZIJN

Op deze dag in 2009 overleed Dan Seals. In de jaren tachtig bouwde hij een succesrijke solocarrière in het countrycircuit uit, maar halfweg de jaren zeventig scoorde hij tal van pophits in het duo England Dan & John Ford Coley. Zijn bijnaam kreeg hij van zijn broer Jim Seals, de man achter Seals and Crofts, bekend van o.a. Summer Breeze. Die noemde hem Engeland Dan omdat hij zo’n fan was van The Beatles en andere Britse bands dat hij met een aangezet Engels accent ging praten.

JukeDan.jpgBekijk hun haarsnit, beluister hun close harmony en je weet in welk tijdperk we zitten. Vooral in de tweede helft van de jaren zeventig deden England Dan & John Ford Coley het goed. Onder meer met It’s Sad To Belong, Nights Are Forever Without You en We’ll Never Have To Say Goodbye Again. Een korte titel vonden ze waarschijnlijk te min. Ter voorbereiding van deze bijdrage heb ik die songs beluisterd. Ondanks het feit dat ze allemaal de Amerikaanse top-10 hebben gehaald, zeggen ze me niets. Ik heb alleen herinneringen aan I’d Really Love To See You Tonight uit 1976. Om sommige singlehoesjes werden de eerste woorden tussen haakjes gezet. Dat nummer wordt inmiddels tot de softrockklassiekers gerekend. Barry Manilow heeft het naar de knoppen geholpen door er een discoritme onder te zetten.

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

 

 

24-03-18

Zaterdag 24 maart 2018

River Deep Mountain High

Ike & Tina Turner

 

OVERAL HOOR JE HAAR BAS

Oma aan de top. Vandaag viert Carol Kaye haar 83ste verjaardag. Indien haar naam je niets zegt, ken je ongetwijfeld toch verschillende songs waaraan ze haar medewerking heeft verleend. De veelgevraagde studiomuzikante heeft in een carrière van meer dan vijftig jaar namelijk meegespeeld op naar schatting tienduizend platen, waaronder talrijke tophits uit de jaren zestig en zeventig. Daarmee moet ze de meest beluisterde bassiste aller tijden zijn.

Een opsomming is onbegonnen werk. Ik vermeld hier enkel een beperkte discografische selectie om aan te tonen hoe divers haar werk als sessiemuzikante is geweest. Carol Kaye bespeelde een basgitaar van het merk Fender op verschillende songs van Ray Charles en talrijke hits van The Beach Boys. Verder is zij te horen op de singles Homeward Bound van Simon & Garfunkel, Feelin’ Alright van Joe Cocker, I’m A Believer van The Monkees, Indian Reservation van Paul Revere & The Raiders, Somethin’ Stupid van Frank & Nancy Sinatra, The Way We Were van Barbara Streisand en Carry On van JJ Cale. Op het titelloze solodebuut van Neil Young deed ze mee, op elpees van Dusty Springfield en op het album Freak Out! van Frank Zappa. Ook zorgde zij voor de lage tonen op bekende kenwijsjes van televisieseries als ‘Mannix’, ‘Mission Impossible’, ‘Peyton Place’ en ‘Bonanza’. Hoewel ze meestal werd ingehuurd om de baspartij te spelen, mocht ze ook geregeld de gitaarsnaren beroeren. Dat was onder meer het geval bij de opnames van grote hits zoals Then He Kissed Me van The Crystals, La Bamba van Ritchie Valens, Let’s Dance van Chris Montez, Needles And Pins van Jackie DeShannon, The Beat Goes On van Sonny & Cher en You’ve Lost That Loving Feeling van The Righteous Brothers.

JukeRiver.jpgCarol Kaye was de enige vrouw in een los samenwerkingsverband van studiomuzikanten in Los Angeles dat de geschiedenis ingaat als The Wrecking Crew. Volgens haar werd de sessiegroep echter nooit zo genoemd. De gelegenheidsformatie werd wel aangeduid als The First Call Gang of The Clique. Zij zegt dat de naam Wrecking Crew een verzinsel is uit de biografie van Hal Blaine, een drummer die beweert dat hij op veertig nummer 1-hits de trommelstokken hanteert. Andere – later bekend geworden – leden van de bende waren Leon Russell, Glen Campbell en Mac Rebennack, beter bekend als Dr.John. Dit kliekje was niet alleen de anonieme begeleidingsband van tal van zangers en zangeressen, soms waren zij gewoon stand-in voor de groep die zijn naam op de hoezen liet drukken. Dat zijn eigenlijk de muzikanten waren op de eerst twee elpees van The Monkees zal je niet verwonderen. Maar er zijn ook minder verwachte voorbeelden. Zo is op de single Mr. Tambourine Man van The Byrds maar één bandlid te horen: Roger McGuinn met zijn twaalfsnarige Rickenbacker. Alle andere instrumenten worden gespeeld door The Clique. Dat geldt ook voor het beroemde album Pet Sounds van The Beach Boys, waarop alleen Brian Wilson te horen is, geruggesteund door sessiemuzikanten onder wie Hal Blaine, Glen Campbell en Carole Kaye.

Of ze nu The Wrecking Crew of The Clique werden genoemd, als vast studio-orkest van Phil Spector werden ze soms op platenhoezen vermeld als The Phil Spector Wall Of Sound Orchestra. Ze hebben inderdaad veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de geluidsmuurmethode van deze producer. Een goed voorbeeld daarvan is River Deep - Mountain High van Ike & Tina Turner. Ike Turner werd extra betaald om… weg te blijven uit de studio. Spector wilde alleen Tina’s stem en huurde een veertigtal achtergrondzangers en sessiemuzikanten in. Daar was ook Carol Kaye bij.  

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

23-03-18

Vrijdag 23 maart 2018

I Am AMan Of Constant Sorrow

The Soggy Bottom Boys

 

WO-HO IK HEB ZORGEN

Op deze dag in 2002 stond O Brother, Where Art Thou? op de eerste plaats in de Amerikaanse hitparade voor albums. Een opmerkelijke prestatie voor een soundtrack van een film met songs in onhippe countrygenres als bluegrass. Op verzoek van de regisseurs Joel en Etan Coen bracht producer T-Bone Burnett een interessant gezelschap samen met artiesten van verschillende generaties. Dat ging van de bejaarde Ralph Stanley – inmiddels overleden – over Emmylou Harris tot alt.countrytopper Gillian Welch. Zij maakten de plaatopnamen nog voor er één scène was gefilmd.

JukeBrother.jpgDe soundtrack bevat tal van pareltjes, maar bracht vooral Man Of Constant Sorrow opnieuw in de belangstelling. Fragmenten uit dat nummer kwamen herhaaldelijk voor in de film en er staan maar liefst vier versies van op de cd, soms instrumentaal, soms gezongen. Het wordt met bravoure gebracht door het bandje dat de hoofdrolspelers vormen onder de naam The Soggy Bottom Boys. Acteur George Clooney wou het wel zelf zingen, maar dat bleek te hoog gegrepen en het idee werd afgevoerd. Als hij zijn mond opendoet, horen we eigenlijk Dan Tyminski. Hij is een sleutelfiguur in Union Station, de begeleidingsgroep van Alison Krauss, die trouwens ook prominent te horen is in ‘O Brother, Where Art Thou?’. Solo maakt ze indruk in Down To The River To Pray, maar het wordt pas echt prachtig als ze een engelenkoor vormt met Emmylou Harris en Gillian Welch voor I’ll Fly Away en Didn’t Leave Nobody But The Baby.

Maar terug naar ‘mountain traditional’ Man Of Constant Sorrow. De oudste uitgaven van de partituur dateren van voor de Eerste Wereldoorlog. De oorspronkelijke titel was Farewell Song. In de loop der jaren verschenen er tal van versies, waarbij vaak wijzigingen aan de tekst werden doorgevoerd. Het waren The Stanley Brothers die de song in de jaren vijftig bekend maakten bij een breed publiek. In de sixties volgden allerlei folkuitvoeringen nadat Bob Dylan het had opgenomen voor zijn titelloze debuutelpee uit 1962. Die plaat draait terwijl ik dit schrijf. Omdat Joan Baez zich moeilijk in een man kon verplaatsen, maakte zij er Girl Of Constant Sorrow van, terwijl Judy Collins koos voor Maid Of Constant Sorrow. Peter, Paul & Mary hielden het kortweg op Sorrow. Op de hoes van O Brother, Where Art Thou? wordt de langste titelversie gebruikt: I Am A Man Of Constant Sorrow.

 

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

 

22-03-18

Donderdag 22 maart 2018

I Can Dream About You

Dan Hartman

 

DE STEMMENDIEF

Op deze dag in 1994 overleed Dan Hartman. Hij is maar 43 geworden, maar heeft een erg gevarieerd parcours afgelegd. Zo werkte hij als songschrijver en producer voor onder meer James Brown, Tina Turner, Joe Cocker, Nona Hendryx en Steve Winwood. Op zijn dertiende speelde hij al keyboards bij The Legends, die wel wat platen uitbrachten, maar onopgemerkt bleven. Daarna sloot hij aan bij Edgar Winter Group. Toen hij halfweg de jaren zeventig een solocarrière uitbouwde, had hij twee grote discohits: Instant Replay en – nog meer bekend – Relight My Fire. Op die laatste single, die in 1979 bij ons doorstootte tot de elfde plaats in de hitparade, is een voorname rol weggelegd voor Loleatta Holloway. Zij is de zangeres van Love Sensation, een nummer waar houseproducers veel samples hebben uitgehaald. Dat is bijvoorbeeld het geval voor Take Me Away van Cappella en Ride On Time van Black Box. In dat laatste geval moest Holloway haar aandeel in de auteursrechten afdwingen in een rechtszaak.

JukeHartman.jpgHet grootste solosucces van Dan Hartman was echter I Can Dream About You uit 1984. Hij schreef het lied voor ‘Streets Of Fire’ van regisseur Walter Hill. In de film werd het nummer gezongen door de fictieve groep The Sorels. De echte zanger die daarbij te horen was, heette Winston Ford. Het was de bedoeling dat dit in die versie op plaat zou verschijnen, maar bij het uitbrengen van het soundtrackalbum veegde Dan Hartman die man doodleuk van de opnames en verving hem door zijn eigen stem. Dat is althans de uitleg van Kenny Vance, de musical dirctor van ‘Streets Of Fire’. Hij zei in een interview met een Amerikaanse website voor oldiesfans: "I don't know what happened next, but I know that he took that guy's voice off and he put his own on, and he had a hit with it. Hollywood is a very slippery place." Zo komt het dat Hartman niet in de film te horen is, maar wel op de elpee. En zo komt het dat hij met de op single uitgebrachte track wereldwijd een hit scoorde.    

Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be

 

 

 

21-03-18

Woensdag 21 maart 2018

The Hucklebuck

Paul Williams

 

DANSEN ALS EEN PALING

Alan Freed, de Amerikaanse radio-dj die de geschiedenis ingaat als de bedenker van de term ‘rock and roll’, organiseerde op deze dag in 1952 ‘Moondog Coronation Ball’ in Cleveland. Het evenement wordt algemeen beschouwd als het allereerste rock-‘n-rollconcert. Het heeft wel maar enkele minuten geduurd. Omdat er veel vervalste tickets in omloop waren, daagden naar schatting 20.000 mensen op terwijl er in de Cleveland Arena maar plaats was voor de helft van hen. Toen het publiek begon te drummen, werd het concert op bevel van de ordediensten stopgezet. De openingsact had welgeteld één nummer gespeeld. Het ging om Paul Williams and his Hucklebuckers. De begeleidingsband van de zwarte saxofonist was zo genoemd naar Williams’ grootste hit, het jazzy rhythm & blues-nummer The Hucklebuck.

JukeHuckle.jpgWacht eens even… The Hucklebuck is toch dat opgewekt niemendalletje dat op bruiloften en partijen groepen vrouwen van middelbare leeftijd naar het centrum van de vloer lokt om daar een, blijkbaar van moeder op dochter doorgegeven, opeenvolging van danspasjes te demonstreren. Altijd is er wel een zatte nonkel die wil meedoen, maar steevast over zijn voeten struikelt. Dat we The Hucklebuck associëren met deze uit de hand gelopen turnoefeningen is toe te schrijven aan Chubby Checker die de compositie in 1960 omtoverde tot een twist. De versie die hier de voorbije vijftig jaar het meest gedraaid werd, is echter die van het Ierse gezelschap Brendan Bowyer and the Royal Showband uit 1963. Dat het een nummer voor de eeuwigheid is, bewijst het feit dat er ook nog succesuitvoeringen uit 1981 (Coast To Coast) en 2010 (Crystal Swing) bestaan.

In je eentje waggelen als een eend en wiebelen als een paling. Wie vandaag The Hucklebuck danst, voert eigenlijk uit wat in de tekst van de vocale covers staat: “Push your partner out (…) wiggle like an eel, waddle like a duck. That’s what you do when you do the Hucklebuck.” Maar het is dus wel allemaal begonnen met een veel rustiger, instrumentaal nummer van Paul Williams. En dat origineel dateert al van 1948.

 Welkom aan de lezers die hier terechtkomen via www.internetgazet.be